Gevoelstemperatuur, omdat we nu eenmaal geen fles warm water zijn

Vooral wind bepaalt hoe vrieskou op het lichaam inwerkt. Het KNMI gaat er anders mee rekenen. Door Martijn van Calmthout..

Meteoroloog Geert Groen (59) van het KNMI in De Bilt is deze woensdagochtend zonder muts op naar zijn werk gefietst, ondanks het vriesweer. Opzettelijk, om te zien of de formules kloppen die hij in een rapportje over gevoelstemperatuur had opgeschreven. En inderdaad: matige vorst en een lichte bries, inclusief zijn fietssnelheid, geven binnen een kwartier toch pijnlijke tintelingen aan de randen van de oren. ‘Geen echt groot nieuws natuurlijk, maar in elk geval hebben we nu de beste theoretische beschrijving in huis’, zegt Groen.

Groens rapport vormde mei dit jaar de basis voor het besluit van het KNMI om de zogeheten gevoelstemperatuur op een nieuwe manier te gaan berekenen. Met ingang van deze winter gelden daarvoor formules die in 2001 door Canadese experts zijn ontwikkeld.

Kern van de gevoelstemperatuur is het feit dat bij vrieskou de heersende wind bepaalt hoe snel een mens warmte verliest. In de jaren dertig van de vorige eeuw boog majoor Paul Siple van de Amerikaanse landmacht zich als eerste over dat vraagstuk. Siple was gelegerd op Antarctica en wilde weten wat het effect van de kou was op de manschappen en hun functioneren. Temperatuur alleen bleek daarvoor geen maat. Wind bepaalde hoe lang iemand kon functioneren bij een bepaalde temperatuur.

Siple deed simpele experimenten met flessen warm water onder uiteenlopende weersomstandigheden en bekeek hoe snel die bevroren waren. Daaruit leidde hij een formule af die aangeeft bij welke temperatuur het water even snel zal bevriezen als er geen wind is.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was het de Amerikaanse kledingfabrikant Robert G. Steadman die zich realiseerde dat Siple eigenlijk wel erg grof rekende. Een mens is nu eenmaal geen fles warm water, maar een levend organisme dat in- en uitademt, vocht verdampt op onbedekte delen als het gezicht en warmte verliest op dunner beklede delen als handen en voeten. Hoe hard dat allemaal gaat, hangt af van zijn aankleding.

Het KNMI hanteerde sinds 1992 de formule van Steadman bij het beoordelen van winterweer, vooral in verband met de wetgeving voor arbeidsomstandigheden. Daarin geldt uiteindelijk de verwachte gevoelstemperatuur als maatstaf voor bijvoorbeeld vorstverlet in de bouw.

Beter dan een fles warm water was Steadman zeker, maar gebaseerd op een solide model van de energiehuishouding in een menselijk lichaam, was zijn aanpak niet. Dat was de reden waarom begin deze eeuw een groep Canadese onderzoekers een nieuwe formule voor gevoelstemperatuur voorstelde, op basis van serieus modelleren en experimenten met vrijwilligers in koude windtunnels, die bijvoorbeeld ook rekening houdt met de veranderende huidgeleiding na aanzienlijke afkoeling.

Vooral bij hogere windsnelheden blijkt die JAG-TI-temperatuur bij een luchttemperatuur van min 15 graden tot een graad of 10 minder koud uit te komen dan met de oudste methode, bijvoorbeeld: min 30 wordt min 20. Maar zeker voor het Nederlandse winterregime wijken de uitkomsten niet heel veel af van die van Steadman, zegt Groen. ‘Alleen, een beter model kan nooit kwaad, ook omdat het in NEN-normen en de Arbowet moet worden opgenomen. En in de VS, Canada, Engeland en elders wordt ermee gewerkt.’

In het winterweerbericht zal gevoelstemperatuur alleen een rol spelen als die onder de 15 graden duikt. Bij windkracht 6 is dat al bij 5 graden vorst aan de orde. Weermannen krijgen het advies om dat te presenteren als ‘min 5 graden, maar het voelt aan als min 15’.

Het KNMI berekent de kans op gevoelstemperaturen onder de min 15 graden nu systematisch door de wind- en de temperatuurvoorspelling te combineren.

Met de opwarming van de aarde neemt de kans op extreme koude duidelijk af, blijkt bij narekenen van referentiescenario’svan het KNMI voor 2050. Maar helemáál verdwijnt de kans op gevaarlijke vrieskou niet, zegt Groen. ‘Sterker: het lijkt me reden temeer om te waarschuwen als het aan de orde is. Mensen zullen steeds minder gewend zijn aan echt winterweer.’

Daarbij geldt dat vooral kinderen in de gaten moeten worden gehouden, omdat die een relatief groot buitenoppervlak hebben voor het metabolisme dat ze warm houdt. Bij hen gaat afkoelen toch een stuk sneller dan bij een gezonde volwassen referentiepersoon van 1,70 meter lang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden