Graven naar mysteries

Voor het eerst in dertig jaar graven archeologen in de grafheuvels van Kroondomein het Loo in Apeldoorn. ‘Deze heuvel is eigenlijk een klein Pompeï, alles is erin bewaard gebleven.’ Door Marlous van Merkenstein en Mariken Smit..

‘Eindelijk droog!’ dacht David Fontijn (36) opgelucht toen hij woensdagochtend uit het raam keek. De Leidse archeoloog moest zich enkele dagen eerder nog met zijn hele ploeg razendsnel uit de voeten maken. De bliksem dreigde in te slaan op de plek die hem al jaren intrigeert: twee grafheuvels van vierduizend jaar oud, verscholen in de bossen van Kroondomein het Loo bij Apeldoorn.

Ondanks het slechte weer werkt de ploeg van vijftien archeologen en studenten van de Universiteit Leiden stug door aan het blootleggen van de twee grafheuvels, die waarschijnlijk tot de oudste van Nederland behoren. Ze stammen uit het neolithicum oftewel de late steentijd.

Vandaag kunnen eindelijk de regenjassen uit en wordt er zelfs in blote bast gegraven. De ergste regenplassen zijn alweer verdwenen, maar hier en daar bedekt een klein laagje verse modder de zorgvuldig blootgelegde bodem. Niet ideaal want ieder steentje, takje of verkleuring in de ondergrond herbergt een schat aan informatie.

Fontijn is de eerste archeoloog in dertig jaar die weer in de grafheuvels graaft. De twee met gras en varens begroeide bergen die normaliter de aandacht niet zouden trekken, zijn met precisie opengehakt. Uit de grootste heuvel is een kwart weggehakt, uit de kleinste twee kwarten. Archeologiestudenten scheppen laag voor laag de diepte in. Er mag geen spade de grond in voordat de bodem is onderzocht door een speciale grondradar, geleverde door TNO, en een metaaldetector. Foto’s van bovenaf leggen de coördinaten van de heuvels vast.

Potjes en pijlpunten

Potjes en pijlpunten
Archeoloog Christian van der Linde (31) staat achter een grote tekentafel, middenin de grote grafheuvel. Met een ouderwets kleurpotlood kleurt hij per bodemlaag de verschillende tinten bruin in op een kaart.

Potjes en pijlpunten
Kan die bovenste laag niet gewoon met een paar scheppen door een graafmachine verwijderd worden? ‘Nee!’, reageert hij geschokt. ‘De hele grafheuvel bergt grafgiften, wapens, potjes en pijlpunten in zich. Stel je voor dat we iets beschadigen.’ Hij meet een kruis op dat is uitgespaard in de afgegraven bodem van de grote grafheuvel. ‘Deze grondlaag wilden we niet volledig afgraven. We vermoeden dat ter hoogte van dit kruis een graf heeft gezeten en als we alles weggraven, kunnen we deze grondlaag niet meer lezen.’

Potjes en pijlpunten
Nederland is bezaaid met grafheuvels, maar sinds de jaren zeventig zijn de opgravingen gestaakt. ‘Wetenschappers dachten dat ze voldoende wisten en vervolgens zijn de heuvels tot monument verklaard’, zegt expeditieleider Fontijn. ‘Maar we weten eigenlijk helemaal niets.’

Potjes en pijlpunten
Hij wil in drie weken maar liefst drie mysteries oplossen: werd er tussen de grafheuvels ook gewoond, hoe zag de omgeving eruit en – ook niet onbelangrijk – wie werden er eigenlijk begraven? ‘De gangbare theorie dat grafheuvels alleen voor de elites waren, klopt niet’, zegt Fontijn, die tot eind deze week kan graven. ‘Ik heb eerder een aantal rare graven gevonden, die die aanname doen wankelen. Er werden ook kinderen in begraven en niet ver hiervandaan heb ik een graf van een koe ontdekt. Het waren ook geen familiegraven, want daarvoor zijn het er te weinig. Vaak liggen de heuvels ook in rijen, maar waarom? Niemand weet het.’

Potjes en pijlpunten
Tussen de grafheuvels gooit een graafmachine een aantal sleuven dicht. Ze zijn uitgebreid in kaart gebracht. Het is voor het eerst dat er niet alleen in, maar ook tussen de grafheuvels wordt gegraven. ‘Kijk’, zegt Fontijn. ‘Volgens mij heb ik hier een greppel te pakken’. Hij wijst op een kleine knik in de grondlaag van een ‘put’ – een archeologenterm voor sleuf – naast de grafheuvel. Wie goed kijkt, ziet in de knik een lichte verkleuring van de grond. Voor Fontijn kan dit het beslissende bewijs zijn voor zijn vermoeden dat er rond de grafheuvels ook werd gewoond. ‘We hebben ook een stuk van een maalsteen gevonden en sporen van huizen, maar die moeten we nog dateren.’

Potjes en pijlpunten
De exacte locatie van zijn opgraving maakt Fontijn aan zo weinig mogelijk mensen bekend, want anders komen er rovers op af. ‘Het is heel triest, maar die deinzen er niet voor terug overal zelf in te graven. We nemen ook alles wat we vinden mee.’

Potjes en pijlpunten
Overigens konden de toenmalige eigenaren er ook wat van. ‘Kijk’, zegt Fontijn, ‘dat grote gat dat je daar ziet in de kleinste grafheuvel, is een schatgraverskuil uit de 19deeeuw. Waarschijnlijk hebben notabelen die gemaakt. Dit is het Kroondomein en behalve zwijnen jagen vonden ze schatgraven ook een leuke bezigheid’, grinnikt hij. ‘Of er toen iets is gevonden? Niemand die het weet.’

Potjes en pijlpunten
Koningin Wilhelmina toonde meer verantwoordelijkheidsgevoel en liet 101 jaar geleden voor het eerst onderzoek verrichten naar de grafheuvels door de Universiteit Leiden. Fontijn zet deze traditie nu voort. Het gebied leent zich uitstekend voor onderzoek. ‘Deze heuvel is eigenlijk een klein Pompeï, alles is erin bewaard gebleven. Dat komt omdat de grond hier zo nat is. Omdat het op het kroondomein ligt, liepen er altijd opzichters rond en kon niet jan en alleman hier plaggen steken, iets wat andere grafheuvels wel heeft beschadigd.’

Potjes en pijlpunten
Uiteindelijk wil hij het centrale graf vinden, waaromheen de grafheuvel is opgeworpen. Gisteren sprong hij alvast een gat in de lucht toen er een hele bol met botjes tevoorschijn kwam onder de schep van een student. ‘Het was een crematiegraf dat waarschijnlijk duizend jaar later in dit graf is bijgeplaatst. Na de crematie zijn de botten waarschijnlijk in een doek gewikkeld, vandaar dat ze in een bol zaten. Deze vondst duidt erop dat er ook in deze periode menselijke activiteit kan zijn geweest rondom de grafheuvels. Daar hadden we nog geen aanwijzingen voor.’

Potjes en pijlpunten
Het onderzoek gebeurt op initiatief van de gemeente Apeldoorn, die steeds meer vragen kreeg van wandelaars en fietsers in het gebied. ‘Iedere keer stond ik met mijn mond vol tanden’, zegt de Apeldoornse stadsarcheoloog Maarten Wispelwey (40). ‘Met de uitkomsten van dit onderzoek willen we het publiek beter informeren. Daarmee trekken we hopelijk ook meer bezoekers naar dit gebied.’ Ook de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumentenzorg (RACM), TNO en de beheerders van het gebied werken mee aan het onderzoek.

Potjes en pijlpunten
Fontijn vindt het ‘kicken’ dat hij zich aan de hand van een ogenschijnlijk onopvallende heuvel een beeld kan vormen van de toenmalige samenleving. ‘Grafheuvels zijn de oudste aanwijzingen van een cultuurlandschap in Nederland. Pas daarna kwamen de Romeinen. Waarschijnlijk hebben hier boeren gewoond.’

Potjes en pijlpunten
En dat waren ‘sterke gasten’. Een grafheuvel werp je niet zomaar even op. Hij klimt op de grote grafheuvel en wijst op nauwelijks zichtbare patronen van bruine en zwarte grond. ‘Dat zijn restanten van plaggen, waarvan de heuvel is gemaakt. Je kunt precies zien hoe de werkploegjes stapelden en zelfs of ze in één klap een hele draagbank met plaggen hebben omgekiept. Het zijn plaggen van bijna een meter, dat is echt spierballenwerk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden