'Heroïne is een zacht kussentje tussen mij en de harde werkelijkheid'

Ze gebruikten heroïne in de jaren zeventig en kwamen er tot de dag van vandaag niet vanaf. Hoe verliep hun leven? Drie verslaafden (70-plus) kijken terug.

Jan Jordaan: 'De ijzeren wil ontbrak omdat ik weinig had om nuchter voor te zijn.' Beeld Marc Driessen

Jan Jordaan (75) verhit met een aansteker wat heroïne op een stuk aluminiumfolie. Via een kartonnen buisje tussen z'n lippen ademt hij de kringelende damp in. Jordaan chineest op de rand van zijn bed in een portiekflat van een Haagse Vogelaarwijk, waar hij samen met zijn 50-jarige, verslaafde dochter woont. De huiskat laveert er tussen rondslingerende stapels papieren, boeken en gebruikersattributen: mesjes, zilverpapiertjes, spiegeltjes.

Jordaans dochter loopt jachtig rond, alsof ze voortdurend iets kwijt is. Even later staat ze aan zijn bed. 'Pa, heb je een methadonpil voor me?' Jordaan rommelt wat in het laatje onder het gebruikerstafeltje voor hem en overhandigt dan een grotendeels uitgedrukte medicijnstrip.

Als 16-jarig ketelbinkie gebruikte Jordaan in 1957 voor het eerst heroïne in de haven van Hong Kong. 'Een oude Chinees sprak mij en wat collega's aan op de kade. Hij vroeg: 'do you want to ride the dragon?' Hij gaf me een pakje heroïne en een grote lucifer waar folie om gewikkeld was. Daar kon ik mee chinezen.' Het liep uit op een teleurstelling. 'Ik voelde me een beetje verwarmd, meer niet.'

Mateloos drank- en drugsgebruik: voor Jordaan was het als zeevarende tiener normaal. Door de groepsdruk, zegt hij. Eigenlijk beviel alleen drank hem goed. In 1962 snoof hij voor het eerst cocaïne, in een hoerentent in de Colombiaanse stad Barranquilla.

Toen heroïne begin jaren zeventig zijn intrede in Nederland deed, ging Jordaan opnieuw af en toe gebruiken. Hij kende het middel, had er geen moreel bezwaar tegen, en excessief middelengebruik was na de zeevaart altijd in zijn systeem blijven zitten. Bovendien zat Jordaan in een Haagse horeca- en kunstenaarsscene, een hippiecultuur waarin drugsgebruik geaccepteerd werd.

Een groot deel van zijn leven worstelde hij met drank en drugs, maar pas in 1979 verloor de toen 38-jarige Jordaan de controle. Hij was inmiddels ambtenaar bij de gemeente Den Haag, werd als troubleshooter op moeilijke projecten gezet en kreeg de dagelijkse leiding over het Haagse Drugcentrum Prinsegracht 39, een gemeentelijke gebruikersruimte waar voornamelijk Surinaamse heroïneverslaafden kwamen.

Jan Jordaan (75)

Naam: Jan Jordaan
Geboren: Bandung (Indonesië), 1941
Opleiding: Mulo, Hbs, Sociologie aan Universiteit Leiden
Woonplek: Eigen woning in Den Haag
Drugs: Gebruikte vanaf z'n 16de af en toe harddrugs.Gebruikte marihuana, opium en speed en kampte met een alcoholverslaving. Raakte in 1979 verslaafd aan het roken van heroïne en later ook aan het roken van cocaïne. Krijgt sinds 2004 methadon en zit sinds 2013 in een programma voor medicinale heroïneverstrekking.

Daar ontstond zijn dagelijkse gebruik en afhankelijkheid van heroïne, en kort daarna ook cocaïne. 'Zien gebruiken, doet gebruiken: dat is mijn ervaring.' Ook zijn toen 16-jarige dochter raakte verslaafd aan heroïne.

Om zijn verslaving te bekostigen ging Jordaan het criminele pad op. In 1983 werd hij veroordeeld tot vier jaar cel voor een bankoverval op een Haags filiaal van de Slavenburg's Bank. Daarna zat hij om de haverklap celstraffen uit, vooral voor drugssmokkel. In de gevangenis ging zijn heroïnegebruik door. 'Vrienden smokkelden het naar binnen.'

Tot de bankoverval kickte Jordaan regelmatig af. Maar verwacht daarover geen heftige verhalen. 'Gewoon vier dagen goed ziek zijn en dan ging het wel. Hoe dat kan? Omdat ik een harde ben, dat zal het wel zijn. Ik deed het ook voor m'n dochter, die door haar gebruik echt naar de klote ging. Ze reageert heftiger op drugs en heeft geen rem.' Jordaans dochter wilde niets liever dan afkicken, maar ging keer op keer onderuit. 'Ze vervloekt de eerste dag dat ze gebruikte. Ik niet.'

Waarom ging ook hij altijd weer aan de drugs? 'Het is lekker en je komt er iedere keer weer mee in aanraking door de scene. Mijn hele vrienden- en kennissenkring gebruikt.' Na de bankoveral, die het definitieve einde betekende van zijn huwelijk, huis en gemeentebaan, was hij zelden langdurig clean. 'De ijzeren wil ontbrak ook omdat ik te weinig had om nuchter voor te leven. Dat is niet iets wat je op een dag bedenkt en besluit; het loopt gewoon zo.'

'Als ik niet gebruik, voel ik me lusteloos. Voor mij zijn drugs medicatie tegen pijn.' Jordaan weet dat de kiem hiervoor in zijn achtergrond moet liggen. In 1947 werd hij als 6-jarige met zijn Indische ouders naar Nederland gerepatrieerd tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Daarvoor, tijdens de Tweede Wereldoorlog, zat hij met zijn moeder in een Jappenkamp. In Den Haag groeide hij op met een agressieve, getraumatiseerde vader, een KNIL-militair die dwangarbeider bij de Birma-spoorlijn was.

Van heroïne, dat lijkt op morfine maar een sterkere werking heeft, wordt Jordaan rustig. 'Heroïne is een zacht kussentje tussen mij en de harde werkelijkheid: de onvermijdelijkheid van de dood, de monotonie van het bestaan, de uitzichtloosheid. Je gaat toch de pijp uit.' Van cocaïne krijgt hij een opkikker. 'Ik word er opgewekter van en praat wat meer. Daarom is het zo'n goede combinatie met heroïne.'

Het grootste gedeelte van de dag leest Jordaan boeken op zijn bed in een donkere hoek, een 2,5 meter brede strook van de woonkamer. Aan de ene kant staat een wandvullende boekenkast, aan de andere kant het bed, met ook daarop boeken tegen de muur opgestapeld: van Freud en Kant tot spionageromans van Ludlum. Af en toe zet zijn dochter wat eten en drinken op zijn gebruikerstafeltje: een pecanbroodje, een glas limonade.

Dagelijks wordt Jordaan om kwart voor 1 opgehaald door een busje van Regio Taxi Den Haag, dat hem naar de medicinale heroïneverstrekking brengt. Hij slikt drie pilletjes methadon, een voorwaarde voor deelname. Daarvan wordt hij niet high, maar het zorgt er wel voor dat de trek naar heroïne afneemt. Daarna rookt hij onder toezicht heroïne. Thuis gaat het gebruik met zijn dochter verder. Het wordt betaald van hun uitkeringen.

Julius Kowsoleea (70)

Naam: Julius Kowsoleea
Geboren: Paramaribo, 1946
Opleiding: Hogere Technische School
Woonplek: HVO-Querido in Amsterdam Zuidoost
Drugs: Begon midden jaren zestig te experimenteren met marihuana, opium en speed. Nam begin jaren zeventig voor het eerst cocaïne. Maakte in 1975 kennis met het roken van heroïne en raakte in de loop van de jaren tachtig verslaafd aan zowel heroïne (spuiten) als cocaïne (roken). Zit sinds 2014 in een programma voor medicinale heroïneverstrekking van de GGD, waar hij ook methadon krijgt. Rookt daarnaast geregeld cocaïne.

Als Jordaan gebruikt, vindt hij zijn leven minder saai. 'Normaal gesproken lees ik alleen boeken, maar dan krijg ik ook belangstelling voor andere dingen: vrouwen, televisie, films. Momenteel kijk ik met m'n dochter naar The Walking Dead.

Heeft zijn verslaving hem meer opgeleverd dan gekost? 'Ik houd het op een gelijkspel. Saai is mijn leven niet geweest, maar de prijs die ik ervoor heb betaald, is hoog. Financieel en sociaal. M'n huwelijk en vele vriendschappen zijn er kapot door gegaan. Er waren vrienden die vonden dat ik mijn dochter verslaafd heb gemaakt.' Is dat dan niet zo? 'Ik vind van niet.'

Voor zijn shot heroïne steekt Julius Kowsoleea (70) dagelijks om tien uur 's ochtends het fietspad over, de scheidslijn tussen de heroïneverstrekking van de GGD en zijn woonplek, een instelling voor verslaafde thuislozen in Amsterdam Zuidoost. In een witte gebruikersruimte, met één stoel, tafel en wasbak, zet hij de zojuist overhandigde schone naald altijd op dezelfde plek: zijn kuit. Een kwartier later is hij weer aan de andere kant van het fietspad - terug op zijn kamer.

Julius Kowsoleea: 'Als de heroïne verdwijnt, krijg je er leegte voor terug.' Beeld Marc Driessen

Percussionist Kowsoleea rookte in 1975 voor het eerst heroïne tijdens de pauze van een optreden in de Citadel, een Amsterdamse nachtclub vlakbij het Leidseplein. 'Een of ander onderwereldfiguur liep de kleedkamer binnen en vroeg of we wat nodig hadden. Dat gebeurde wel vaker. Het was een Surinaamse jongen, gekleed volgens de mode van die tijd: een pak met wijde pijpen, hoge schoenen met blokhakken en een vilten hoed. Ik dacht aan een snuif cocaïne, maar die jongen bood me een sigaret met heroïne aan.' Na een paar trekjes sprintte Kowsoleea kotsmisselijk naar het toilet. De volgende set zat hij in zichzelf gekeerd op het podium. 'In eerste instantie sloeg heroïne bij mij niet zo aan.'

Kowsoleea, die opgroeide in Paramaribo, kwam midden jaren zestig naar Amsterdam. Hij ging mee met z'n moeder, die voor kanker in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis werd behandeld. Toen ze kort daarna overleed, had hij z'n plek in de Amsterdamse muziekscene al gevonden. Kowsoleea speelde percussie in de band van Max Woiski junior, een bekende Surinaamse latinmuzikant. In de loop van de jaren zeventig werd hij een veelgevraagd freelancer. 'Wally Tax, Jan Akkerman, Thijs van Leer, Hans Dulfer: ik musiceerde met al die jongens.' Hij stond op North Sea Jazz en toerde de wereld over.

Alle drugs zag hij voorbij komen: opium, speed, cocaïne, heroïne. Heroïne gebruikte hij sporadisch, cocaïne regelmatig. 'Als ik bij een optreden coke gebruikte, kreeg ik extra energie en kon de hele nacht doorgaan. Ik werd creatiever, maakte de mooiste improvisaties, raakte in een soort trance. Een goddelijk gevoel.'

'Je geest wordt verruimd; je verlaat de gebaande paden. Soms kun je jezelf goed analyseren en beter leren kennen. Op ontdekkingsreis gaan, noem ik dat. Maar verlies je de controle over je gebruik, dan ga je snel en diep de put in. Een deel is dus goed voor je leven, een ander deel niet. Die twee moet je zien te scheiden en de grens daartussen is flinterdun. Ik had dat te laat door.'

Heroïne kwam pas in 1980 vol in beeld. Kowsoleea speelde met een ensemble in Spanje toen hij werd getroffen door het 'spijsolieschandaal' (door vervuilde bakolie kwamen minstens vijfhonderd mensen om het leven en raakten duizenden gehandicapt, red.). Zeven maanden lag hij in het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis met een zeer ernstige voedselvergiftiging. 'Eten en drinken hield ik niet binnen; ik woog 40 kilo. Toen bood een Surinaamse muzikant me een shot heroïne aan. Ineens kon ik wél voedsel binnenhouden. Ik dacht: dit is een wondermiddel.'

Tientallen keren probeerde Kowsoleea af te kicken. 'Dan wordt de heroïne eerst vervangen door methadon. Dat vermindert de trek naar heroïne en houdt het lichamelijke ontwenningsverschijnselen tegen. Maar als de methadon er na een week of twee helemaal af gaat, beginnen de poppetjes alsnog te dansen. Je moet overgeven, begint te zweten, krijgt diarree, hebt geen eetlust, kan niet slapen. Al je emoties, waar de heroïne altijd een warme deken over legde, komen vrij. Je ziet jezelf zitten op een bed in een kale kamer van de Jellinek. Dan dringt het volle besef door. Op emotioneel en creatief gebied sta je op nul. Nee, op min twee.'

Zonder heroïne kan hij zich niet op een natuurlijke manier ontspannen. 'Als de heroïne verdwijnt, krijg je er leegte voor terug. Je voelt je onzeker, bepaald niet swingend. Dat zit tussen je oren, niet in je lichaam.' De zucht naar het middel bleek altijd sterker dan zijn wil. 'Verslaving is het herhaaldelijk terugvallen in een patroon.' Voor hem is vriendschap daar een belangrijk onderdeel van. 'Als de dope op tafel komt, wordt het gezellig. Je komt los, zit op dezelfde golflengte en hebt goede gesprekken.'

Na zijn eerste afkickpoging was hij zeven maanden clean. Langer nuchter dan die periode in het midden van de jaren tachtig bleef hij nooit meer. 'De kloof tussen wie je bent en wie je wilt zijn, wordt almaar groter. Daardoor wordt de route naar herstel steeds moeilijker. Je hebt de boot gemist en het alternatief, een saai en braaf leven leiden, is niet per se aantrekkelijk.' Op hoog niveau musiceren zat er niet meer in. 'Zonder de muziek, de liefde van mijn leven, voelde ik me eenzaam. Het was de eenzaamheid die me altijd weer naar het gebruik toe dreef.'

Naarmate hij ouder werd, kreeg hij zijn drugsgebruik beter onder controle. Meestal steekt hij één keer per dag het fietspad over naar de heroïnepost van de GGD. Soms ook twee keer. De afgelopen week ging hij vaker twee keer. 'Ik heb net gehoord dat mijn zwager euthanasie krijgt en mijn tweelingbroer uitgezaaide kanker heeft. Mijn hoofd zit vol herinneringen en negatieve gedachten. Door de heroïne kan ik die gedachten beter op een ander spoor zetten. Het verlicht mijn brein een beetje.'

Terug op z'n kamer rookt hij geregeld cocaïne met zijn beste vriend, een Surinaamse gebruiker, die hij al decennia kent - en speelt Kowsoleea op zijn conga- en bongodrums. 'Het drugsgebruik en de muziek, dat geeft me nog plezier. Ik zit in een vicieuze cirkel waar ik niet meer uit kom.'

Ton de Tombe (70) woont in een Rotterdams tehuis voor oude drugsgebruikers - maar noem hem geen verslaafde. 'Dat zijn mensen die zeven dagen per week en 24 uur per dag met scoren en gebruiken bezig zijn. Ik kan nee zeggen tegen drugs. Ze kunnen het iedere keer voor m'n neus zetten en dan kan ik iedere keer weigeren.'

Bij een MRI-scan in 2015 werd hersenschade geconstateerd, witte stofafwijkingen, waardoor zijn geheugen is aangetast. De artsen noemden langdurig drugsgebruik als oorzaak. 'Het lijkt me sterk, hoor. Ik ken mensen die tien keer zo veel hebben gebruikt en die hebben geen hersenschade. Maar ja, als de experts het zeggen, zal het wel zo zijn.'

De Tombe rookte in 1974 voor het eerst heroïne bij vrienden thuis in Rotterdam-Zuid. 'Ik weet niet meer precies wie het me aanbood, wel hoe heftig het aankwam. Ik moest kotsen en was daarna totaal van de wereld. Het gevoel van een blowtje, maar dan tien keer zo sterk. Helemaal rustig en mellow. Heerlijk.'

Ton de Tombe (70)

Naam: Ton de Tombe
Geboren: Rotterdam, 1946
Opleiding: Grafische school
Woonplek: Stichting Humanitas in Rotterdam
Drugs: Experimenteerde vanaf begin jaren zeventig met diverse drugs, waaronder LSD en opium. Rookte vanaf 1974 tot 2000 heroïne. Nam na 2000 zelden nog heroïne. Krijgt tot op de dag van vandaag dagelijks methadon en gebruikt af en toe cocaïne. Blowt vanaf 1970 tot nu vrijwel dagelijks.

De vrienden met wie De Tombe gebruikte, maakten net als hij onderdeel uit van een hippiescene. Het middelpunt was poppodium Eksit, het Rotterdamse Paradiso van de jaren zeventig. De huisdealer was er nooit ver weg. 'Er werd flink geblowd en ook heroïne kon je er krijgen.' De Tombe had toen al met opium en LSD geëxperimenteerd. Heroïne spuiten deed hij in die tijd één keer. 'Krankzinnig lekker. Ik dacht: als ik blijf spuiten, ga ik volledig aan het gas. Juist daarom stopte ik er meteen mee.'

Maar ook aan heroïne roken raakte De Tombe verslaafd. 'De volgende dag voel je je zo klote dat je meteen weer wilt.' Na een paar maanden wist hij zijn dagelijkse gebruik te temperen met methadon. Volledig uit beeld verdween heroïne niet. 'Ik rookte het misschien een of twee keer per maand en soms een periode wat vaker.'

Ton de Tombe: 'Ik ben een gezellige vent met een positieve levensvisie.' Beeld Marc Driessen

De Tombe praat laconiek over zijn drugsgebruik. 'Als ik pijn aan m'n kop kreeg en misselijk werd, had ik blijkbaar toch te lang aan de heroïne gezeten. Ik ging dan als een speer naar de GGZ voor methadon.'

Begin jaren tachtig kwam De Tombe, die een softdrugshandeltje runde, in aanraking met cocaïne. 'M'n klanten boden het aan.' Ook die drugs beviel hem wel. 'Als ik coke gebruikte, voelde ik me helder en flitsend. Maar cocaïne nam ik ook niet zo vaak, hoor.'

Cocaïne snuiven en heroïne roken: De Tombe deed het thuis aan de keukentafel in Rotterdam-Zuid met vrienden en zijn vrouw, die al gebruikte voordat ze hem kende.'Vergelijk het met de sfeer in een buurtkroeg. Het middel is anders, maar de beweegredenen zijn hetzelfde. Het is lekker en gezellig.'

Leven bij de dag, er is geen morgen: het adagium van De Tombe in de jaren zeventig bleef bestaan. Zijn drugsgebruik zag hij niet als een probleem en paste in zijn levensstijl. Af en toe waren er baantjes: sjouwen in de haven, machinebankwerker in een scheepswerf, tapijtleggen.

Lange tijd wist De Tombe aan de goede kant van de lijn te blijven, al was de situatie rond 2000 even penibel. Hij had zich verloren in dagelijks heroïnegebruik. 'Ik denk hooguit een jaar.' Op eigen initiatief kickte hij thuis af. 'De heroïne werd duurder en m'n inkomsten gingen achteruit. Ik had geen trek om er lichamelijk en financieel aan onderdoor te gaan. Mijn gedrag begon op dat van een verslaafde te lijken.'

Hij bleef geregeld cocaïne gebruiken en de methadon werd nooit helemaal afgebouwd. Uit zijn zorgdossier, dat de Volkskrant met toestemming van De Tombe mocht inzien, komt het beeld naar voren van een verslaafde man. 'Ik ben het daar niet mee eens.'

Meerdere keren werd hij na cocaïnegebruik in het ziekenhuis opgenomen. 'Ik denk minder dan tien keer.' De eerste keer was in de jaren tachtig. 'Wat er gebeurde? Geen idee. Je wordt verward wakker in een ziekenhuis en kan je niets herinneren. Het zal wel de slechte kwaliteit van de cocaïne of een te grote hoeveelheid zijn geweest. Je schrikt je natuurlijk te pletter en neemt je ernstig voor dat het niet meer mag gebeuren.' Waarom ging hij toch door? 'Omdat het zo lekker is.'

Sinds de dood van zijn vrouw woont hij in het Rotterdamse tehuis voor verslaafde ouderen. Het verdriet was te groot, zegt hij. De Tombe verwaarloosde zichzelf, stopte met eten en drinken, betaalde z'n rekeningen niet en nam zijn epilepsiemedicatie en methadon niet op tijd in. Zijn woning moest ontruimd worden.

In zijn nieuwe kamer steekt hij regelmatig een blowtje op. 'Niet elke dag, ik denk vijf van de zeven dagen.' Bij het uitgeefluik op de begane grond krijgt hij dagelijks zijn pillen methadon, een relatief kleine dosis van 45 milligram. De Tombe weet dat hij zonder de methadon dezelfde afkickverschijnselen krijgt als van heroïne. 'Dus waarom zou ik stoppen? Ik heb geen zin om ziek te worden en hoef geen moeite voor de methadon te doen. Het Ziekenfonds betaalt.' Een keer bood een medebewoner hem cocaïne aan. 'Dat is dan een incidentje, hè.' De cocaïne viel verkeerd en De Tombe kwam bij in het ziekenhuis.

Hoe kijkt hij terug op zijn leven? De Tombe lacht. 'Ik zeg niet dat mijn leven een groot succes is, maar een totale mislukking is het ook niet. Ik ben een supergezellige vent met een ruime, positieve visie op het leven. Hier zit een tevreden zeventigjarige.'

Vergrijzing van verslaafden

Er zijn in Nederland 220 opiaatgebruikers die ouder zijn dan 65 jaar. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij om gebruikers van heroïne en/of methadon.

Dat blijkt uit de Kerncijfers Verslavingszorg 2015 van de Stichting Informatievoorziening Zorg (IVZ), een organisatie die de hulpvraag in de Nederlandse verslavingszorg in kaart brengt. Het aantal van 220 is waarschijnlijk redelijk precies, omdat oude heroïneverslaafden grotendeels in beeld zijn bij verslavingsinstanties.

Regelmatig is er sprake van het gebruik van meerdere drugs door elkaar, zoals heroïne en cocaïne. Van de 9.093 heroïnegebruikers die bij de verslavingszorg geregistreerd staan, nemen 2.823 mensen cocaïne als tweede middel. Over het totale aantal cocaïneverslaafden ouder dan 65 jaar worden in Nederland geen cijfers bijgehouden. De hulpvraag is wel bekend. In 2015 waren er 76 mensen van 65 jaar en ouder die zich met een cocaïneprobleem bij verslavingsinstanties meldden.

De groep heroïneverslaafden vergrijst. De gemiddelde leeftijd steeg van 41 jaar in 2005 naar 48 jaar in 2015. Van de 9.093 geregistreerde heroïnegebruikers zijn er 2.344 ouder dan 55 jaar. Omdat er nauwelijks nieuwe aanwas is, wordt de groep steeds kleiner. Volgens het Trimbos-instituut komt dat onder meer door het slechte imago van heroïne als 'loserdrug', de goede zorg in Nederland en de beschikbaarheid van andere drugs die goedkoper zijn en minder gezondheidsrisico's met zich meebrengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden