Groningse voorouders hadden bijzonder dodenritueel

Het lijkt respectloos. Doden in het open veld leggen en ze laten opeten door dieren. Dat was wat bewoners van Noord-Nederland tot de 3de eeuw na Christus nog deden. Maar het was geen gebrek aan eerbied voor de overledenen, zegt Annet Nieuwhof. 'Het was een ritueel.'

Opgraving in de terp (wierde) Englum in Groningen.Beeld ijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie

De archeoloog, die vandaag promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen, deed onderzoek naar rituelen in het gebied van terpen (kunstmatige heuvels) in Groningen en Friesland. Aanleiding voor haar research was de vondst van acht menselijke schedels en schedelfragmenten, een stapeltje koeienpoten en potscherven. Die werden vijftien jaar geleden aangetroffen in een mesthoop in de Groningse wierde (Gronings voor terp) Englum. De schedels uit de 3de eeuw voor Chr. lagen in een cirkel bij elkaar - volgens Nieuwhof een van de aanwijzingen voor een rituele behandeling van de doden.

In de periode die Nieuwhof onderzocht - van 600 voor Chr. tot 300 na Chr. - was begraven volgens haar niet het gangbare ritueel. Dat was waarschijnlijk excarnatie, ofwel ontvlezing. Anders gezegd: de doden werden in de open lucht achtergelaten totdat aaseters het vlees van de botten hadden gepeuzeld.

Ontvlezing

Vermoedelijk waren het vooral honden die zich tegoed deden aan de overledenen. Nieuwhof: 'Bij de schedels zijn weinig andere botten gevonden - daar zijn honden waarschijnlijk mee aan de haal gegaan. Op andere plekken zijn botten gevonden met kauwsporen van honden.

Als er geen vlees meer op de botten zat, werden de beenderen verzameld en in of bij het huis begraven. 'Zo creeerden de bewoners voorouderlijke grond, een soort thuisgevoel.' Van achteloos omgaan met overledenen was geen sprake, zegt Nieuwhof. Vergelijk het met de luchtbegrafenissen in Tibet, waarbij doden in stukken aan gieren worden gevoerd.

Of excarnatie destijds ook in andere delen van Nederland gebruikelijk was, is niet bekend. Mogelijk gebeurde het elders ook, maar daar zijn weinig aanwijzingen voor. Daarbij speelt een rol dat botten in de Friese en Groningse kleibodem goed bewaard blijven, maar in zandgrond en andere bodemsoorten eerder vergaan.

Opgraving in de terp (wierde) Englum in Groningen.Beeld Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie.

Meer mogelijk

Nieuwhof is de eerste archeoloog die met de hypothese komt dat ontvlezing in Noord-Nederland gebruikelijk was. 'Ik wil aantonen dat in de archeologie meer mogelijk is dan de standaardbeschrijvingen. Ik wil het traditionele kijken loslaten en variatie in het menselijk handelen laten zien.' De promovenda erkent dat ze zich met haar stelling, gebaseerd op beperkte informatie, kwetsbaar maakt voor kritiek. 'Maar als je mijn argumentatie volgt, denk ik dat die tamelijk sluitend is.'

Archeoloog Nico Roymans, hoogleraar aan de VU, noemt Nieuwhofs proefschrift 'goed en vernieuwend'. 'Zij heeft op overtuigende wijze aannemelijk kunnen maken dat excarnatie deel uitmaakte van een dodenritueel. Een betere verklaring voor de vondsten hebben we niet. Er is geen alternatief.'

Opgraving in de terp (wierde) Englum in Groningen.Beeld Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden