Hersenscans scheppen de illusie van tastbare ziektes

Hersenscans lijken psychische aandoeningen inzichtelijk te maken - kijk dan! -, maar het ziek zijn omvat veel meer, zegt psychiater en 'neurofilosoof' Gerrit Glas.

Beeld Jorgen Caris

De neurowetenschap verandert ons denken over psychische aandoeningen. Wat merkt Gerrit Glas, psychiater en hoogleraar in de filosofie van de neurowetenschappen aan de VU, daarvan als behandelend psychiater in Zwolle?

'Wat je merkt, is dat veel patiënten een neuroverhaal achter de hand hebben. Ze wijten hun angststoornis bijvoorbeeld aan een te hard werkende amandelkern in de hersenen, de amygdala.

'Er zijn inderdaad allerlei theorieën over de rol van de amygdala bij angst. Alleen al het feit dat je iets kunt lokaliseren in de hersenen geeft het prettige idee dat je met iets concreets te maken hebt. Vergeet niet, angst of spanning is vaak irrationeel. Je krijgt het van dingen die andere mensen helemaal niet griezelig vinden, van spinnen of pleinen. Of je kampt met paniekaanvallen waarvan je al helemaal niet weet wanneer en waarom die zich voordoen. Angst is ongrijpbaar. En dan biedt zo'n semiconcrete verklaring houvast.'

Hoe erg is dat?

'Het klopt niet, of hooguit deels. Bovendien heb je de essentie niet te pakken. Wetenschappelijk is er hooguit een verband tussen angst en de amygdala. Als deze tafel (Glas strijkt over de ruwe, houten keukentafel bij hem thuis) opeens wit wordt, kun je die verandering in mijn hersenen zien. Maar dat wil niet zeggen dat dat breinproces de kern is van wat er is gebeurd. Als je een boterham met kaas eet, of een depressie krijgt - alles laat sporen na in de hersenen. Maar die sporen zijn niet de kern.'

CV

Gerrit Glas (1954) werkt als psychiater en opleider bij de Dimence Groep. Hij was achtereenvolgens bijzonder hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte in Leiden, hoogleraar Wijsgerige Aspecten van de Psychiatrie in Leiden. Sinds 2008 is hij hoogleraar christelijke wijsbegeerte aan de VU. Zijn vierde hoogleraarsbenoeming volgde in 2016: nu in de Filosofie van de Neurowetenschappen aan de VU.

Wat is de kern?

'Wat de kern van de angst is, moet je per patiënt bekijken. Je hebt daarvoor het hele verhaal nodig: de betrokkene zelf, de persoonlijkheidsstructuur, het levensverhaal, reacties uit de omgeving en ga zo maar door.'

Kan dat misverstand de behandeling belemmeren?

'Jazeker, omdat patiënten alles verwachten van pillen. Terwijl er ook geoefend moet worden. Een pil dempt de angst, maar dat helpt iemand met straatvrees niet de streep over om de sociale wereld in te stappen. En dat moet wel gebeuren. Daarvoor is therapie nodig. Vermijdingsgedrag moet worden doorbroken. Het vermijdingsgedrag is vaak een factor in zichzelf geworden. Mensen met straatvrees mijden contact, krijgen steeds minder bevestiging en daardoor een steeds slechter zelfbeeld. Op het laatst denken ze: wat zou ik in die buitenwereld? Ze vinden mij toch niks.'

Beeld Jörgen Caris

Als je pil je angst of depressie sterk vermindert, repareert die pil toch een breindefect? En is een depressie dus een foutje in de hersenen?

'Ik schrijf zelf ook antidepressiva voor. Geen misverstand. Maar we hebben de rol van psychofarmaca overschat. Het kán zo zijn dat de pil aangrijpt op iets dat in het brein niet goed zit, maar dat is niet per definitie zo. Ik vergelijk het met longontsteking. Als je paracetamol neemt, onderdruk je de symptomen. Heel belangrijk, maar je raakt niet aan de kern: de longontsteking. En zo is het met psychofarmaca ook. Ze grijpen niet in op de kern van het probleem, de straatvrees. Ze maken wel de weg terug, naar de straat, gemakkelijker.'

Hoe werken antidepressiva dan wel?

'Ze maken je gevoellozer, geven je een stoïsche houding. Je kan wat makkelijker afstand nemen van nare gedachten. Die rare opmerking van een collega komt minder hard aan. Ik noem dat weleens het teflonlaagje. Je laat nare dingen makkelijker van je afglijden. '

Hoe ziet u de rol van de hersenen bij paniekstoornissen en depressies?

'Het kan een kwestie van een kwetsbaar brein zijn, maar wel in combinatie met de omgeving. Men komt terug van de teneur dat het brein een op zichzelf staand orgaan is. Het brein is ingeweven in het lichaam en via de zintuigen en gedachten in contact met de wereld. Alle kanalen naar binnen en naar buiten staan open. In de complexe interactie kan ergens een zwakke plek zitten, die kan in het brein zitten, maar dat hoeft niet.'

'Neem ADHD. Dat komt in sommige families veel meer voor dan in andere, dus is het zeer waarschijnlijk dat er een genetische component bij zit. Maar of je het ontwikkelt, hangt erg af van de omgeving. Families waar veel ADHD voorkomt, kunnen de opvoeding onbewust zo structureren dat de ADHD niet naar buiten komt of pas jaren later. Komt een kind dat genetisch gevoelig is om ADHD te ontwikkelen bij wijze van spreken in een chaotisch huishouden terecht, dan ontwikkelt het de aandoening eerder.'

Wat is het effect van de kleurige MRI-scans van mensen met ADHD, schulden, pedofilie en ga zo maar door?

'Ja, daar gebeurt iets geks mee. Het beeld schept de illusie van tastbaarheid: het is echt zo, we kunnen het zien. De neuro-essentialisten gaan nog een stap verder. Die zeggen: 'Wat je ziet is de essentie.' Dat zie je vooral bij mensen die minder verstand hebben van de techniek die achter de scans schuilgaat.'

'Iets is alleen nog maar echt als je het kunt zien in het brein. Dat leidt tot een nogal eenzijdige benadering in de psychiatrie.' Beeld Jörgen Caris

U vindt dat gevaarlijk?

'Het risico is dat het ziek zijn wordt vastgepind op wat je op de scan ziet, terwijl het veel meer omvat. Het draait er juist om dat mensen zich tot hun klachten leren verhouden. Dat is bepalend voor het verloop van de ziekte. Het moeilijkste deel van het vak van psychiater is om te bepalen wat de ernst is van de initiële klachten en die van de reactie van de persoon daarop. Als het vooral de reactie is, dan helpen pillen geen bal. Een Turkse man die een depressie krijgt, heeft mogelijk meer last van de schaamte daarover dan van de depressie zelf. Dat moet je als behandelaar wel weten.'

Hoe populair is de hersenwetenschap onder psychiaters, psychologen en psychotherapeuten zelf?

'Toevallig wordt dat nu door een van mijn promovendi onderzocht voor psychiaters in Nederland. En dan blijkt dat ze biologische oorzaken meewegen, maar niet laten overheersen. Of nog niet. Het is wel verleidelijk. Ik deed onlangs op een congres mee aan een rollenspel over verslaving. Ik was de verslaafde. En de behandelaar schetste een brein met daarin een driehoek die liep van de nucleus accumbens via de prefrontale cortex, het stuur, naar de amygdala, de rem. Wat we doen, zeiden ze tegen mij: we gaan het gaspedaal dempen en je helpen zodat je beter kan sturen. Ik werd er echt door gegrepen. Zo'n krachtig beeld. Dat is erg fijn voor de patiënt. En om die reden kan het nog helpen ook. Maar het is helemaal niet waar.'

Wat vindt u van onderzoek waarbij het effect van psychotherapie op de hersenen wordt onderzocht?

'Er is een teneur - ook in de psychiatrie - om te zeggen: psychotherapie is heel erg belangrijk, maar alleen als we kunnen aantonen dat het een structurele verandering in het brein teweegbrengt. Iets is alleen nog maar echt als je het kunt zien in het brein. Dat leidt tot een nogal eenzijdige benadering in de psychiatrie. In de VS wordt onderzoek naar psychotherapie en psychiatrie dat geen biologische component heeft, niet meer gefinancierd. Dat vind ik zorgelijk.'

Hoe belangrijk is uw christelijke overtuiging in uw vak?

'Die heeft zeker invloed op mijn manier van denken, maar in de wetenschap kun je daar niet op leunen. In de wetenschappelijke arena moet je je staande houden met wetenschappelijke argumenten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.