Gevaarlijk leven

MARIECKE HEEFT iets stoms gedaan en daarvoor moet ze brommen. Men heeft haar opgesloten in een jeugdinrichting, zo'n eigentijds oord van schuld en boete, waarvan ze zelf met de nodige ironie laat weten: 'Ze hebben ontzettend hun best gedaan het er hier anders uit te laten zien dan het is....

WILLEM KUIPERS

'Antroposofisch', 'blije kleuren' - het is een woordkeus, die je tegenwoordig niet meteen aan elke jongeling toedicht. Er wordt welsprekend mee aangegeven dat we met deze Mariecke (let op dat aanstellerige 'ck') ander vlees in de kuip hebben. Dom is ze niet, en ze is ook niet van de straat, deze Mariecke Grayson ('Grauw' zegt ze zelf).

Als ze in Slangen aaien, het debuut van de sociologe Mirjam Boelsums (1955), haar zonden begint op te biechten, weet je al na een paar regels dat je op de bladzijden die volgen, geen verhaal te horen zult krijgen over een gevallen meisje dat zich met het uitbaten van de mannelijke geslachtsdrift en het gebruik van verdovende middelen aan de zelfkant van de maatschappij moest zien staande te houden. Je stelt je in op een verwend kreng, afkomstig uit een deftig Goois milieu, dat ondanks alle rijkdom - u weet wel - veel liefde tekort is gekomen, omdat pa en ma wel andere dingen aan hun hoofd hadden.

Moeiteloos vult Mirjam Boelsums deze verwachting in. Mariecke's vader is een internationaal bekende onderzoeker van kanker, die in Zwitserland domicilie gekozen heeft, waar hem op een dag - Mariecke leest het in NRC Handelsblad - een prestigieuze prijs wordt toegekend. Haar moeder, een klagerig, hypochrondrisch tiepje - zo iemand die haar ongenoegen over het gebrek aan aandacht van de zijde van haar man met een nieuw autootje laat afkopen - is haar eega uiteraard als een schaduw gevolgd, en daarom is Mariecke bij een gastgezin ondergebracht, want ze zit nog op school.

Daarmee zijn de contouren van Mariecke's leven getekend, maar wat speelde zich daarbinnen af?

Door Mariecke zelf aan het woord te laten, weet Mirjam Boelsums daar een heel persoonlijk relaas van te maken. Wat ze vertelt is niet heel spectaculair, Mariecke geeft geen levensloop prijs die we ons op geen enkele manier kunnen voorstellen, integendeel. Wat de jeugdige zondares in haar nog prille leven heeft meegemaakt, voegt zich op een soap-achtige wijze naar het romantische beeld dat we van jongeren met hun hang naar gevaarlijk leven hebben.

De clichés liggen voor het oprapen, want de kleine Mariecke, die overigens al zeventien is, komt in aanraking met een slechte vriendin, die ze op vakantie met haar ouders in Zwitserland heeft leren kennen (en die ze daar een van de collega's van haar vader zag berijden, al ze het al niet met pa zelf gedaan heeft).

Door toedoen van deze al wat oudere en door de wol geverfde Daniëlle, die Mariecke's nieuwsgierigheid prikkelt vanwege het ongebonden, onburgerlijke leven dat ze leidt, raakt onze meid, niet op haar toekomst voorbereid, zowaar nog verstrikt in de rafelrand van de maatschappij ook: neuken, zuipen, drugsgebruik en zelfs het beroven van sullige automobilisten - Daniëlle draait er haar hand niet voor om.

Maar er gaat iets fout.

Wat dat is, zou je eigenlijk niet moeten verklappen, want Mariecke's verhaal staat en valt met die gebeurtenis.

In de inrichting tracht een ambtenaar van de reclassering - 'Lipstick' genoemd door Mariecke - haar te laten bekennen wat er is gebeurd, en vooral waarom, maar Mariecke laat zich, slimme dwarskont die ze is, niet uit haar tent lokken. Maar aan zichzelf, en daarmee aan ons, doet ze haar verhaal wél, op een manier die van Slangen aaien meer maakt dan een doorsnee-verhaal over opgroeiende jeugd, dat sedert The Catcher in the Rye van J.D. Salinger zo in zwang is geraakt.

Er zou langzamerhand een uiterst boeiende geschiedenis van het genre te schrijven zijn, goed om idiote misverstanden weg te nemen, zoals waarvan Marcel Reich-Ranicki getuigde in zijn bekende Duitse tv-programma, toen hij naar aanleiding van Meisje Niemand van de Poolse auteur Tomek Tryzna zei dat hij het een slecht boek vond, omdat de auteur zich achter kinderen verschool. Me dunkt. Hoe kan een schrijver zich méér bloot geven dan door zich langs de weg van de verbeelding te verplaatsen naar het voor hem afgesloten gebied van de jeugd, waar waarheden omtrent het gedrag van volwassenen per definitie ruim voorhanden zijn?

Iets dergelijks moet Mirjam Boelsums voor ogen hebben gezweefd toen zij aan Slangen aaien begon, want uit het verhaal dat zij Mariecke laat vertellen, rijst geleidelijk aan een bepaalde visie op, niet één die per se het gedrag van de eigentijdse jeugd wil doorgronden, maar die tot uitdrukking wil brengen hoezeer onze wereld wordt beheerst door (veelal schaamteloos pissende) mannen, wier akelige, ijdele, zelfingenomen gedrag treffend gesymboliseerd wordt door Mariecke's vader, 'de Specialist'. Op een ander niveau - het sterkste punt in dit boek - accentueert Boelsums de hopeloze contingentie van het bestaan, die zichtbaar wordt als je het leven ontdoet van de (mannelijke) planning die er in schijn een orde aan geeft.

Maar hoe omzichtig de schrijfster deze zienswijze, of filosofie zo u wilt, ook vorm geeft - en daarmee een nieuwe, esthetische ordening in Mariecke's levensverhaal aanbrengt, de eeuwige paradox van de literatuur -, ze wekt toch de indruk de boodschap die ze wil overbrengen te zeer te hebben bedacht, iets waarvoor Mariecke op artificiële manier in het leven moest worden geroepen.

Die wordt weliswaar door haar puberale levensinstelling en het daarbij passende taalgebruik goed getypeerd, maar de gebeurtenissen waarbij ze - al of niet tegen haar wil - betrokken raakt, zijn te voorspelbaar om veel indruk te maken. Ze zijn veeleer een plastische weergave van een bedenksel dan een dwingende beschrijving van binnenuit, dat wil zeggen van ervaringen die wortelen in een met pijn en moeite doorleefde realiteit, en die omgezet in beelden elke lezer kunnen raken, niet alleen een al dan niet vrouwelijke 'doelgroep'.

Misschien wreekt zich hier het sociologische van Boelsums benadering, ten koste van het esthetische, daar kun je over twisten. Maar een feit is dat Slangen aaien vooral drijft op de plot, het antwoord op de vraag wat Mariecke eigenlijk heeft misdaan. Tot ergernis van Lipstick wordt dat antwoord eindeloos uitgesteld en pas wanneer Lipstick, gebroken na een miskraam, nauwelijks nog interesse toont, vertelt Mariecke wat er is gebeurd. Dat is mooi gedaan, maar het betekent ook dat dit verhaal veel van zijn effect aan deze constructie te danken heeft. Het maakt er tot op zekere hoogte een (willekeurig) incident van, meer in elk geval dan een algemeen-geldige waarheid.

In feite is de 'waarheid' die ten slotte aan het licht komt, tamelijk modieus. Mariecke's vader heeft een 'misdaad' begaan - in de ogen van zijn dochter - toen hij als arts haar vriendin Jessica in de steek liet, nadat ze door jongens op het strand was ondergepist en de zee in was gelopen, wat haar letterlijk doodziek maakte. Die daad wordt gewroken als Mariecke en haar nieuwe vriendin Daniëlle een geintje uithalen met een leraar Nederlands, die Mariecke eerder onzedelijk had betast, en die - met een zeker raffinement van de kant van de schrijfster - met haar vader in verband wordt gebracht. Mariecke doet de man in zee verdrinken.

Is onze hoofdpersoon daar rouwig om? Nee, want in alles wat ze vertelt, neemt de afkeer van haar vader - en dus van zijn soortgenoot de leraar - alleen maar toe, terwijl de compassie met haar medemensen zich toespitst op 'ruwe bolster, blanke pit'-achtige figuren als Daniëlle. De ware oorzaak van het sterven van de leraar is dat hij háár heeft misbruikt op de meeste intieme wijze die voor Mariecke denkbaar is: hij heeft haar poëzie verkracht, want Daniëlle blijkt ten slotte, hoe onbeholpen ook, een dichteres te zijn.

Om intimiteit, om wat mensen in diepste zin bindt, daar draait het om in deze eerste roman van Mirjam Boelsums. Of mischien moet je zeggen, daar hád het om moeten draaien, want helemaal gelukt is het niet. Dat heeft te maken met het feit dat er in de beleving van Mariecke zo weinig ruimte is voor gevoelens van schuld naast de obligate afkeer voor de meeste volwassenen die zij aan de dag legt. Zelf is ze ten slotte alleen maar onder de indruk van het verraad dat zij heeft gepleegd, ten opzichte van Jessica, die zij in de steek liet op het moment dat ze haar het hardst nodig had, maar ook ten opzichte van Daniëlle, wier (geheime) gedichten zij die suffe leraar in handen speelde. Het is doeltreffend uitgebeeld, maar te weinig om van onder de indruk te raken.

Willem Kuipers

Mirjam Boelsums: Slangen aaien.

Meulenhoff; 157 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 290 5676 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden