COLUMNJasper van Kuijk

Google’s nieuwe iconen zijn als een eeneiige vijfling met ieder net een ander kapsel

null Beeld

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: de iconenset van Google.

Google sloeg recentelijk de plank flink mis toen het de iconen herontwierp van Workspace, een pakket online-applicaties voor productiviteit en samenwerken, met mail, agenda, bestandsopslag en videovergaderen. De eerdere iconen waren allemaal los van elkaar ontwikkeld en verschilden daardoor nogal in stijl. De nieuwe iconenset is in kleurstelling en vormgeving duidelijk één familie.

Maar al snel volgde er van vele kanten kritiek, want wat de iconen helaas niet zijn is onderling onderscheidend. En dat is bij iconen juist essentieel. In één oogopslag moet je ze, het liefst zonder tekst eronder, kunnen herkennen. Ook in miniformaat op je mobiele desktop, in een menuutje of in browsertabs.

Een van de problemen bij Google’s nieuwe iconen is dat in elk icoon Google’s hele kleurenpalet zit, dus je kunt ze niet op kleur uit elkaar houden. Daarnaast bevatten de iconen niet een duidelijk typografisch element (symbool of letter) waaraan je ze kunt herkennen. De vorm van de iconen ten slotte, ligt niet ver uit elkaar, en ze zijn bovendien door de toegepaste grafische stijl, die bestaat uit veel losse elementen, nog moeilijker in één oogopslag te herkennen.

Wat er mis is met de Google Workspace-iconen wordt extra duidelijk als je ze afzet tegen die van Microsoft Office. Bij de huidige Office-iconenset – niet eens de helderste door de jaren heen – heeft elke applicatie een eigen kleur, letter en icoon. Powerpoint: rood-oranje met een P en diagram-achtig element. Word: een W, blauw en een document-achtig dingetje. Maar doordat eenzelfde grafische stijl wordt gebruikt, en de opbouw van de iconen consistent is, vormen ze wel degelijk een familie.

Als het belangrijk is dat mensen dingen uit elkaar kunnen houden, dan is het verstandig om je ontwerpen op meerdere manieren onderscheidend te maken. Dat wordt redundantie genoemd. Daarom zitten in een verkeerslicht het rode en groene licht ook op verschillende hoogtes. Daardoor kun je zelfs als je kleurenblind bent zien of je mag rijden of moet stoppen, maar ook voor niet-kleurenblinden helpen die verschillen in positie bij het onderscheid.

Probleem voor Google: Workspace heeft meer hoofdapplicaties (vijf) dan er kleuren zitten in Google’s merkkleurenpalet (vier), en meerdere applicaties die beginnen met dezelfde letter (Drive en Docs, Mail en Meet). Dus de beslissing om het Google-kleurenpalet te gebruiken was niet bijzonder handig, evenmin als de naamgeving van de apps. Het resultaat: waar Microsofts iconen broers en zussen zijn – je ziet dat ze bij elkaar horen, maar toch ook dat ze anders zijn – zijn Google’s iconen als een eeneiige vijfling met ieder misschien net een ander kapsel.

In de kern betekent het feit dat Google meer aandacht besteedde aan de verwantschap van iconen dan aan het onderscheid ertussen, dat het belangrijkste doel van de opfrisbeurt een betere merkbeleving was en niet een betere interactie.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden