Gooi met nutteloze dingen niet jezelf weg

In onze opruim- en vernieuwingsdrift slaan we te ver door, vindt Frank Meester. Ogenschijnlijk nutteloze spullen en gebruiken hebben onvermoed waardevolle functies.

Beeld Gees Voorhees

Een vreemdeling die nog maar kort in Parijs woonde en de Franse taal niet machtig was, ging elke dag met de metro naar zijn werk. Hij kon de bordjes met de namen van de metrohaltes niet lezen, toch wist hij precies waar hij moest uitstappen. Hij herkende zijn halte aan een gigantische Yves-Saint-Laurentreclameposter die daar aan de wand hing. Toen er na een maand een andere reclame was opgehangen, wist hij niet meer waar hij moest uitstappen en kwam veel te laat op zijn werk.

We leven in een snelle tijd die gericht is op efficiency, verandering en vooral vernieuwing. Het nieuwe is alleen al goed omdat het nieuw is. Al die oude meuk kan weg. Niet voor niets is de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo populair. Kondo raadt ons in haar bestseller Opgeruimd! aan om elk voorwerp in ons huis in de hand te nemen, het goed in ons op te nemen en ons af te vragen of we er gelukkig van worden - Does it spark joy? is niet voor niets de titel van de Engelse versie. Als dat niet het geval is, kan het ding zonder scrupules de vuilniszak in. Zo wordt ons huis steeds leger en houden we alleen de essentiële dingen over. En als we later iets toch nog nodig blijken te hebben, dan is dat volgens Kondo niet zo'n probleem, want we kunnen het zo weer aanschaffen. Kondo's boek verandert je leven. Als je het uit hebt, valt je op wat een troep er overal ligt.

Homo faber

Ik ben niet tegen een opgeruimd huis, en in het verlengde daarvan een opgeruimd leven, een opgeruimd land en een opgeruimde wereld, toch denk ik dat we niet zomaar alle ogenschijnlijk waardeloze dingen moeten weggooien. Dingen hebben onvermoede functies, ze zijn onze oriëntatiepunten, geven soms - de reclameposter - letterlijk richting aan ons leven, en maken ons misschien zelfs tot wie we zijn.

De Amerikaans-Duitse filosoof Hannah Arendt beschrijft in haar boek De menselijke conditie ons actieve leven. Dat zou bestaan uit drie domeinen: arbeiden, werken en handelen. Hoewel handelen voor Arendt het belangrijkste is, wil ik het nu juist over die eerste twee hebben: arbeiden en werken. Je zou zeggen dat het om synoniemen gaat, maar Arendt maakt er een onderscheid tussen. De arbeider produceert dingen die we verbruiken, zoals eten. Producten die essentieel zijn voor het voortbestaan, maar die ons maar weinig doen verschillen van andere dieren. Daarom is de arbeidende mens ook de animal laborans: het arbeidende dier.

De werkende mens daarentegen maakt dingen die we gebruiken, die dus een zekere mate van duurzaamheid hebben. Arendt noemt deze producent van dingen de homo faber, die, in tegenstelling tot de animal laborans, dus al echt een homo, een mens, is. De werkende mens fabriceert de dingen die ons omringen, de tafels en stoelen, de gebouwen, de kunstwerken, de metrohaltes. En zo richt de homo faber de aarde in met artefacten die vaak langer meegaan dan een mensenleven, die verschillende generaties met elkaar verbinden, waardoor een traditie of cultuur ontstaat. Misschien hebben veel van deze dingen hun oorspronkelijke functie al lang verloren, maar voor wie wij zijn, zijn ze nog steeds waardevol.

De macht der automatismen

Het is een rage: 'ontspullen' onder leiding van een goeroe. Je ruimt elke dag één ding op, is het idee, en na een maand is de gewoonte ingesleten in de hersenen. Is het zo simpel? (+)

Afschrijven

Maak een wandeling langs een gracht en de huizen en gebouwen vertellen je een verhaal over de voorgaande generaties. Bij de constructie van moderne gebouwen wordt rekening gehouden met een afschrijving van dertig tot vijftig jaar. Daarna zijn ze dus zogenaamd niets meer waard. Ze kunnen net zo goed worden gesloopt om plaats te maken voor iets nieuws. Maar waarom hebben we dit systeem? In Rome staat het Pantheon al bijna twintig eeuwen fier overeind. Natuurlijk, soms voldoen oude dingen niet meer aan de eisen van de tijd. Maar dan zijn er toch aanpassingen mogelijk? Het Pantheon was er eerst voor alle goden, later nog maar voor een god en vervolgens vooral voor heel veel goddeloze toeristen.

Dingen zorgen voor continuïteit en daardoor voor vertrouwdheid. Vaak wordt voor vernieuwing gekozen omdat het nuttiger of efficiënter zou zijn. Dat is soms ook zo, maar vertrouwdheid is ook nuttig. Zoals de oude kerktoren, of hij nu nog gebruikt wordt als kerk of niet, een oriëntatiepunt vormt als je even de weg kwijt bent, zo kunnen de voorwerpen dat in je huis ook zijn. Gooi de kapotte stoel daarom niet weg, maar laat hem opnieuw bekleden, na elke aanpassing zal hij steeds beter bij je passen. Hij vertelt een verhaal over je leven en geeft dat zo vorm. Bovendien gaat er niets boven de schoonheid van een goed gerepareerd overhemd, een met zorg gestopte sok of de vakkundige restauratie van een bureau. Een wereld die alleen wegwerpartikelen produceert, die we verbruiken, geeft weinig vertrouwen.

Net zo goed kunnen ook nutteloze gebruiken waardevol zijn. De moeder van een vriend was ernstig ziek, ze had terminale kanker. Ze was haar hele leven een existentialist geweest: iemand die meende dat ze haar leven zelf in de hand moest nemen, altijd de regie moest hebben. Geheel in lijn met haar existentialisme had ze besloten dat als ze de regie zou verliezen, ze euthanasie zou laten plegen. Maar tijdens de laatste periode van haar leven werd ze verzorgd door iemand met een christelijke achtergrond. De verzorger vertelde over zijn geloof en voerde zo af en toe samen met haar rituelen uit die bij het afstand nemen van het leven hoorden. De moeder durfde zich er steeds meer aan over te geven en merkte dat de gebruiken haar geruststelden. Ze zijn door de eeuwen heen ontstaan en sluiten daarom waarschijnlijk goed aan bij wat een mens op zo'n moment in zijn leven nodig heeft. Ze geloofde nog steeds niet in god, maar de oude rituelen werkten net zo goed zonder god.

Drogreden

Ook op andere momenten is ons leven vol van dergelijke rituelen, kleine gebruiken die ons leven en de samenleving structuur geven. Handen schudden, niet plassen in het openbaar, niet boeren aan tafel, juist weer wel zwaaien langs je wang als je het eten lekker vindt en nog veel meer subtiele dingen, die je pas opmerkt wanneer je ergens bent waar ze niet bestaan en andere gebruiken in zwang zijn.

Natuurlijk zijn veel van die gebruiken willekeurig. Dat we eten is noodzakelijk, maar dat we dat met mes en vork doen niet. Mensen vinden zichzelf erg slim als ze die willekeur ontdekken. 'Het is toch belachelijk dat de leden van een orkest tijdens een concert altijd in het zwart zijn gekleed, de muziek gaat er niet beter van klinken.' 'Waarom hebben politieagenten zulke grote petten op? Is dat niet onhandig als ze achter een boef aanrennen? Laten we die petten afschaffen.' Vaak is het goed gezien, maar wees voorzichtig met je conclusies. Niet alles wat willekeurig is, is ook zinloos. Neem links of rechts rijden. In Engeland en andere streken waar het gebruikelijk is om links te houden, zijn ongeveer evenveel verkeersongelukken als in rechtsrijdende landen. Wat je precies doet, maakt niet zoveel uit, als iedereen maar hetzelfde doet.

Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk lijden wij aan 'neofilie'. Onze vernieuwingsdrang is zo sterk dat we bij een uitspraak als 'dat kan toch niet meer anno 2016', niet eens opmerken dat het een drogreden is. En dat geldt net zo goed voor: 'Dat is niet meer van deze tijd.' Waarom is het niet meer van deze tijd? En waarom zou iets wat niet van deze tijd is, niet goed kunnen zijn?

Als er al iets moet veranderen dan is het dit: het gebruik om te innoveren om het innoveren. Je moet alleen vernieuwen als daartoe een noodzaak is en dan nog moet je bijzonder voorzichtig zijn bij het zomaar weggooien van dingen en gebruiken, want ze spelen onvermijdelijk een onvermoede rol in ons leven en ze zijn, eenmaal weggegooid, niet zo gemakkelijk weer nieuw leven in te blazen.

Onmenselijk

Als we al een ziel hebben, huist die juist in de dingen en de gebruiken die ons omringen. Zonder blijvende dingen zijn we niet menselijk, zou Arendt zeggen, dan blijven we hangen in de activiteiten van de animal laborans.

In het aangrijpende boek Is dit een mens doet Primo Levi verslag van zijn ervaringen in het vernietigingskamp Auschwitz. Het woord vernietigingskamp krijgt bij Levi een dubbele betekenis. In Auschwitz werden mensen niet alleen letterlijk vernietigd, maar de nazi's hadden ook een manier om de ziel van de mensen in het kamp te doden. Levi schrijft:

'Laat een ieder bedenken hoeveel waarde, hoeveel betekenis ook onze minste dagelijkse gewoonten hebben, en de honderd kleinigheden die ook de armste bedelaar nog bezit: een zakdoek, een brief, de foto van iemand die je lief is. Die dingen maken deel uit van onszelf, als waren ze een deel van ons lichaam (...) Laat men zich nu een mens voorstellen wie de mensen die hem lief zijn ontnomen worden, en zijn huis, zijn gewoonten, zijn kleren, alles kortom, letterlijk alles wat hij bezit: dat zal een leeg mens zijn, een mens die niets anders meer is dan lijden en behoefte, die geen waardigheid meer heeft en geen oordeelsvermogen, omdat wie alles verloren heeft maar al te gemakkelijk zichzelf verliest.'

Cover van Primo Levi's Is dit een mens?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden