fysiologie

Heeft zwemmen in het koude buitenwater écht van die fantastische gezondheidseffecten?

Zwemmen in koud water zou tal van voordelen bieden voor de gezondheid en innerlijke rust brengen. Wetenschapsjournalist en zwemmer Ernst Arbouw merkt daar zelf niets van, dus zocht hij het uit.

Ernst Arbouw
null Beeld Io Cooman
Beeld Io Cooman

Het Lauwersmeer is groot en grijs en spiegelvlak. Voor m’n zwembril slaan regendruppels uit elkaar. Ergens ver voor me zwemt iemand met een paarse veiligheidsboei: een paar slagen schoolslag, dan een stukje borstcrawl en dan weer schoolslag. Links daarvan dobbert het feloranje bootje van de reddingsbrigade.

Het gaat een beetje ver om stap voor stap uit te leggen waarom iemand op een sombere avond het Lauwersmeer overzwemt, maar de korte versie is dit: ik ben een van de duizenden sporters die de afgelopen jaren zijn begonnen met zwemmen in open water.

Openwaterzwemmen was vóór corona al bezig aan een flinke opmars, maar sinds de eerste lockdown, nu twee jaar geleden, lijken de wetsuits, veiligheidsboeien en andere buitenwaterzwemspullen niet aan te slepen. En hoewel harde cijfers ontbreken (openwaterzwemmers zijn vaak vrije vogels, die zich niet aansluiten bij een zwemclub en dus buiten zicht van zwembond KNZB blijven) lijkt de trend door corona flink toegenomen.

Er zijn goede verklaringen voor de populariteit van openwaterzwemmen. De sluiting van zwembaden tijdens de coronacrisis speelt een rol, net als het internationale succes van topsporters Ferry Weertman, Sharon van Rouwendaal en natuurlijk Maarten van der Weijden. Zwemmen in buitenwater geeft je bovendien een ander perspectief op de natuur. En het is gezond.

Vooral in Groot-Brittannië, waar openwaterzwemmen (wild swimming) nog populairder is dan in Nederland, gaan opvallend veel zwemblogs, artikelen en onlinevideo’s over het effect van zwemmen in koud water op je weerstand en vooral je mentale gezondheid. Zwemmen in koud water zou je innerlijke rust geven.

Daar merk ik alleen niks van. Terwijl voor me het bootje van de reddingsbrigade steeds verder uit zicht raakt, en achter me de Friese oever verandert in een dunne groene streep, lijkt mijn hoofd een echokamer vol stoorgedachten. Heeft die zeilboot me wel gezien? Wat fijn dat de belastingaangifte klaar is. Hoeveel inwoners heeft Grijpskerk en, in de herhaling: heeft die zeilboot me wel echt gezien? Innerlijke rust is mijlenver weg.

De Britse sportkoepel Swim England publiceerde in 2017 een overzicht waarin het op dat moment beschikbare onderzoek naar al dan niet vermeende effecten van zwemmen tegen het licht werd gehouden. Dat rapport lijkt de belangrijkste bron van de vaak stellige claims in de populaire literatuur, maar de conclusies van het overzicht zijn voorzichtig: zwemmen is mogelijk geassocieerd met een verminderde kans op vroegtijdig overlijden, zwemmen heeft mogelijk positieve gezondheids- en welzijnseffecten voor individuele patiënten en patiëntengroepen en er lijkt opkomend bewijs voor de fysieke en mentale gezondheidseffecten van zwemmen. Een andere niet onbelangrijke conclusie van het rapport: onderzoek naar zwemmen en gezondheid is zeldzaam en sporadisch.

IJswatergoeroe

Claims over koud water en gezondheid leiden opvallend vaak naar het gedachtengoed van de Nederlandse ijswatergoeroe Wim Hof, die meerdere gezondheidseffecten toeschrijft aan een combinatie van ademhalingstechnieken en onderdompeling in (ijs)koud water.

Matthijs Kox, verbonden aan het RadboudUMC in Nijmegen, onderzocht een paar jaar geleden precies die combinatie, met een voor sceptici van de Wim Hof-methode opvallende uitkomst: er lijkt inderdaad enig effect te zijn.

Kox en zijn collega’s ontdekten dat gezonde jonge mannen die door Hof waren getraind een minder actieve reactie van het immuunsysteem hadden dan de ongetrainde testgroep. Een verminderde immuunrespons zou in theorie heilzaam kunnen zijn voor mensen met een auto-immuunziekte zoals reuma.

In een reactie in de Volkskrant maakte hij zelf wel een kanttekening bij het resultaat: een minder sterke immuunrespons is niet hetzelfde als de bewering dat een ijsbad goed is voor het immuunsysteem. ‘Daar is geen enkel bewijs voor.’

De combinatie van ademhalingsoefeningen en koud water is bovendien niet ongevaarlijk: Hof kwam in 2016 in opspraak toen kort na elkaar vier verdrinkingsgevallen werden toegeschreven aan zijn methode.

Pas op voor onderkoeling

‘De nadelen van zwemmen in koud water zijn aanzienlijk beter beschreven dan de mogelijke voordelen’, zegt Heather Massey van de universiteit van Portsmouth. Massey is niet alleen onderzoeker aan het Extreme Environments Laboratory van de universiteit, ze is óók zwemmer. Ze vertelt hoe ze (‘Jaren geleden, het is een proces van heel geleidelijk wennen’) begon met hele korte periodes dippen in koud water. Dat bouwde ze uit door steeds een stukje verder te zwemmen. In 2019 zwom ze solo Het Kanaal over; in 2017 vertegenwoordigde ze Groot-Brittannië op het ijszwemwereldkampioenschap in Duitsland. In presentaties gebruikt ze een foto van zichzelf na die wedstrijd, hangend over een ballenlijn, duidelijk niet gelukkig. (‘Ik bleef nog even in het water om mijn tegenstander te feliciteren. Dat was niet verstandig.’)

‘We krijgen steeds meer signalen dat zwemmen in koud water of openwaterzwemmen een positief effect op je gezondheid heeft’, zegt Massey telefonisch. ‘Maar dat is vooral anekdotisch en er staan dus serieuze risico’s tegenover.’

Allereerst is er de koudeschok – een reflex waarbij onder plotselinge invloed van koud water de ademhaling versnelt. Belangrijk gevaar daarbij is dat je daarbij onvrijwillig een teug water inademt en verdrinkt, legt Massey uit.

In de tweede plaats verlies je in koud water na verloop van tijd controle over je spieren. ‘En als het niet meer lukt je ledematen te gebruiken, kun je je ademweg niet vrijhouden. Simpel gezegd: je mond en neus komen onder water. En dan kun je vrij makkelijk verdrinken.’

Tot slot is er het risico op onderkoeling – het proces waarbij de lichaamstemperatuur steeds verder onder de 37 graden komt. ‘Bij 35 graden kun je al gedesoriënteerd en verward raken, met alle bijbehorende risico’s. Lager dan 32 graden ben je zeer acuut in gevaar.’

Als eerste herkenningstekens van onderkoeling noemt Massey de vier umbles: fumbling, grumbling, stumbling en mumbling. Oftewel: onhandigheid, humeurigheid, struikelen en mompelen. (Zwemmen en struikelen gaan lastig samen, maar Massey wijst erop dat je de eerste vijftien minuten nadat je uit het water bent gekomen nog verder afkoelt en dus alsnog onderkoeld kunt raken.)

‘Zodra je bij jezelf of iemand anders die symptomen ziet, moet je direct het water uit.’

Massey publiceerde een paar jaar geleden met collega’s over een jonge vrouw met een lange geschiedenis van depressieve klachten. De vrouw wilde koste wat het kost stoppen met haar medicatie, waarna ze in overleg met een arts koos voor zwemmen in koud water. Met succes.

Bij het artikel zijn wel kanttekeningen: het gaat om één proefpersoon en de vrouw had van tevoren een nadrukkelijk doel: het beëindigen van haar medicatie. Bovendien raakte ze halverwege het onderzoek in verwachting en kreeg ze een kind – gebeurtenissen die fysiek en mentaal belangrijker lijken dan dagelijks een stukje zwemmen.

‘De anekdotische informatie is er. Onze taak is nu om te zorgen dat we betere data krijgen, om te zien of er echt een effect is. Daarnaast moet je je afvragen of het niet een beetje extreme oplossing is iemand helemaal in koud water te dompelen. Als we weten wat er in het lichaam gebeurt, kunnen we ook kijken of er slimmere, minder ingrijpende manieren zijn om hetzelfde effect te bereiken. Misschien bereik je hetzelfde effect door alleen iemands handen in koud water te dompelen. En misschien hoeft het water helemaal niet zó koud te zijn. Een graadje of 20 lijkt ook al te werken.’

Minder ingrijpende kou lijkt inderdaad gezondheidseffecten te hebben, zegt Wouter van Marken Lichtenbelt, hoogleraar ecologische energetica en gezondheid aan de Universiteit Maastricht. Zijn suggestie: zet thuis en op kantoor de thermostaat een paar graden lager.

Van Marken Lichtenbelt deed de afgelopen jaren onder meer onderzoek bij mensen met overgewicht en diabetespatiënten. Een iets koudere omgevingstemperatuur leek bij de onderzochte deelnemers een positief effect te hebben op insulinegevoeligheid en suikeropname in de spieren, vertelt hij. ‘De effecten van milde kou, zelfs al is het maar een uur per dag, zijn significant.’

Van Marken Lichtenbelt waarschuwt wel voor al te radicale conclusies. En, zegt hij: het lijkt niet alleen om kou te gaan. ‘Het lijkt erop dat juist de afwisseling tussen warme en koude omgeving effect heeft.’

null Beeld Io Cooman
Beeld Io Cooman

Weg van de stress

‘Ik ben geen wetenschapper, dus misschien kan ik je vraag beter beantwoorden met poëzie’, zegt schrijver, journalist en antropoloog Kirsten van Santen terwijl ze thuis in Leeuwarden twee koppen koffie op de keukentafel zet. Van Santen schreef het literaire zwemboek Water pakken, waarvoor ze van de Westerschelde tot Noord-Groningen sprak (en zwom) met de meest uiteenlopende mensen, van de naaktzwemmende dichter Piet Gerbrandy tot in neopreen gepakte zeezwemmers.

In het laatste hoofdstuk schrijft ze over haar eigen oversteek van het zeegat tussen Terschelling en Ameland, een zwemtocht door gevaarlijke getijdenstromen, deining en golven geïnhaleerd zeewater. Ze beschrijft onder meer hoe ze tijdens het zwemmen onder water overgeeft, buiten het zicht van de meevarende KNRM-reddingsboot. Niet per se een gezonde omgeving, geeft ze toe. Maar, zegt ze met enig understatement: ‘Het is een situatie waarin je je lichaam anders ervaart.’

Als de koffie op is, wandelen we in zwemkleding naar de Dokkumer Ee, waar Van Santen en haar buurtgenoten een zwemtrappetje aan de kade hebben geschroefd. (‘Illegaal, dus er kwam een heleboel gedoe van met de gemeente. De wethouder is hier persoonlijk komen kijken.’)

Met lange, ontspannen slagen gaat Van Santen langs pompeblêden. Op de rand van stad en weiland laat ze zich hangend op haar zwemboei meedrijven op de stroom. ‘Zwemmen betekent soms ook echt: ergens wegzwemmen. Weg van de waterkant, weg van allerlei dagelijkse stressdingetjes.’

Even later noemt Van Santen een begrip uit de antropologie: liminaliteit. ‘Een liminale fase is een symbolische overgang tussen twee werelden. Denk aan initiatierituelen die sommige volkeren hebben. Of carnaval, als alle traditionele rollen zijn omgedraaid. Of theater, op de grens tussen realiteit en fantasie.’ Water is net zoiets, zegt ze: een tijdelijke wereld waarin voor heel even alles anders is.

‘Ik bedoel het absoluut niet religieus, of spiritueel; ik ben niet echt een type voor mindfulness en ik heb niks met Wim Hof-achtige gezondheidsclaims, maar zwemmen geeft me voor even het gevoel dat ik in een magische wereld ben. Misschien is het wel het mooist verwoord door de Vlaamse dichter Paul Snoek: Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden