Gewijzigd eten beschermt tegen ziektes

Gewoon voedsel met een vaccin erin tegen ziekte lijkt het ei van Columbus. Maar het onderzoek ernaar stuit op problemen....

HET IS EEN mooi idee: vaccins die kunnen worden opgegeten in plaats van toegediend in het bloed via een injectienaald. Het kunnen aardappelen of bananen zijn, waaraan door genetische manipulatie een gen is toegevoegd dat een eiwit van een of andere ziekteverwekker produceert. Bij consumptie lokt het voedsel de gewenste afweerreactie uit en beschermt het dier of de mens tegen het bewuste micro-organisme.

Maar de realisering van dit ideaal verloopt langzaam, terwijl die toch van belang is voor grootschalige vaccinatiecampagnes in derdewereldlanden, maar ook handig in de veeteelt en in de bioindustrie. Illustratief voor de traagheid is de voortgang van een project waarvoor Intervet International, de veterinaire tak van het Akzo Nobel-concern in Boxmeer, vier maanden geleden vergunning kreeg van het ministerie van VROM. 'We zijn nog niet begonnen. We wachten nog op de levering van de genetisch gemanipuleerde aardappelen', aldus een woordvoerder van het bedrijf.

Intervet, dat onder meer gewone injectievaccins maakt tegen diarree bij koeien en varkens, wilde weleens kijken of het mogelijk is dieren ook langs andere weg immuun te maken voor de diarree veroorzakende gifstof van de darmbacterie Escherichia coli. Genetisch gemanipuleerde aardappelen met een gen voor een deel van het gif van de E. coli-bacterie, zouden aan varkens, koeien, kippen, konijnen, muizen en ratten worden gevoerd. Daarna zou worden gekeken of er antistoffen tegen het gif worden gevormd in het bloed van de proefdieren.

Maar Intervet wacht dus nog op de levering van de ongeveer honderd kilo genetisch gemanipuleerde aardappelen die het bedrijf heeft besteld bij het Boyce Thompson Instituut voor planten onderzoek (BTI) in Ithaca, New York. Het BTI is een onderzoeksinstituut zonder winstoogmerk van de Cornell Universiteit in New York, dat onder leiding staat van prof. dr. Charles Arntzen, een van de geestelijke vaders van het idee van 'eetbare vaccins'.

Arntzen werkt al meer dan tien jaar aan zijn idee en heeft intussen enkele bescheiden successen geboekt. Jongste wapenfeit is een publicatie twee jaar geleden in het tijdschrift Nature Medicine. Daarin meldt zijn onderzoeksteam dat tien proefpersonen die driemaal een portie rauwe aardappelen aten met het gen voor het E. coli-toxine erin, na drie weken viermaal zoveel antistoffen tegen de gifstof in hun bloed hadden als de controlepersonen.

Arntzen en collega's beschouwen het experiment als bewijs dat het principe van eetbare vaccins werkt. Maar of de rauwe aardappelen de eters ook beschermen tegen de door het E. coli-gif veroorzaakte diarree, staat nog niet vast. Aansluitende proeven met muizen die dezelfde aardappelen kregen, lieten zien dat de bescherming tegen diarree nog niet volledig is.

De proeven van Arntzen en collega's maken duidelijk dat de uitvoering van het idee van eetbare vaccins zo eenvoudig nog niet is. De aardappelen bijvoorbeeld moeten rauw worden gegeten, want bij koken wordt de hittegevoelige gifstof van de E. coli bacterie vernietigd en zal het afweersysteem, zoals de bedoeling was, er geen antistoffen tegen kunnen maken.

Arntzen en anderen kijken dan ook naar andere planten, die rauw gegeten kunnen worden door mens of dier: banaan (speciaal geschikt voor het immuniseren van jonge kinderen), tomaat, avocado, sla of lupine. Poolse onderzoekers rapporteerden over genetisch gemanipuleerde sla en lupine met het gen voor het zogeheten oppervlakte-antigeen van het hepatitis-B-virus erin.

Zij slaagden erin muizen en mensen die respectievelijk lupine en sla te eten kregen, inderdaad antistoffen tegen het virus te laten ontwikkelen. Andere onderzoekers werken aan eetbare vaccins voor andere infectieziekten, zoals cholera (in aardappels) of mazelen (in sla).

Ook in Nederland werken onderzoekers aan eetbare vaccins. Behalve Intervet, dat het diarreevaccin in aardappelen in proefdieren wil gaan testen, hebben onderzoekers bij het Instituut voor Diergeneeskunde in Lelystad proeven uitgevoerd met diverse types vaccin die door planten worden geproduceerd.

Alleen: ook hier stagneerde de voortgang. 'We zijn ermee bezig geweest, en het zag er op zichzelf goed uit. Maar helaas, het geld is op; de subsidie van de Europese Unie is afgelopen', meldt onderzoeker dr. J. Langeveld van ID Lelystad.

Het instituut had al eerder pech. De samenwerking met het Engelse biotechnologische bedrijf AxisGenetics uit Cambrigde voor de ontwikkeling van eetbare vaccins eindigde toen het bedrijf in augustus vorig jaar failliet ging. Merkwaardig, want AxisGenetics had nog geen half jaar eerder een overeenkomst gesloten met de rijke Zwitserse farmaceutische multinational Roche voor de ontwikkeling van eetbare vaccins tegen diverse infectieziekten van dieren.

ID Lelystad werkt intussen met een subsidie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij samen met het onderzoeksinstituut Plant Research International in Wageningen verder aan het ontwikkelen van planten die vaccins tegen dierziektes kunnen aanmaken. Ze testen die vaccins onder meer in konijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden