Henk van Straten is een leukere vader met wat Duveltjes op. Is dat erg?

'Als ik dat eerste biertje heb gedronken, hebben mijn jongens dat meteen in de gaten'

Schrijver Henk van Straten is naar eigen zeggen een leukere vader met wat Duveltjes op. Vlotter, zorgelozer, grappiger. Is dat erg?

Schrijver Henk van Straten met zijn jongste zoon. 'Hoor ik daar de pedagogen hun pennen slijpen?' Foto Jaap Scheeren

An inconvenient truth: ik ben een leukere vader na een paar Duvels. Ik zou hier heus graag iets anders vertellen, met een betere moraal van het verhaal op de proppen komen. Bijvoorbeeld hoe ik een betere vader werd na juist te zijn gestopt met drinken, en hoe ik mezelf al die tijd alleen maar had wijsgemaakt dat de biertjes me leuker maakten, en vlotter, en meer ontspannen, maar hoe dat in feite slechts het zelfbedrog van een alcoholist in ontkenning was geweest. Maar sorry, een dergelijk verhaal is dit niet.

Ik weet niet in hoeverre het stereotype van de neurotische schrijver is gebaseerd op de werkelijkheid. Ik kan alleen voor mezelf spreken: ik ben een neurotische schrijver. Ik hou van orde en regelmaat, van routine en rust - een poging me te wapenen tegen de ondraaglijke onbevattelijkheid van het bestaan - terwijl ik ondertussen verlang naar avontuur en wilde episodes met vrouwen in verre landen. Daar heb ik het maar druk mee, met die nijpende discrepantie. Ik kan er weinig bij hebben, ik schiet al snel in de stress. Herstel: ik heb altíjd stress. Ik loop aldoor rond met het gevoel dat er iets mis is, dat er iets niet klopt, dat er iets moet. Maar ik weet niet wat.

Een dergelijke aard is voor het vaderschap niet ideaal. Ik heb een kort lontje. Mijn zoons gaan steeds over de lijntjes heen die ik heb getrokken, de lijntjes die houvast moeten geven, die structuur moeten bieden. Als ik een hele dag met ze doorbreng, zie je als het ware mijn meter gestaag maar onverbiddelijk in het rood lopen. Ik reageer kribbig, ik word kwaad als het eigenlijk nog helemaal niet hoeft. Soms zie ik het gebeuren en ben ik getuige van mijn eigen ontploffing, maar ik kan niet meer ingrijpen, ik spoel mee in een woeste golf.

Mijn jongens weten dit. Ze kennen me en ze raken eraan gewend. Laatst werd ik woedend op de nieuwe spelcomputer, omdat die allerlei wachtwoorden en mailadressen moest hebben.

Ik dreigde het ding kapot te gooien. Mijn oudste zei tegen mijn jongste en diens vriendje: 'Gaan jullie maar even de tuin in. Ik let wel op papa.'

Hoe anders is dat na een Duvel of twee. Of drie. Of v... Nou ja, doet er niet toe. Hoe anders is dat na Duvel, laat ik het maar zo zeggen.

Foto Jaap Scheeren

Gezellige flesjes

Och, de Duveltjes. Mijn goede, bolle, hoppige vrienden. In die gezellige flesjes. Zo heerlijk polijsten ze mijn stekelige zenuwen glad, zo soepeltjes temperen ze mijn koortsige gedachten. Het is alsof ik van een kluwen prikkeldraad in een warm bad stap. Mijn hart, niet langer gehinderd en kleingehouden door mijn hoofd, wordt groter en groter. Alles is goed, de dingen zijn zoals ze zijn. Zie de zon eens mooi zakken, kijk mijn zoons eens heerlijk spelen, hoor mij eens vrolijk meezingen met de muziek. Weet je wat? Ik denk dat ik er nog eentje opentrek.

Een perfect glas Duvel: is er iets mooiers?

De paradox van drank: het is een vlucht, maar het voelt juist alsof je dieper het leven ingaat. Zeker bij die eerste twee. Een slinkse truc. (Ze hebben het spul niet voor niks Duvel genoemd.)

Soms, als ik er een of twee drink voor het eten, stel ik het koken uit. Niet eens zozeer omdat ik in koken dan geen zin heb, maar omdat ik weet dat voedsel me zal beroven van die heerlijke eerste roes, van het warme bad van die eerste twee drankjes. Want dat gevoel krijg je daarna niet meer terug. Drinken na het eten is heel anders; de schittering is eraf, het wordt banaal en log.

Als ik in de tuin zit, of op een terras of zo, en ik heb dat eerste biertje gedronken, dan hebben mijn jongens dat meteen in de gaten. Ik ben losser, zorgelozer, grappiger, gezelliger. Ik zet een muziekje op. Ik kijk vertederd naar ze, ben ontroerd door ze. Ik zie hoe groot ze worden, hoe ze hun eigen karakter beginnen te ontwikkelen. Een vleugje weemoed (och, nog even en ze zijn groot), een zweempje melancholie (het huwelijk dat niet meer is), een snufje angst (als hen maar niets overkomt), maar bovenal verwondering, liefde en acceptatie (mijn hart ontploft). Laat het leven maar geleefd worden, de dingen zijn zoals ze zijn en het is schitterend. De zon zakt, de bladeren ritselen, ik hoor de stemmen van mijn zoons alsof het al herinneringen zijn.

We kletsen. Ik luister. Ik laat ze vertellen. Ik vertel zelf ook. Misschien verhalen over vroeger, van toen ik nog jong was of van toen zij nog heel klein waren, of over mij en hun moeder. Ik neem er de tijd voor. Of we hebben het over het leven. Over vriendschap, het dierenrijk, noem maar op. We lachen. Ik neem nog een Duvel. Ik laat ze lekker spelen. 'Ik ga zo koken', zeg ik terwijl ik naar de koelkast loop. 'Goed, pap!', roepen mijn zoons vrolijk.

Ah, hoor ik daar de pedagogen hun pennen slijpen? Of misschien de ex-alcoholisten?

Ik schreef al vaker over drank en collega-schrijver Erik Jan Harmens, die ooit alcoholist was, heeft me wel eens gezegd zich te herkennen in mijn teksten; hoe hij was voordat hij zijn probleem erkende.

Maar ik weet niet of ik dat gevaar loop. Er zijn net zoveel dagen dat ik geen druppel drink. Drank gaat me op een zeker moment ook tegenstaan. Als ik op vakantie ben geweest en ik kom thuis, voel ik me een zompige zuipschuit en gooi ik, walgend, rigoureus het roer om.

Pedagogische kritiek

Ja, natuurlijk zou ik ook nuchter zo ontspannen moeten kunnen zijn. En zullen er mensen zijn die roepen dat er alternatieven voor Duvel bestaan. Mindfulness, yoga, whatever. Maar geloof me: die halen het niet bij twee Duveltjes.

Dan de pedagogische kritiek (stel ik me zo voor). Ik leer mijn kinderen dat drank lekker en fijn is. Ik leer hen gezelligheid te associëren met alcohol. Ze krijgen mijn slechte gewoonten ingeprent. En inderdaad: mijn oudste vraagt al vaak of hij een slokje mag (mag hij niet). Hij kijkt gebiologeerd naar het inschenkritueel, naar hoe het schuim majestueus zetelt op de gouden vloeistof. De toon is gezet, en dat is mijn schuld. Guilty as charged.

Maar voor mijn eigen verdediging: zelf heb ik ook fijne jeugdherinneringen aan mijn ouders die wat dronken en de gezelligheid die er dan ontstond. En wat nu als ik gewoon écht een leukere vader ben na die paar biertjes? Zijn de warme, liefdevolle momenten met mijn zoons minder waard omdat ze zijn ontstaan met behulp van twee of drie Duveltjes?

Nee, vooralsnog, tot het tegendeel wordt bewezen, zal ik vol lof praten over mijn Duvels, en over de fijne papa waarin ze mij veranderen.

Drank: wat is normaal?

Alcohol hoort er in Nederland gewoon bij. Maar wat kan wel en wat kan niet? We leggen je 11 alcoholdilemma's voor. Vergelijk jezelf hier met andere deelnemers.

Meer over