Günter Grass - Unterwegs von Deutschland nach Deutschland. Tagebüch 1990

Günter Grass is geen hartstochtelijke dagboekschrijver. Alleen als zich belangrijke politieke ontwikkelingen voordoen kan hij zich, naar eigen zeggen, gedwongen voelen de lessenaar te verlaten om de actualiteit van commentaar te voorzien....

Sander van Walsum

Grass, die meent dat Duitsland met Auschwitz het recht op nationale eenheid voor eeuwig heeft verspeeld, probeerde deze in zijn ogen rampzalige ontwikkeling te verijdelen. Hij spoorde zijn partijgenoten van de SPD tot harde oppositie aan tegen het beleid van ‘eenheidskanselier’ Helmut Kohl. Hij trok de Bondsrepubliek en de in staat van ontbinding verkerende DDR door om zijn landgenoten ervan te overtuigen dat een groter Duitsland ook zijn bescheidenheid zou verliezen. In zijn dagboek legde hij getuigenis af van zijn inspanningen.

Daarmee voorzag hij niet in een grote innerlijke behoefte. Hij lijkt vooral voor het nageslacht te hebben willen documenteren dat hij de wereld voor een herenigd Duitsland had willen behoeden. Daarbij verwees hij terloops naar zijn morele falen tijdens het Derde Rijk. Als ‘Hitlerjongen’ – zijn lidmaatschap van de SS liet hij onvermeld – was hij weliswaar ‘niet stram fanatiek, maar evenmin belast door twijfel’.

Met een humorloze ernst en gespeend van elke zelfspot hamert hij in zijn dagboek op de Duitse ondeugden die bij een Anschluss, zoals hij de hereniging meent te mogen noemen, zullen worden ontketend. Het evenwicht binnen Europa zal worden verstoord. De Oost-Duitsers zullen worden gekoloniseerd. De Oost-Europese staten zullen van hun net verworven vrijheid worden beroofd. Groot-Duitsland zal, kortom, de Tweede Wereldoorlog alsnog winnen. Zij het dat het daarvoor geen militaire middelen hoeft in te zetten.

Grass acht het streven naar een fusie van beide Duitslanden onverenigbaar met sociaal-democratische overtuigingen. Hij kan het zich derhalve niet voorstellen dat de ooit door hem vereerde Willy Brandt, destijds erevoorzitter van de SPD, oprecht was toen hij in januari 1990 ‘lippendienst aan de eenheid’ bewees. Zou Brandts jonge vrouw hem zijn nationale gezindheid hebben aangepraat, vraagt Grass zich af. Of wilde hij laten zien geen ‘vaterlandsloser Gesell’ te zijn? Dat Brandt gewoon verheugd zou kunnen zijn over het verdwijnen van de binnen-Duitse grens gaat er bij Grass in elk geval niet in. Even suspect in Grass’ ogen is ‘het nieuwe nationalisme’ van zijn vriend Fritz Raddatz, literatuurcriticus van Die Zeit en – tot zijn vlucht naar het Westen in 1958 – uitgever in de DDR. Grass veronderstelt dat hij zijn DDR-verleden ‘met de ijver van de bekeerling’ wil compenseren.

Grass is zich ervan bewust dat hij een verloren zaak dient. Maar hij geniet van de uitzonderlijkheid van het eigen gelijk. Met voldoening noteert hij dat een passant in Hannover hem voor landverrader uitschold, en dat hem in de trein van Göttingen naar Lübeck een briefje met verwensingen werd toegeschoven. Desondanks klinkt in de dagboeknotitie van 3 oktober 1990 enige bewondering voor de bondskanselier door. ‘Kohl lukt ook alles! Zelfs volle maan op de Dag van de Duitse Eenheid.’

Politici zijn voor Grass mensen die afstand doen van hun idealen – gesteld dat ze die ooit hadden. Bitter stelt hij vast dat Václav Havel een half jaar na de Fluwelen Revolutie ‘al helemaal bij de politici behoort’ – getuige het feit dat hij niet meer luistert, zijn gesprekspartner niet meer aankijkt, en geen belangstelling toont voor sociale vraagstukken. ‘Toch blijft het verbazingwekkend en bewonderenswaardig dat een volk zich onder moeilijke omstandigheden een schrijver als president veroorlooft: een prestatie die Duitsland nooit heeft geleverd.’ Grass hekelt de ‘te mooie toespraken’ van de toenmalige bondspresident Richard von Weizsäcker, en de retorische leegte van diens Franse ambtgenoot François Mitterrand.

Hijzelf is in beginsel echter competent om zich over elk politiek thema uit te spreken. Zo ontbiedt hij in december 1990 de latere SPD-voorzitter Björn Engholm bij zich om zijn ‘zienswijze op de toekomstige Duitsland-politiek’ te ontvouwen. Een herenigd Duitsland waarin hij zich nog enigszins behaaglijk zou kunnen voelen, zou sterk gedecentraliseerd moeten worden, zou een mede door kunstenaars en intellectuelen opgestelde grondwet moeten hebben, zou genereus moeten zijn bij de toekenning van de Duitse nationaliteit aan buitenlanders, en zou de bescherming van natuur en milieu tot zijn kerntaken moeten rekenen. ‘Engholm luisterde tenminste en maakte aantekeningen’, noteert Grass naderhand. Hij vreest echter dat het Engholm aan de ‘strijdbaarheid’ ontbreekt om de partij voor zijn mooie idealen te winnen.

Voor Grass is een breed maatschappelijk engagement een opdracht voor de schrijver. Politici dienen zich echter tot hun kernactiviteit te beperken. ‘Ook dat nog: schrijvende politici!’ hoont hij nadat SPD-leider Oskar Lafontaine hem had uitgenodigd voor de presentatie van diens boek Die Gesellschaft der Zukunft. Van de publicitaire plannen van SPD-politicus Norbert Gansel verwacht hij evenmin iets. ‘Helaas wil ook hij binnenkort een boek schrijven zonder ook maar te vermoeden wat dat betekent: een boek schrijven.’

Voor persoonlijke ontboezemingen of de optekening van relationele kwesties is het dagboek kennelijk niet bedoeld. Grass beschrijft de eerlijke ingrediënten waarmee hij warme maaltijden bereidt. Hij denkt na over personages van de in 1992 verschijnende vertelling Unkenrufe. Hij geeft lucht aan zijn zorg over klimaatveranderingen in het algemeen en gaten in de ozonlaag in het bijzonder. Hij beschrijft de dieren van het veld, de door bruinkoolwinning gehavende landschappen en andere motieven van zijn tekeningen. En hij ziet op tegen de ingreep aan zijn prostaat die hij in het najaar moet ondergaan. Maar van de opdracht iets van zichzelf en zijn particuliere gedachten aan het dagboek toe te vertrouwen ontslaat hij zichzelf met de eenvoudige erkenning dat het hem ‘zwaar valt ‘intiem’ te worden’. Misschien omdat hij dan onder ogen zou moeten zien dat hij zijn leven met listen en leugens draaglijk probeert te maken, veronderstelt hij. Daar is de kous dan ook mee af. Hij heeft geen waardering voor auteurs – zoals Philip Roth – ‘die voortdurend zichzelf tot thema maken’.

Een enkele keer ontstijgt Grass de door hemzelf gecultiveerde kilte. Bijvoorbeeld met de terloopse opmerking dat hij er spijt van heeft dat hij de CDU-politicus Wolfgang Schäuble kort voor de (mislukte) aanslag op diens leven tijdens een talkshow zo hard had aangepakt. Of met de onwillige erkenning dat hij tijdens de voetbalwedstrijd Duitsland-Engeland heimelijk op een Duitse zege had gehoopt.

Het verbazingwekkende van het dagboek is vooral dat het strookt met de huidige opvattingen van de 81-jarige Grass. Sterker: tijdens spreekbeurten prijst hij het opgewekt aan als een visionair werk waarin de ontsporing van Duitsland en de crisis van het kapitalisme zijn aangekondigd. ‘Vrijwel niemand zat er met zijn analyses zo vaak en zo fundamenteel naast’, commentarieerde de publicist Henryk M. Broder. ‘En vrijwel niemand wordt om zijn aanhoudende misgrepen zo vereerd als Grass. Hij belichaamt tenslotte een belangrijke deugd: standvastigheid ondanks alles.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden