GROTE WOORDEN

OMDAT we zo weinig onthaasten, is de gesproken taal te langzaam voor het huidige levensritme. Remco Campert stelde vorige week in CAMU voor om 'kortschrift', een gesproken steno-taal, te gaan gebruiken voor vaak terugkerende sitiuaties, vooral als je die uit weerzin snel wilt afdoen....

Korten we wel genoeg af? Arjan Ederveen creëerde vorig jaar in zijn tv-serie 30 minuten het VVD-Kamerlid Els Bongers, wier (gespeelde) teleurstelling verwoord werd met: 'dorie'. Een versnelling zat ook in zijn introductie als tv-discussieleider: 'We gaan vanavond praten en de problemen die daarbij komen kijken.' Het werd een fraaie 'dzkzy'.

'Op een geven ment' (gegeven moment) was een neologie van Kees van Kooten. Het opzettelijk afkorten van woorden is al heel lang gebruikelijk: 'lesbo', 'goog' 'disco', 'homo' (Frans Halsema: 'homosewelen'). Jan Kuitenbrouwer van de Turbo-boekjes noemde de jaren tachtig die van de 'afko', maar zag dat dit gebruik begin jaren negentig alweer op de terugtocht was. 'Ordi' (alleen voor meisjes), 'frust', 'arro' of 'buma' (burgermannnetje). Een 'bojo' of een 'nono' is evenzeer een 'fout iemand' (meestal met 'een verkeerde jas') die zich al gauw niet 'opti' voelt. Verder: 'Suri' (Surinamer), 'limbo', 'brabo', 'mayo' (op de friet) en een onaangename geur verspreidende 'rufto'. Zelf sta ik, als dumbo, nogal eens 'in duplo' (verbastering van 'dubio').

Kuitenbrouwer: Een afko is kort en eindigt op een goed in de mond liggende klinker, een 'i', 'a' of 'o' dus. Dat hadden de Fransen al lang geleden begrepen: 'p'tit restau' en 'c'est sympá'. Alsmede de Engelsen: 'weirdo', 'wino'. En de Duitsers: 'profi', 'realo'. Kuitenbrouwer vindt een bepaald kunstwerk 'oer en meta', maar wordt terecht gewaarschuwd dat hij niet te 'intueel' (variant op 'inteluelen' of 'interlektuelen') moet worden. Een gaaf voorbeeld van (en uit) Turbo-taal is: 'No way dat je mij die depri tent in krijgt, amigo'.

'Een netige zaak', zei ooit een VVD-Kamerlid bij een netelig probleem. Politici praten veel en rap en korten af. CDA-Kamerlid Van der Linden sprak vorig jaar op de tv over de 'intsieve vederij' en dank zij de NOS-inleiding bleek dat het over de intensieve veehouderij ging, toch al geen makkelijk onderwerp. Een vurig snelprater was vroeger Joop den Uyl. Onder de 'antsjnère ptij' moest de kenner de Anti-Revolutionaire Partij begrijpen, terwijl de 'mjeujènne' de hygiène van het milieu betrof. Later werden de leiders soberder. Bert de Vries maakte 'petij' van partij, terwijl Lubbers zijn vroegere vakgebied immer aanduidde met 'de ékenemie'.

Henry Faas, roemrucht parlementair redacteur van de Volkskrant, verzamelde in de jaren zestig versprekingen en onbedoelde verbasteringen in zijn rubriek Parlementaria en wel zo aanstekelijk dat de ongelukkigen ze zelf kwamen aandragen. Een klassieker werd de waarschuwing van KVP-minister Teulings: 'Ja meneer de voorzitter, dat kunnen we nu wel doen maar het zet geen doden aan de zeik.' Nederhorst (PvdA) in een warm pleidooi voor steun aan de Derde Wereld: 'de onthuppelingshulp'. En Kikkert (CHU) duidde op de frequente financiële meevallers: 'De minister van financiën heeft allerlei toevalletjes.'

Een commissievoorzitter gaf ooit het woord aan de PSP'er Bruggeman, terwijl diens buurman en partijgenoot op de lijst stond: 'Ik heet Burggraaf', riep deze. Voorzitter: 'Zo, dan heb ik u aardig tekort gedaan'. Voorzitters worden zelf nogal eens tekort gedaan, wellicht omdat veel sprekers het 'meneer de voorzitter' om de volzin gebruiken. Faas verzamelde: 'meneer de voorstemmer', 'meneer de voorzetter' en zelfs 'meneer de voorvader'. Gortzak (CPN): 'meneer de Gortzitter'.

De metafoor kreeg en krijgt nogal eens klappen van flodderige parlementariërs. Zo werd in 1949 door Wt. J. Bastiaan van de Staatsdrukkerij gebundeld: 'De vorige spreker heeft de spijker precies op de verkeerde kop geslagen.' 'Men heeft de koe bij de verkeerde horens gepakt.' 'De kunstmest is de reddende engel waarop de landbouw drijft.' 'Als Thorbecke nog leefde, zou hij zich in zijn graf omdraaien.' En: 'Het heeft weinig meer om het lijf dan een dooie mus met een lam handje.'

Britse voorbeelden in 1950 verzameld: 'Ons prestige is een dubbelsnijdend zwaard. Eén kant gaat omhoog, maar de andere kant gaat snel naar beneden.' Over de immer te lage defensie-uitgaven: 'Moeten onze jongens wachten tot zij vermoord zijn voor zij hun wapens mogen gebruiken?' Faas: 'De regering antwoordde niet bevestigend.'

Een Engels parlementariër ontkende dat een voorstel een door een berg gebaarde muis was. 'Dit wetsontwerp is een muis die genoeg vlees heeft om de ratten ervan te weerhouden het zinkende schip te verlaten.' Het kreeg een (weinig enthousiaste) meerderheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden