Nieuws

Groot onderzoek naar academische integriteit: ‘Ruim helft Nederlandse wetenschappers zoekt grens op van toelaatbare’

Meer dan de helft van de wetenschappers in Nederland geeft toe in zijn of haar werk regelmatig de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. Een op de twaalf zegt de afgelopen drie jaar zelfs wel eens onderzoeksresultaten verzonnen of aangepast te hebben.

null Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Dit blijkt uit de Nationale Onderzoeksintegriteitsenquête, waarvan de resultaten nu in twee nog niet door vakgenoten beoordeelde artikelen verschenen zijn. Ze werd verstuurd aan alle onderzoekers in Nederland. De respons bleef achter bij de verwachtingen, doordat veel instituten uit vrees voor negatieve publiciteit weigerden mee te werken. Niettemin blijft het ’s werelds grootste enquête op dit vlak tot nu toe: op 62 duizend uitnodigingen kwamen 6.800 ingevulde enquêtes binnen. Bij de universiteiten die zelf meewerkten aan de verspreiding was de respons 21 procent.

Het ene artikel focust op wetenschapsfraude en ‘bedenkelijke onderzoekspraktijken’, zoals het slordig beoordelen van het werk van collega’s of het slecht begeleiden van jonge onderzoekers. Het andere artikel draait onder meer om transparant werken. Wanneer onderzoekers bijvoorbeeld vooraf vastleggen wat ze gaan onderzoeken, kunnen ze niet achteraf de onderzoeksvraag aanpassen. Zo’n aanpassing vergroot sterk de kans dat ze een toevalsbevinding tot waarheid promoveren. Recentelijk was er bijvoorbeeld veel kritiek op het fieldlabonderzoek naar evenementen in coronatijd, waarvan de opzet pas laat werd gedeeld.

Speurwerk

Een bekend voorbeeld van fraude is het manipuleren van met de microscoop gemaakte foto’s en andere resultaten in medisch onderzoek. Oud-wetenschapper Elisabeth Bik specialiseerde zich in het opsporen daarvan, al erkent ze dat het vaak moeilijk te bewijzen is of er ook echt is gefraudeerd. Dat komt doordat onderzoekers vaak aangeven dat er ‘iets misgegaan moet zijn’. Haar speurwerk resulteerde onder meer vorig jaar in de terugtrekking van een artikel van het team van oud-minister en wetenschapper Ronald Plasterk.

De genoemde fraudepercentages verbazen Bik niet. ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat in ongeveer 4 procent van de biomedische artikelen met de plaatjes gerommeld is, maar dat is het topje van de ijsberg.’

Vooral jonge onderzoekers geven aan moeite te hebben om aan de standaarden van verantwoord onderzoek te voldoen en maken zich vaker schuldig aan ‘bedenkelijke onderzoekspraktijken’, al ligt het percentage in alle groepen rond de 50 procent. ‘Dat slordige wetenschap plaatsvindt weten we’, zegt Gowri Gopalakrishna, leider van het onderzoek en epidemioloog in het Amsterdam UMC. ‘Maar het gaat ons om de factoren die het in de hand werken.’

Om achter die factoren te komen, vroegen de onderzoekers naar werkomstandigheden. Vooral publicatiedruk – het afgerekend worden op zoveel mogelijk artikelen in zo vooraanstaand mogelijke wetenschapstijdschriften – lijkt van grote invloed. Bij wetenschapsfraude speelt ook de kans (zoals ervaren) mee om door de beoordelende collega-onderzoekers te worden betrapt.

Anonimiteit

De 8 procent wetenschapsfraude is flink hoger dan in eerdere studies. Een verklaring hiervoor is dat de onderzoekers bij hun enquête een techniek toepasten die de anonimiteit verhoogt. Tegelijk zou de grofweg 50 procent die zich schuldig maakt aan ‘bedenkelijke praktijken’ nog wel eens een onderschatting kunnen zijn, zegt Daniele Fanelli, wetenschapsethicus aan de London School of Economics en niet betrokken bij het onderzoek. ‘In de enquête waren die praktijken zo helder omschreven dat er geen twijfel over kon bestaan of ze door de beugel kon. Daardoor zijn de deelnemers misschien minder tot toegeven geneigd geweest dan in eerdere studies die het vager hielden.’

Fanelli denkt niet dat onderzoekers in Nederland onethischer werken dan elders. Met name sinds de affaire rond de frauderende psycholoog Diederik Stapel in 2011 loopt Nederland voorop in het stimuleren van wetenschappelijke integriteit. ‘Dus ik verwacht eerder dat in Nederland het bewustzijn heel hoog is van wat geoorloofd en gewenst is’, zegt Fanelli.

Kwantiteit

Dat bewustzijn blijkt echter niet genoeg om fraude en sloppy science uit te bannen, zegt Gopalakrishna. ‘Het gaat erom waar onderzoekers op afgerekend worden, en dat is op dit moment kwantiteit. In plaats daarvan wil je dat transparant, zorgvuldig onderzoek de norm wordt.’

‘Je merkt inderdaad dat hoe onderzoekers hun werk uitvoeren sterk afhangt van normen’, zegt Daniël Lakens, sociaal psycholoog aan de TU Eindhoven, die niet betrokken was bij het onderzoek. ‘Ik vertelde laatst een klinisch psycholoog dat we in mijn vakgebied steeds vaker onze onderzoeksmethoden vooraf publiceren. Zij was verbaasd dat het überhaupt nog geaccepteerd wordt als je dat niet doet.’

Aanvulling 9/7/2021: Aanpassing citaat Daniele Fanelli om beter onderscheid te maken tussen fraude en bedenkelijke praktijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden