RECONSTRUCTIE

'Hele paragrafen, zelfs bladzijden schrijft hij over'

Wetenschappers zeggen dat Ahmet Akgündüz, de omstreden rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam, openlijk heeft plagieerd in zijn proefschrift en boeken. Zelf ontkent hij.

Het exterieur van de Islamitische Universiteit Rotterdam. Beeld anp

'Hele paragrafen, ja zelfs bladzijden schrijft hij over', zegt schrijver Emrah Cilasun in een e-mail aan de Volkskrant.

'Het plagiaat van Akgündüz is bekend en bewezen', beweert Hakan Erdem van de Sabanci Universiteit in Istanbul.

En de Turkse hoogleraar Ali Birinci - voormalig voorzitter van de Turkse Historische Vereniging - spreekt in een e-mail over 'het catastrofale plagiaat van Ahmet Akgündüz'.

Wat is er aan de hand met het werk van de rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR), die naar eigen zeggen circa honderd wetenschappelijke boeken schreef? Beging hij daadwerkelijk een wetenschappelijke doodzonde?

De woordvoerder van de instelling zegt dergelijke beschuldigingen 'zeer serieus' te nemen. En dus komt er na een vraag van de Volkskrant direct een commissie, die binnen twee dagen een voorlopig rapport presenteert. De conclusie: er is niets aan de hand.

Ook Akgündüz zelf wijst de beschuldigingen af, blijkt uit zijn antwoorden op schriftelijke vragen. 'Ik word beschuldigd op ideologische gronden.'

Erdogan

Ahmet Akgündüz, geboren in Turkije, staat sinds 2001 aan het hoofd van de Islamitische Universiteit Rotterdam. De onderwijsinstelling werd in 1997 opgericht door moslims uit Egypte, Marokko, Palestina, Somalië, Suriname en Turkije en is gevestigd in een oud schoolpand aan de Bergsingel. De circa 200 ingeschreven studenten kunnen er twee opleidingen volgen: een hbo-bachelor islamitische theologie, die opleidt tot imam, en een hbo-master islamitische geestelijke verzorging.

Sinds zijn aanstelling is de 60-jarige rector regelmatig negatief in het nieuws. Dat komt vooral door de politieke uitspraken van Akgündüz, die een fervent aanhanger is van de conservatieve AK-partij van president Recep Tayyip Erdogan. Zo zou hij volgens het Algemeen Dagblad vorig jaar op Facebook hebben geschreven dat mensen bij de Turkse verkiezingen niet moesten stemmen op de pro-Koerdische HDP. Een stem op die partij zou een stem op 'homoseksuelen, Armeniërs, terroristen, vijanden van de islam en anti-Turkse media uit Europa en Amerika' zijn.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) probeert al langer maatregelen te nemen tegen de rector, omdat zijn optreden volgens haar in strijd is met de Nederlandse waarden en normen. Momenteel heeft de minister echter geen mogelijkheden om in te grijpen, omdat het onderwijs bij de Islamitische Universiteit volgens de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) op orde is.

De Nederlandse overheid geeft geen subsidie aan de instelling, maar omdat deze wel officieel is erkend, hebben studenten recht op studiefinanciering en een ov-jaarkaart. Op dit moment wordt er door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onderzoek gedaan naar wie er achter de financiering van de IUR zit. Daarnaast heeft Bussemaker de Onderwijsinspectie gevraagd om verscherpt toezicht te houden op de universiteit.

Ahmed Akgündüz, rector van de Islamitische Universiteit. Beeld HH

Vertaald werk

Dat Akgündüz ook in verband wordt gebracht met schendingen van de wetenschappelijke integriteit, was in Nederland niet of nauwelijks bekend. Toch dateren de eerste beschuldigingen al uit 1991.

Toen verscheen een kritisch stuk over zijn dissertatie in het gerenommeerde Turkse tijdschrift Geschiedenis en Maatschappij. 'Wanneer we het werk van Akgündüz lezen is het onmogelijk om hier en daar niet te denken: 'heb ik hier te maken met een vertaald werk?' schrijft Hasan Yüksel, momenteel hoogleraar moderne geschiedenis aan Cumhuriyet Universiteit in de Turkse stad Sivas.

In het artikel plaatst Yüksel vraagtekens bij het proefschrift, dat gaat over de regels voor vrome stichtingen in het islamitisch recht. Het boek vertoont 'enkele grote gelijkenissen' met een Iraaks boek uit 1977, zegt Yüksel, zelf ook specialist op het gebied van vrome stichtingen.

Zowel de opzet van het boek als de voetnoten worden als verdacht bestempeld. 'Uit een willekeurige steekproef van de voetnoten in het boek', schrijft Yüksel, 'blijkt dat de in totaal 64 voetnoten met enkele toevoegingen identiek zijn aan de bronnen waarnaar Kübeysî (...) verwijst.' Yüksel constateert bovendien dat de bronnen 'in dezelfde volgorde zijn overgenomen'.

Bij het artikel voegt Yüksel ook enkele korte tekstfragmenten uit de twee boeken. Die vertonen inderdaad opvallende overeenkomsten, zo blijkt uit een beëdigde vertaling die de Volkskrant heeft laten maken.

Een boek van Ahmet Akgündüz.

Volgorde veranderd

De bevindingen van Yüksel bleven in de Turkse wetenschap niet onopgemerkt. In 2006 schreef Ali Birinci, voormalig voorzitter van de Turkse Historische Vereniging, een artikel over ethiek in de geschiedschrijving.

'Een van de meest opmerkelijke voorbeelden van plagiaat in onze jongste geschiedenis, misschien zelfs wel het eerste, is de manier waarop Ahmet Akgündüz een Arabischtalig boek over vrome stichtingen (van Muhammad Ubeyd al-Kubeysi) in het Turks heeft vertaald, zonder dat hij zelfs maar de volgorde van de voetnoten veranderde, en dat vervolgens als proefschrift bij de leden van de jury door de strot heeft geduwd.'

Volgens Birinci is Akgündüz 'met een sterk opgevoerde academische snelheid en dankzij zijn beschermheren (rector Halil Cin) in 1986 met de titel doctor, in 1987 met die van docent en in 1993 met die van professor vereerd.'

Hakan Erdem van de Sabanci Universiteit in Istanbul schreef in 2008 een boek over malversaties in de geschiedwetenschappen in Turkije. Ook daarin komt Akgündüz ter sprake. 'Zijn PhD-werk is een product van openlijk plagiaat en bij zijn latere werk was dat niet anders', schrijft Erdem in een e-mail aan de Volkskrant. 'Ik beschrijf dat in mijn boek. Het is algemeen bekend.'

Woordelijk hetzelfde

Het blijft niet bij die beschuldigingen. Emrah Cilasun, naar eigen zeggen 'een marxistische schrijver die meer dan dertig jaar in Berlijn woont', ontdekte tijdens het schrijven van een boek over Said Nursi dat de boeken die Akgündüz en Abdülkadir Badilli over diezelfde Koerdische islamgeleerde schreven opvallende overeenkomsten bevatten. 'Voor iemand die de titel professor draagt, zijn deze voorbeelden van plagiaat heel erg.'

Vijf boeken van Akgündüz over Nursi zijn inmiddels verschenen. Volgens Cilasun heeft Akgündüz 'enkele honderden' passages overgeschreven uit de biografie die de inmiddels overleden Turkse auteur Badilli in 1988 over Nursi schreef.

Op verzoek stuurde Cilasun enkele voorbeelden op. 'Het is duidelijk', zegt de Leidse hoogleraar Turkse taal en cultuur Erik-Jan Zürcher, die de fragmenten voor de Volkskrant met elkaar vergeleek, 'dat de teksten bijna woordelijk hetzelfde zijn.'

Na vragen van de Volkskrant over het vermeende plagiaat van Akgündüz riep de universiteit vorige week een onderzoekscommissie in het leven. Die commissie wordt voorgezeten door Ertu¿rul Gökçekuyu, een welbespraakte, in Leiden afgestudeerde politicoloog, die vice-voorzitter is van het college van bestuur van de IUR en woordvoerder van de instelling.

Binnen twee dagen stuurde Gökçekuyu een rapport van zeven pagina's met de voorlopige conclusies van de commissie, die alleen de stukken heeft beoordeeld die de Volkskrant heeft ingebracht. Op de laatste bladzijde van het rapport staat: 'Op basis van al het materiaal heeft de commissie niet kunnen beoordelen dat de heer Akgündüz plagiaat heeft gepleegd.'

Noch uit het rapport, noch uit latere correspondentie blijkt dat de IUR plannen heeft zelf nader onderzoek te verrichten naar het vermeende plagiaat.

'Het klinkt alsof de slager zijn eigen vlees keurt.' Pieter Drenth, emeritus-hoogleraar psychologie en hoofdauteur van de Europese gedragscode voor wetenschappelijke integriteit, heeft geen goed woord over voor de gevolgde procedure bij de IUR. 'De commissie die zo'n klacht behandelt moet onafhankelijk zijn, liefst bemenst door mensen van buiten de instelling. Daar zit zeker niemand van de directie in.'

Drenth verbaast zich ook over de snelheid waarmee de commissie tot een oordeel is gekomen. 'Drie zinnen kun je snel controleren, maar als het om substantiële stukken tekst gaat, kost het minstens een paar maanden om het keurig uit te zoeken. Ogenschijnlijk heeft men geen behoefte de waarheid boven tafel te krijgen. Het lijkt alsof iets onder het tapijt geschoven wordt.'

Logisch

Akgündüz reageert via zijn advocaat schriftelijk op vragen over de kwestie. Op de vraag of hij voor zijn proefschrift stukken heeft overgeschreven uit het Iraakse boek antwoordt Akgündüz: 'Sommige wetenschappers hebben verschillende van mijn boeken bekritiseerd. Maar niemand heeft me expliciet van plagiaat beschuldigd.'

Ook Yüksel doet dat niet, beweert Akgündüz. 'Hij claimt dat sommige onderwerpen lijken op onderwerpen in het boek van Al-Kubaysi in het Arabisch. Maar hij beschuldigt me niet van plagiaat.'

In het voorlopige rapport van de IUR liet de rector al optekenen dat het logisch is dat hij in zijn dissertatie naar dezelfde bronnen verwijst als Kubaysi, omdat dat immers de belangrijke documenten zijn in dat vakgebied. Hoe het komt dat de voetnoten in precies dezelfde volgorde staan, zegt hij niet.

Is er ooit onafhankelijk onderzoek gedaan naar zijn proefschrift? Ook daarop geeft Akgündüz geen duidelijk antwoord. Hij heeft zelf een uitgebreid artikel geschreven als antwoord op het artikel van Yüksel, zegt hij. En: 'De universiteit waar ik werkte, vond geen reden of achtergrond voor plagiaat.'

Sceptisch

Waar het de zesdelige biografie van Said Nursi betreft, benadrukt Akgündüz vooral zijn goede verhouding met Badilli - de auteur van wie hij 'honderden passages' zou hebben overgeschreven. Badilli heeft de eerste drie delen van zijn serie gelezen, zegt Akgündüz. Badilli heeft hem ervoor geprezen en Akgündüz geeft '1.601 verwijzingen in de vorm van voetnoten' naar Badilli's werk. De handtekening van Badilli staat zelfs in het boek.

Hoogleraar Zürcher - die zelf vrijwel identieke passages zag waarbij Akgündüz niet naar Badilli verwees - reageert sceptisch op het verweer van de rector. 'Het feit dat Badilli hem scans van al zijn archiefstukken ter beschikking heeft gesteld, betekent natuurlijk niet dat hij de tekst van Badilli zelf zo maar mag overschrijven.'

Akgündüz voert in zijn verweer nog een ander argument aan. Hij verwijst misschien niet naar Badilli, schrijft hij, maar wel naar oudere bronnen die Badilli gebruikt heeft, zoals een andere biografie van Said Nursi die is geschreven door diens neef Abdürrahman. 'Ik prefereer primaire bronnen boven alles', aldus Akgündüz.

Ook bij dit verweer zet Zürcher, die ook het boek van Abdürrahman bekeek, vraagtekens. In de drie boeken staan vergelijkbare passages, concludeert hij, maar de teksten van Badilli en Akgündüz lijken veel meer op elkaar dan op de tekst van Abdürrahman. 'Die passages zijn zo identiek dat je niet aan de conclusie ontkomt dat Akgündüz ze van Badilli heeft overgeschreven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden