Greep op ons eigen bestaan

Heeft iedereen verstand van sociale wetenschappen? Hadden ze gedacht. En daarom is een Gammacanon hard nodig...

Wat zou elk ontwikkeld mens eigenlijk moeten weten over de wereld waarin we leven? Minister Plasterk stelde deze vraag in zijn voorwoord bij de boekpublicatie in 2008 van de Volkskrant-Bètacanon.Het ging toen om vijftig kernbegrippen uit de natuurwetenschappen, beginnend met het getal nul en eindigend met de nanotechnologie. Een belangrijke en actuele selectie, maar geen encyclopedie van de natuurwetenschappen. In een encyclopedie zoek je op wat je niet weet, een canon laat zien wat je toch minstens paraat zou moeten hebben.

Vandaag de eerste aflevering van de Gammacanon. Ook weer vijftig lemma’s, maar nu uit de sociale- en gedragswetenschappen. De Bètacanon wilde een eind maken aan de ‘angst voor de bètavakken’ en het ‘aura van ontoegankelijkheid’ van de natuurwetenschappen. De sociale wetenschappen hebben met andere vooroordelen te kampen. Ze kunnen niet goed voorspellen, ze hebben geen verklarende theorieën en geen effectieve technologie. Onderzoeksuitkomsten zijn vaak banaal of vertellen in deftige woorden wat iedereen allang weet.

Dat laatste valt in de praktijk erg mee. Voorspellingen over de uitkomsten van een enquête kloppen meestal niet, maar als de resultaten bekendgemaakt worden, lijken ze meteen heel vanzelfsprekend. Als plotseling de gunst van de kiezers weer wat meer naar VVD en PvdA lijkt te gaan, wordt dat gezien als een verschuiving van de belangstelling van meer sociaal-culturele vraagstukken als integratie naar de problemen op sociaal-economisch gebied. Dat klinkt plausibel, omdat we voorkennis hebben van de standpunten van de verschillende partijen. Als ik bij een lezing aan de zaal vraag wie meer integreren in de Nederlandse samenleving, Turken of Marokkanen, is het antwoord bijna altijd de Turken. Toch is dat niet zo. In eerste instantie trekt de zaal dan de gegevens zelf in twijfel – ‘hoe hebben jullie dat onderzocht?’ –, pas daarna ontstaat er belangstelling voor de verklaring van het verschil tussen wat men dacht en wat werkelijk het geval is.

Dat is op zichzelf ook weer sociaal-wetenschappelijk te begrijpen. Anders dan de natuurwetenschappen gaan de sociale wetenschappen niet alleen over de ‘wereld waarin wij leven’, maar juist ook over de wereld waarvan wij zelf deel uitmaken en die we ook zelf maken. Niet ‘ontoegankelijk’, maar wel allerminst doorzichtig of tot in alle uithoeken bekend.

De Gammacanon laat niet alleen zien op welke manier de sociale wetenschappen, van antropologie tot sociologie en van economie tot psychologie, onze eigen wereld in kaart brengen, maar ook in hoeverre we daardoor ook via bijvoorbeeld beleid en hulpverlening beter greep krijgen op ons eigen bestaan. De Gammacanon wordt dan ook geen portrettengalerij van grote namen (Freud, Smith, Weber, Mead). Het gaat niet om de geschiedenis, maar om de prestaties van de sociale wetenschappen.

Taboe
Tien jaar geleden was het hele idee van een canon nog bijna een taboe. Voor een vaste lijst van officieel erkende kunstwerken, wetenschappelijke waarheden of verplichte literatuur leek de tijd toch echt voorbij. De ommekeer kwam in 2006, toen de Commissie-Van Oostrom een moderne canon van de geschiedenis presenteerde.

Inmiddels kun je al een canon van de canons opstellen. Er is een canon van de Nederlandse klassieke muziek, maar ook van de popmuziek, de film en het theater. Het aantal lokale en regionale canons is zelfs nauwelijks meer te tellen. De canon is echt een maatschappelijk verschijnsel van betekenis geworden. Althans in Nederland, maar misschien heeft men er in andere landen ook wel minder behoefte aan, omdat men al nooit afscheid genomen had van het idee van vaste waarden en een standaard.

Al te zwaar moet het nieuwe canondenken nu ook weer niet genomen worden. Bijna steeds is het een redelijk vrijblijvende poging om te laten zien wat belangrijk, interessant of kenmerkend is. De waardering van het publiek, populariteitspolls ‘de grootste Nederlander’) en verkoop- of bezoekcijfers leiden niet tot de opstelling van een canon. Daarvoor is het inhoudelijke oordeel van deskundigen nodig.

De vijftig lemma’s van de Gammacanon zijn gekozen door een commissie. Voor ieder lemma hebben we een auteur met overzicht over het vakgebied uitgenodigd. Net zo min als in de Bètacanon ligt in de Gammacanon het accent op de eigen Nederlandse bijdrage aan de ontwikkeling van de sociale wetenschappen. In de psychologie is er ook geen plaats meer voor een aparte psychologie van de Nederlander; in de sociologie, de economie en de politicologie wordt uiteraard wel en vaak ook veel aandacht gegeven aan voor Nederland specifieke omstandigheden en problemen.

Het begrip ‘gammawetenschappen’ is overigens een beetje een verlegenheidsterm. Net als ‘alfa’- en ‘bèta’-wetenschap is het een term die eigenlijk alleen in Nederland gebruikt wordt. Hier klinkt de traditie van het gymnasium nog in door. De klassieke talen zijn de specialisatie van de alfa-kant en wis-en natuurwetenschappen van de bèta-kant . Geneeskunde hoort dan weer bij de bèta-kant en rechten bij de alfa-kant. Voor de pas in de jaren zestig groot geworden gedrags- en sociale wetenschappen werd naar analogie daarvan het begrip gamma gemunt.

Een complete en ook logische scheiding tussen de verschillende wetenschapsgebieden is er niet. De Gammacanon is dan ook niet disciplinair van opzet. Dat zou ook niet terecht zijn. In de life sciences zien we geneeskunde, biologie en psychologie een steeds hechtere samenwerking aangaan. De verbinding tussen sociologie en psychologie, toch al nooit heel sterk, is vrijwel verdwenen, maar die tussen psychologie en economie lijkt juist steeds belangrijker te worden. In de criminologie gingen rechtswetenschap, sociologie en psychologie samen, maar neemt nu ook de betekenis van biologie en genetica duidelijk toe.

Sociologie had altijd al sterke banden met politicologie en bestuurswetenschap, maar ook met een typische alfawetenschap als geschiedenis. Culturele antropologie is weer duidelijk verbonden met de geesteswetenschappen, inclusief filosofie, godsdienst- en taalwetenschappen, maar de voor alle andere gammawetenschappen zeer belangrijke methodologische oriëntatie op wiskunde en statistiek is bij de antropologen weer veel minder aanwezig.

Net als de bèta-wetenschappen hebben de gamma-disciplines een verbinding met praktische toepassingen en een eigen technologie. Markt- en opinieonderzoek, psychotherapie, communicatiestrategieën en organisatiekunde zijn daar voorbeelden van, terwijl in de economie de afstand tussen wetenschapsbedrijf en praktische toepassing in veel gevallen meer een kwestie van vraagstelling dan van methode is. De aandelenoptiehandel vloeit bijna direct voort uit een nog maar kortgeleden geformuleerde theorie. Bijna niemand beseft nog dat inmiddels algemeen gebruikte begrippen als stress of trauma uit de psychologie afkomstig zijn.

Politieke voorkeur
Heel lang leek geluk een verschijnsel dat zich bijna per definitie aan wetenschappelijk onderzoek onttrok. Nu weten we heel veel over geluk en ook over de oorzaken van verschillen in geluk tussen mensen en samenlevingen. Wekelijkse en zelfs dagelijkse metingen van politieke voorkeur zijn heel gewoon geworden, maar het opinieonderzoek is net zo goed een uitvinding van de gamma-wetenschappen als het psychologisch experiment of het testbatterijtje om de intelligentie te bepalen.

De culturele antropologie heeft op het eerste gezicht bizarre gebruiken begrijpelijk gemaakt door de logica die eraan ten grondslag ligt te onderzoeken en te beschrijven. Mede daardoor zijn we meer gaan beseffen dat onze eigen levenswijze niet zo ‘natuurlijk’ is als we geneigd zijn te denken. We zijn niet de maat der dingen, maar we kunnen de dingen wel steeds beter meten.

In de Bètacanon kwamen reductionisme (wat zijn de elementaire bouwstenen?) en emergentie – het geheel is meer dan de som der delen – als de belangrijkste verbindende mechanismen van de bèta-wetenschappen naar voren. Reductionisme is in de gamma-wetenschappen vooral aanwezig als methodologisch principe, als een manier om bijvoorbeeld in de vorm van modellen of als-dan-uitspraken greep te krijgen op de grote complexiteit van sociale verschijnselen. Emergentie (‘dit was er nog niet’) en contingentie ( ‘toeval’) zijn bij uitstek kenmerken van het gedrag van mensen. De gamma-wetenschappen proberen dat gedrag en de gevolgen daarvan te beschrijven, te interpreteren, te verklaren en te ordenen in patronen en modellen. De kredietcrisis heeft laten zien dat de werkelijkheid zich van de modellen niets aantrekt. Wetenschappers gaan dan eerst beschrijven wat er gebeurt, hoe dat verklaard kan worden en wat dat moet gaan betekenen voor de modellen.

De Gammacanon is geen encyclopedie van de sociale wetenschappen. We willen met behulp van een aantal belangrijke concepten, theorieën en verschijnselen laten zien wat de bijdrage van de sociale- en gedragswetenschappen is aan de kennis van onszelf, van onze omgang met schaarse middelen en van de wijze waarop we met elkaar vormgeven aan een samenleving die ook óns weer gevormd heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden