Heilig, maar armlastig DE HERMITAGE ZOEKT NAAR MIDDELEN OM HET VERVAL TEGEN TE GAAN

'Mijn bouwlust', schreef Catharina de Grote, 'is sterker dan ooit. Geen enkele aardbeving heeft zoveel gebouwen ineen doen storten als wij oprichten.' In de Hermitage in St.-Petersburg bracht zij haar indrukwekkende kunstverzameling onder....

DE GESCHIEDENIS van huizen is soms boeiender dan het leven van de mensen, mijmert Konstantin Paustovskij in zijn memoriaal over de Russische Revolutie in Begin van een onbekend tijdperk. Huizen leven langer dan mensen en zijn soms getuigen van verschillende generaties. In het hoofdstuk 'Studiemateriaal ter bestudering van de geschiedenis van de Moskouse herenhuizen' klaagt hij over het feit dat niemand zich, op een paar lokale geschiedschrijvers na, de moeite getroost de geschiedenis van een oud huis na te pluizen. 'Ik ben ervan overtuigd dat, wanneer men de geschiedenis van een huis in zijn geheel zou reconstrueren', zegt Paustovskij, 'het leven van alle bewoners zou nagaan, hun karakters zou trachten te doorgronden, en de gebeurtenissen zou beschrijven die er hadden plaatsgevonden, er een sociale roman zou ontstaan die misschien belangrijker was dan de romans van Balzac.'

The Hermitage, 'biography of a great museum' van Geraldine Norman, is zo'n bewogen geschiedenis van een huis, weliswaar niet van een herenhuis in Moskou maar van een paleis en een museum in St.-Petersburg. De geschiedenis van de Hermitage is doortrokken van onontwarbare intriges, bloedige broedermoord, oorlogen en revoluties, machtswellust, heldendaden en boudoirliefdes.

Tegen de verveling werden er in de tsarentijd adembenemende feesten georganiseerd, bruiloftsfeesten voor wel veertig dwergenparen tegelijk. Je kon je in de Hermitage zoals in een theatervoorstelling vergapen aan honderden gasten, gekleed in oogverblindende kostuums, die er polonaises en quadrilles dansten. In het paleis was het een voortdurend komen en gaan van gasten, vorstinnen, koningen en kroonprinsen, gezanten en diplomaten, gardeofficieren van de huzaren- en kozakkenregimenten, koninklijke maîtresses en minnaars, en ook spionnen.

Het paleis was het pronkerige decor van het bewind van Catharina de Grote, die er haar intellectuele salon hield, van de moord op Raspoetin en van de Revolutie van 1917. Tijdens de Grote Oorlog was de Hermitage een lazaret en gedurende de memorabele belegering van het toenmalige Leningrad, van september 1941 tot eind januari 1944, was het museum een toevluchtsoord voor de uitgehongerde bevolking. Na de Tweede Wereldoorlog was de Hermitage, naast 'de grootste attractie van Leningrad' ook 'de geheime schatkamer' voor de oorlogstrofeeën, die na de val van het Duitse Rijk naar de Sovjet-Unie waren weggesleept. In kelders en op zolders werden tientallen 'geroofde' impressionistische meesterwerken verborgen, die pas in maart 1995 uit het donker weer tevoorschijn kwamen.

St.-Petersburg, zei Fjodor Dostojevski, 'is de meest fantastische stad ter wereld', een uit het moeras van de Neva geschraapte hoofdstad. In 1703 tekende tsaar Peter de Grote met de punt van een bajonet een cirkel in een grote kwak modder. Als zeeman en timmerman trok hij alleen rechte lijnen en cirkels, en dat zie je ook op de kaart van het kunstwerk waaraan hij zijn naam gaf: Petersburg, net de grachtengordel van Amsterdam, gebouwd op een omgekeerd bos van heipalen in de drassige moerasdelta aan de Finse Golf.

Duizenden lijfeigenen en Zweedse krijgsgevangenen bouwden er een stad - eerst van hout, later van Russisch graniet - met majestueuze gebouwen, brede boulevards en immense pleinen. Uit het poolijs, schreef Dostojevski, verrees 'een Italiaanse lente'. St.-Petersburg was in de tweede helft van de achttiende eeuw zonder twijfel een van de mooiste steden ter wereld, 'door tovenarij gesticht' - rapporteerde een lid van het Frans gezantschap in 1760.

'Ik heb de rang van leerling en zoek leraren', was het motto van tsaar Peter. Hij stuurde gezantschappen uit en ging zelf op reis, 'niet als nieuwsgierige toerist met alle tijd van de wereld om te genieten van de rariteiten van een vreemde cultuur', schreef de Russische historicus V.O. Kljoetsjevski, 'maar als arbeider die snel de noodzakelijke techniek waaraan hij gebrek had, wilde leren kennen'. Peter de Grote beoogde vooral een overzichtelijke en encyclopedische verzameling van kennis en wetenschappen.

Zijn belangstelling voor kunst is daarom moeilijk te peilen. Peter was vooral nieuwsgierig en leergierig. Hij stichtte naar Weens model een Wunderkammer, het eerste Russische museum, met in Holland en Duitsland gekochte preparaten, instrumenten, microscopen en lenzen, wetenschappelijke prenten en encyclopedieën.

In grote weckflessen dreven kinderbeentjes en -handjes, Siamese tweelingen, allerhande menselijke organen, alsook een kalf met twee koppen en een foetus met twee hoofden. Zijn curiositeitenkabinet op het Vasiljevski Eiland vlak bij de Hermitage had ook 'een diergaarde met menselijke monstruositeiten': een hermafrodiet - 'die is ontsnapt', weet Geraldine Norman - en Foma, de zoon van een boer uit Irkoetsk, 'die aan elke hand maar twee vingers had en twee tenen aan elke voet'. Na zijn dood werd Foma gebalsemd en opgezet, zoals ook het hart van Nicholas Bourgeois, de reus uit Peters 'mensentuin', een man die 2,27 meter mat.

Tsaar Peter bezocht in 1717 Versailles en het Château de Marly, 'hermitage en refuge' van de toen reeds overleden Lodewijk XIV. Hij kocht in Parijs schilderijen van Jean-Baptiste Oudry, Nicolas de Largillière en Hyacinthe Rigaud. Zijn tsaristische 'kunstronselaars' verwierven in Amsterdam werken van Rembrandt, Jan Steen, Adriaen van Ostade en Simon de Vlieger, de eerste stukken van de collectie van het latere Hermitage-museum.

Hij bouwde tegenover Kronstadt op het vasteland Peterhof, een van de vele tsaristische winterverblijven, zijn weelderige 'Versailles aan Zee'. Het paleis was de eerste Russische hermitage, een vorstelijk 'buitenhuis'. Peter de Grote imiteerde de Franse stijl, de style Louis Quatorze, liet prachtige Franse tuinen aanleggen en verfraaide de vertrekken met Hollandse meesters, zeegezichten van de door hem zeer bewonderde Ludolf Bakhuizen.

MAAR HET was Catharina de Grote die datgene verwezenlijkte waar tsaar Peter van droomde: Rusland werd in de tweede helft van de achttiende eeuw een grote mogendheid en St.-Petersburg 'de mooiste stad ter wereld'. Niet lang na de troonsbestijging van Catharina begon de Franse architect Jean-Baptiste Vallin de la Motte aan de bouw van een paviljoen, 'de Kleine Hermitage', vlak naast het Winterpaleis. Nog tijdens de werken, van 1764 tot 1775, bouwde Joeri Felten 'de Grote Hermitage', thans de Oude Hermitage geheten. St.-Petersburg werd een stad van steen.

'Ik ben stapelgek op architectuurboeken, mijn hele kamer is ermee bezaaid', schreef Catharina aan haar Parijse agent en consultant Grimm. 'Weet u, trouwens, dat mijn bouwlust sterker is dan ooit en geen enkele aardbeving zoveel gebouwen ineen heeft doen storten als wij oprichten. Bouwen is een vicieuze cirkel: het is geldverslindend en hoe meer je bouwt, hoe meer je wilt bouwen. Het is een ziekte, zoals dronkenschap.'

Catharina's Hermitage, gebouwd voor haar indrukwekkende kunstcollecties, was een soort private club, haar salon, een sociëteit voor kunstenaars en schrijvers. Er was een theater, er waren ontvangstzalen en boudoirs. Ze hield er soirées, Petits Hermitages voor zestig tot tachtig genodigden, Grands Hermitages voor ruim tweehonderd, met diner en bal. Voor die bijeenkomsten had Catharina een streng reglement uitgevaardigd: wapens en hoeden 'moeten worden afgegeven'; iedereen mag er blijven eten, maar 'drinken met mate, want iedereen moet op eigen kracht de vertrekken van de Hermitage kunnen verlaten'.

Weliswaar begon Peter de Grote met het verzamelen, maar de museumcollectie zou vooral onder het bewind van Catharina uitdijen tot de nu ruim drie miljoen gecatalogiseerde 'nummers' van het Russische Staatsmuseum Hermitage: schilderijen, tekeningen en sculpturen, penningen en munten, wonderbaarlijke automaten en Zwitserse klokken, kristal en zilverwerk. Ze was 'de moeder van de collectie'. Catharina kocht honderden schilderijen, Hollandse, Italiaanse en Franse meesters; ze verwierf de complete bibliotheken van Voltaire en Diderot. 'Hoe zijn wij veranderd', schreef Diderot. 'Wij verkopen onze schilderijen en beelden in vredestijd. Catharina koopt ze midden in een oorlog. De wetenschappen, kunsten, smaak en wijsheid vertrekken naar het noorden en barbarisme, met alles wat daarmee te maken heeft, zakt af naar het zuiden.'

Niet alle tsaren echter hadden belangstelling voor de kunsten. Tsaar Paul I hield vooral van militaire exercities en oefende dagelijks met zijn regimenten. Zijn keizerschap, vertellen historici, 'leek op een storm, die alles sloopt, alles uit elkaar slaat, alles vernietigt en alles verminkt, zonder dat daar iets goeds voor in de plaats komt'.

Nicolaas I - de 'gendarme van Europa' - verkocht én vernietigde schilderijen uit de collectie van Catharina. De Voltaire van Jean-Antoine Houdon vond hij een afschuwelijk beeld. 'Vernietig die oude aap', beval tsaar Nicolaas, een opdracht die de curatoren van de keizerlijke collectie gelukkig niet hebben uitgevoerd. Nicolaas verzamelde vooral oorlogstaferelen. Na de brand van 1837, toen het Winterpaleis bijna in vlammen opging, liet hij een patriottische 'oorlogsgalerij' inrichten met scènes van belangrijke veldslagen uit de Russische geschiedenis.

De Hermitage heeft barre tijden meegemaakt, niet alleen onder de tsaren of tijdens de Revolutie- en oorlogsjaren maar ook in de tijd van Stalin. Na de plundering van het Winterpaleis door de bolsjewieken tijdens de Oktoberrevolutie, grabbelden Lenin en Stalin in de privé-collecties. Alles van waarde werd geconfisqueerd.

'Vadertje' Stalin roofde honderden kunstwerken uit de Hermitage en liet ze tegen harde valuta verkopen aan westerse diplomaten en zakenlieden, of schonk ze weg in ruil voor kredieten voor de industrialisatie van de Sovjet-Unie. In The Hermitage herinnert Geraldine Norman aan het verhaal van conservator Tatjana Tsjernavin, hoe zij in de lente van 1930 na sluitingstijd de Annunciatie van Jan van Eyck van de museumwand haalde op bevel van het Volkscommissariaat voor Buitenlandse Zaken. In juni van dat jaar kocht de rijke Andrew Mellon voor een half miljoen dollar Van Eycks meesterwerk aan voor de National Gallery van Washington. Tientallen kunstwerken van Botticelli, Titiaan, Veronese, Hals, Rembrandt of Velazquez uit de voormalige collectie van Catharina hangen nu in Amerikaanse musea.

'De Hermitage is heilig', zeggen de ermitazhniki, de trouwe curatoren en medewerkers van het museum. Hun huidige directeur Michail Borisovitsj Piotrovski, zoon van de vermaarde egyptoloog en voormalig Hermitage-directeur Boris Borisovitsj Piotrovski, bestudeert de biografie van het gebouw, 'om te zien hoe de Hermitage zich gedragen heeft in tijden van nood, tegenover machthebbers, tegenover de meute'. De Hermitage, zegt Piotrovski, 'is allesbehalve een halfvergaan overblijfsel uit het verleden'. Er bestaat zoiets als 'de romantiek rondom de Hermitage'. Het is 'het huis' van Rembrandt en Rodin, van Manet en Matisse, en van honderden andere meesters en kunstenaars.

Maar de Hermitage is een oud en afgebladderd huis. Het gaat het museum bepaald niet voor de wind. Er hangt stof tussen de vervuilde schilderijen; de rode lopers zijn versleten; de airconditioning, ventilatie en verwarming zijn verouderd. Zonder aanwijsbare oorzaak sproeide de sprinklerinstallatie op een nacht tonnen water op het meubilair van het gerestaureerde theater van de Hermitage.

Er is aan alles gebrek. Er komen minder bezoekers, want in het failliete Rusland hebben mensen andere zorgen aan hun kop, en er is geen geld genoeg voor restauratie en aankopen. Directeur Piotrovski reist de wereld rond, op zoek naar fondsen en joint ventures, en regelt gezamenlijke museale projecten als 'De schatten van de tsaar' of 'Meesterwerken uit de Hermitage', waarmee het armlastige museum kan 'overleven'.

PIOTROVSKI wil ook een of meer dependances van het Russische Staatsmuseum Hermitage, waar gedurende een aantal maanden een keuze uit de museumcollectie kan worden getoond. Hij voerde in 1993 gesprekken in Londen, maar het eerste - en misschien enige - filiaal van de Hermitage komt in Amsterdam. Er is al een Stichting Hermitage aan de Amstel. Ernst Veen, directeur van De Nieuwe Kerk, heeft de 25 duizend gulden van zijn Amsterdamse IJ-prijs ter beschikking gesteld voor een haalbaarheidsonderzoek.

Amsterdam is enthousiast. Samen met zijn vriend Veen heeft Hermitage-directeur Piotrovski zijn oog laten vallen op het zeventiende-eeuwse Amstelhof aan de Amstel dicht bij de Stopera. Het Amstelhof is nu nog een verpleegtehuis voor 350 bejaarden. Bij de rijksoverheid echter liggen plannen voor een nieuw onderkomen in Diemen en Nieuw-Vennep.

Veen en Piotrovski willen zo snel mogelijk het Amstelhof verbouwen. In 2003, over nog geen vijf jaar, bestaat Sint Petersburg driehonderd jaar en dan willen Piotrovski en zijn trouwe ermitazhniki een nieuwe bladzijde schrijven over het grootste huis van

St.-Petersburg: de Hermitage.

Geraldine Norman: The Hermitage.

Jonathan Cape, importeur Nilsson & Lamm; 386 pagina's; * 76,20.

ISBN 0 224 04312 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden