Gerrit Paape hekelt Bataafse Revolutie

'Bouwt den Tempel der Vrijheid op; maar bouwt dien niet van stroo en stoppelen.' Gerrit Paape (1752-1803), schrijver en volbloed Patriot las zijn landgenoten in 1797 - twee jaar na de Bataafse Revolutie, die met Franse hulp tot stand was gebracht - met alle soorten van genoegen de les....

Han van Gessel

Paape schreef dit in Vrolijke Caracterschetsen, een satirische roman over het leven in de nieuwe 'heilstaat', die een einde had gemaakt aan het ancien régime. De roman is, samen met het eveneens in 1797 verschenen De Knorrepot en de Menschenvriend, opgenomen in een nieuwe heruitgave van werk van Paape bij uitgeverij Vantilt (fl. 39,90), voorzien van een nawoord door Peter Altena. Vorig jaar verscheen De Bataafsche Republiek, dat in 1798 was uitgekomen. In 1996 publiceerde uitgeverij Verloren Paape's relaas Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap (uit 1792).

De geschriften van de woordenrijke Paape werpen een mooi licht op de woelige overgangsperiode tussen de verstarde standenmaatschappij onder het ancien régime en het monarchale Franse bewind van Lodewijk Napoleon, dat in 1806 een aanvang nam. De Patriotten, die in 1787 nog een machtsgreep gesmoord zagen door Pruisische troepen, grepen in 1795 hun kans. Hun hervormingspogingen leidden in 1796 tot de instelling van de Nationale Vergadering, de voorloper van het huidige parlement. In 1798 pleegden radicale Patriotten een staatsgreep, die door toedoen van de stevige generaal Daendels snel snel ongedaan werd gemaakt.

Paape was in Delft geboren en had zich geschoold tot journalist. Daarvan zijn in zijn werk de sporen duidelijk herkenbaar. 'In een groot aantal opzichten is de werkwijze van de satiricus Paape journalistiek', schrijft Altena in zijn nawoord. 'Een avontuur of verhaal begint per ongeluk, net als in de weekbladen van Weyerman en Van Effen, met een ontmoeting in de trekschuit, in een koffiehuis, bij de stadspoort of in het bos. De lengte van zijn verhalen lijkt op die van satirische en spectatoriale geschiedenissen.' In 1797 had Paape er net een aantal maanden Friesland op zitten. Radicale Friezen hadden hem gevraagd om als raadsheer nieuwe wegen in te slaan. Zijn revolutionaire manier van rechtspreken was geen lang leven beschoren. Hij vertrok al spoedig weer naar Den Haag, waar hij zich aan het schrijven van zijn satirische romans zette.

Vrolijke Caracterschetsen bevat onder meer de wederwaardigheden van een ik-figuur, die door Den Haag wandelt en door een onzichtbare gids wordt gewezen op allerlei typen ('caracters', in de literaire traditie van de Griekse schrijver Theophrastos) die in de nieuwe staat omhooggevallen zijn. In De Knorrepot en de Menschenvriend trekken de reizigers Jaspert en Julfert door de Bataafse Republiek, waarbij zij vaak in niet mis te verstane termen hun oordeel over de gang van zaken geven.

Vooral zelfverrijking en machtsmisbruik waren Paape een doorn in het oog. In het jaar waarin hij zijn boeken schreef was hij diep teleurgesteld geraakt in het concrete resultaat van de Bataafse Revolutie. In Vrolijke Caracterschetsen voert hij een vader Japik op, wiens blijdschap in 1795 'geen paalen of perken' had gekend. 'Hij gaf handen vol geld tot het planten van Vrijheidsboomen.' Op een zeker moment kreeg hij de kans te spreken met 'een eerlijk, openhartig Staatsman'. 'Aan deezen vroeg hij hoe het al ging en waar toch al het geld bleef dat de burgers opbragten? De Staatsman gaf er hem eene onpartijdige opening van! Vader Japik sloot zig in zijn kamer op, en stierf eenige weeken daarna aan een uitteerende ziekte.'

Ook de chaotische wijze waarop veelal vergaderd werd, nam hij op de korrel. Hij beschrijft een bijeenkomst van 'eene menigte boeren', die het lokaal vulden met rookwolken en voortdurend hun kannetje of glas jenever naar de lippen brachten. 'Het kleppen met de dekseltjes der kannetjes, het knippen tegen de ledige glaasjes, of, zo de Staats-kastelein dit niet hoorde, dan het roepen om een borrel, maakte een zonderling varieerenden toon, met het gebrom, gemurmel en geschreeuw der praatende boeren (. . .); doch waar van er echter geen een zijn kaakebeenen een oogenblik gesloten hield, indiervoegen dat zij, tegen elkander praatende, allen te gelijk praateden, en van tijd tot tijd hunne stemmen verheffende, ten einde de andere praaters te overschreeuwen.'

Altena roemt Paape als 'de begaafdste schrijver van de Nederlandse revolutie'. De nu gebundelde twee werken tonen volgens hem het beste wat hij te bieden had. Zijn wapen is de satire. Vriend en vijand spaart hij niet. 'Met veel gevoel voor het absurde en met humor toont Paape de eigentijdse dwaasheden. Hij laat de mens verschijnen in al zijn onverbeterlijkheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden