Hersenen van een huilende aap

De gemiddelde Chinees is niet begaan met dierenleed. Vissen en konijnen worden levend opengesneden, katten en honden geroofd voor de keuken....

IN EEN land waar alles gegeten wordt wat beweegt, moeten dieren permanent op hun tellen passen. Slang en kat zijn, samen opgediend, een streling voor de Chinese tong. Verrukkelijk in de soep is een schildpadje met het padje nog in zijn schild. Halfgebakken vissen en rauwe vogeltjes zijn het lekkerst als ze nog leven. Wie lang wil leven, moet schildpad eten die nog niet dood is. Hondenvlees maakt sterk en geeft warmte, van apenhersenen word je slim, en de heilzame werking van tijgerbotten en berengal is bekend. Dier zijn in China, het is waarachtig geen pretje.

Een bezoek aan een dierenmarkt, de afdeling levende have van een supermarkt of de keuken van een restaurant is niet aan te raden voor wie gevoelig is voor dierenleed. Kippen, vissen, konijnen, schildpadden, duiven, slangen, kreeften, alles krioelt in propvolle kooien of bakken door elkaar, voor zover er nog beweging mogelijk is.

Het uitgezochte exemplaar wordt onzachtzinnig geslacht. Vissen en konijnen worden vaak nog levend opengesneden. In abattoirs gaat het er niet diervriendelijker aan toe. Koeien worden gedood met hamerslagen, varkens krijgen een mes in de bek dat tot diep in het lijf gaat.

De gemiddelde Chinees is niet begaan met dierenleed. Hoe komt dat? 'Omdat dieren alleen maar als functioneel worden gezien', zegt de huisdierenbeschermster Lu Di. 'Omdat veel mensen economisch nog achterlopen en onontwikkeld zijn', meent Chen Runsheng van de Bond voor het behoud van wilde dieren. Beiden komen gedreven op voor hun dierlijke doelgroep. Chen Runsheng doet dat van 9 tot 5 op zijn ruime kantoor in het ministerie van Bosbouw, Lu Di dag en nacht vanuit haar piepkleine flatje in een woonkazerne in Peking.

De kazerne staat op het terrein van de Universiteit van het Volk, waar de 70-jarige Lu Di hoogleraar is geweest in de klassieke Chinese letterkunde. Een klop op de deur ontketent een blafconcert. Het flatje blijkt vooral te worden bevolkt door dieren. Negen honden lopen vrij rond. In een van de drie kamertjes staan kooien met katten en een rhesusaapje. In een ander vertrekje heeft Lu Di's echtgenoot zich opgesloten: hij houdt niet zo van dieren.

Het aapje werd door zijn vorige eigenaar zwaar mishandeld, totdat Lu Di zich over hem ontfermde. Het was een agressief en onhandelbaar beest geworden, dat geen enkele dierentuin wilde hebben. Zijn nieuwe bazin was de eerste en tot nu toe enige mens voor wie hij liefde opvatte.

Toen de oude eigenaar vorig jaar langs kwam, viel de aap hem gelijk aan. Lu probeerde hem te verdedigen, maar werd tegen de grond gekwakt en brak haar bovenbeen. Ze heeft nog altijd een kruk nodig. Ze pakt het aapje uit zijn kooi - als het minder koud wordt, mag hij weer buiten op het balkon - en streelt hem als een baby. Tegen de andere aanwezigen laat het dier grommend zijn tandjes zien.

Haar dierenliefde heeft de professor van haar ouders. Al vele jaren wijdt ze zich aan de bescherming van katten en honden. In 1992 richtte ze de Bond voor de bescherming van kleine dieren op, nog altijd China's enige niet-gouvernementele dierenbeschermingsclub. De bond krijgt in februari een eigen blad. Eigenlijk is daar geen geld voor, want bijna alle vijfduizend leden zijn minvermogend. De enige steun komt van buiten: tweeduizend gulden van een Amerikaanse zusterorganisatie.

Als Lu hoort dat een dier is mishandeld of dreigt te worden geslacht, komt ze in actie. Tot nu toe heeft ze 130 honden gered. Sommige neemt ze in huis. 'Vroeger had ik er dertig, nu nog maar negen.' Voor de andere heeft ze een oud hofjeshuis gehuurd. Het is Pekings enige dierenasiel.

Een van de beestjes in huize Lu is een takshondje dat een pootje mist. Ook een paar andere honden dragen sporen van mishandeling. 'Sommige mensen zijn beestachtiger dan beesten', zegt de beestenbeschermster. Haar oudste hond is 13. Tien jaar geleden was deze teef al op weg naar de braadpannen van een eethuis toen ze door een vriendin van Lu voor vijftig gulden werd vrijgekocht.

Peking is voor de hond geen gastvrije stad. Tot 1995 gold een algemeen hondenverbod. De mensen maken de stad immers al vol en vuil genoeg. Daarna kregen de laagste soorten een verblijfsvergunning. Van poot tot schouder mag een Pekinese hond niet hoger zijn dan 35 centimeter. Het is hem verboden te blaffen en overdag naar buiten te gaan. En hij mag geen poot zetten in een lift, op een grasspriet, in een park of op welke publieke plaats dan ook.

D E hondenbelasting van 750 gulden per jaar kunnen alleen beter gesitueerden zich veroorloven. Honden die in overtreding zijn, worden door de politie bekeurd. Er zijn agenten die niets anders doen dan honden langs de meetlat houden. Wie de boete niet afkoopt, moet 1250 gulden betalen om zijn huisdier terug te krijgen.

Katten hebben het voordeel dat ze zelden hoger zijn dan 35 centimeter. Hun nadeel is dat ze zeer geliefd zijn in de Kantonese keuken. 'Sommige bendes zijn gespecialiseerd in het stelen van katten', zegt mevrouw Lu. Ze laat een recente krantenfoto zien: een in Tjentsin in noordoost China aangehouden truck met vierhonderd katten, die op weg was naar Kantonese keukens in het verre zuiden.

De poezenbendes opereren sinds een paar maanden ook in Peking. Er zijn al honderden katten gestolen. Een paar dieren werden nog levend gelokaliseerd in een Kantonees restaurant. Hun eigenaren schakelden de bond van mevrouw Lu in, maar de kok was sneller dan de redders.

'Bij onze reddingsacties hebben we geen poot om op te staan', klaagt mevrouw Lu, 'want stelen van katten en honden is hier nog altijd geen misdrijf. Als je zo'n diefstal aangeeft, word je door de politie niet serieus genomen. Ons doel is de regering te dwingen een dierenbeschermingswet te maken. We willen de invoering van westerse slachttechnieken. En het eten van honden, katten, slangen en apen zou moeten worden verboden.'

Apen zijn vooral geliefd vanwege hun hersenen. Bij voorkeur worden die eruit gehaald terwijl het beest nog leeft. Mevrouw Lu heeft een foto van een huilende aap die van boven wordt leeggelepeld. Met speciale instrumenten kunnen de hersenen er gemakkelijker worden uitgehaald. Ook in Peking zijn - illegale - aaprestaurants. Een bordje apenhersenen is een verboden maar zeer begeerd statussymbool dat vijfhonderd gulden kan kosten.

De status van wilde dieren is beter dan van huisdieren, want sinds twaalf jaar hebben ze een wet die hen beschermt. Chen Runsheng, vice-secretaris-generaal van de Bond voor het behoud van wilde dieren, somt op wat de Chinese regering heeft gedaan om de honderd meest bedreigde soorten voor uitsterven te behoeden. Zo zijn er 1118 beschermde gebieden ingericht, die samen 8,6 procent van heel China beslaan.

Die bescherming is verre van waterdicht, want de mens kapt bossen, brengt land in cultuur, verziekt de grond, vervuilt en jaagt. Wilde dieren worden nog volop geconsumeerd. Chen onthult de uitslag van een enquête onder ruim 20 duizend stadsbewoners: 46 procent van hen geeft toe weleens een wild beest te hebben gegeten, hoewel 81 procent dat verkeerd vindt.

De 50 duizend leden van Chens bond zijn ingeschakeld in bewustmakingscampagnes tegen het verhandelen en eten van beschermde dieren en voor het aannemen van nieuwe eetgewoonten. Besmettingsangst moet een schrikeffect hebben. Heel opportuun is gebleken dat onderschepte wilde apen die voor de slacht waren bestemd, geteisterd werden door hepatitis B, tuberculose en dysenterie.

Wat betreft het eten van honden en katten vraagt Chen om begrip. In Korea en Japan gebeurt dat ook, zegt hij, en veel Chinezen zijn nog zo achterlijk. Maar dierenmishandeling is ook volgens hem niet te tolereren. Gelukkig ziet Chen vooruitgang, zoals alle Chinese overheidsfunctionarissen in alle problemen altijd vooruitgang zien.

H ondenvrouw Lu Di schrijft de wreedheid tegen dieren voor een deel toe aan de Chinese culinaire en medische cultuur. Volgens een van de principes van de traditionele geneeskunde kunnen zieke lichaamsdelen immers beter worden door het eten van overeenkomstige delen van een dier. Dat verklaart de consumptie van gemalen tijgerbotten, het drinken van berengal, het eten van apenhersenen.

Ook de oude Confucius gaat niet vrijuit: 'Confucius zei dat het lekkerste voedsel bestaat uit vogels die nog vliegen, vissen die nog zwemmen, dieren die nog rennen. Uit dieren dus die nog leven.' Het taoïsme houdt zich stoïcijns op de vlakte: 'Een goed mens blijft ver uit de buurt van de keuken om de stervenskreten van de dieren niet te horen.'

En het boeddhisme, met zijn respect voor al wat leeft? 'Inderdaad eten de meeste boeddhisten geen vlees omdat voor hen alle leven heilig en gelijk is. Maar er zijn veel meer niet-boeddhisten.' De kern van het probleem, zegt Lu, 'is dat dieren niet geschat worden op hun eigen waarde, maar alleen op hun functie voor de mens.'

Een oud Chinees gedicht ziet kat, hond en kip als familieleden, licht ze toe. 'Niet vanwege henzelf, maar vanwege hun nut, want de kat vangt ratten, de hond beschermt het huis en de kip dient als wekker. Veel ouders nemen tegenwoordig een gezelschapsdier voor hun enige kind. En dieren verlichten de eenzaamheid van oude mensen. Het is beter dan vroeger, maar nog altijd gaat het niet om het dier zelf, maar om zijn nut voor de mens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden