Gepensioneerden bewegen minder want ze doen er meer aan

Mensen gaan na hun pensioen minder bewegen, aldus een studie. Diezelfde studie spreekt dit tegen...

Hans van Maanen

Je gelooft het niet, maar mensen die met pensioen gaan, fietsen zelden nog naar hun werk. Dat is, kort samengevat, een van de twee opzienbarende conclusies van een onderzoek van arts-onderzoeker Annabelle Slingerland van het Leids Universitair Medisch Centrum. Het wordt binnenkort gepubliceerd in de American Journal of Epidemiology.

Slingerland ontdekte dit door gebruik te maken van de gegevens van de zogeheten Globe-studie, een breed opgezet gezondheidsonderzoek in en om Eindhoven. De studie begon in 1991 met 27 duizend personen tussen 40 en 65 jaar. Inmiddels is een groot deel van hen met pensioen en Slingerland wilde weten hoe het zat met de lichaamsbeweging van gepensioneerden vergeleken met die van werkende mensen.

Op via de post verspreide vragenlijsten hadden de deelnemers ingevuld hoeveel lichaamsbeweging ze kregen – in het woon-werkverkeer, de sport, of anders, zoals tuinieren of wandelen. Zoals gebruikelijk werd ook gevraagd naar geslacht, huwelijkse staat, chronische ziekten en opleiding, zodat de statisticus daar later mee aan de slag zou kunnen.

Van de mensen die nog een baan hebben, loopt of fietst 29 procent naar het werk. Van de gepensioneerden is dat nog maar 8 procent. ‘Multinomiale logistische regressieanalyse geeft aan dat pensionering samengaat met een significant verhoogde kans op afname van lichaamsbeweging in verband met het werk’, schrijft Slingerland in haar samenvatting. Waarschijnlijk heeft ze gelijk: van degenen die niet meer naar hun werk hoeven te fietsen, fietsen weinigen nog naar hun werk.

Als dit het hele artikel was, zou het een raadsel zijn dat het door zo’n vooraanstaand tijdschrift was geaccepteerd. Dat is dan ook niet zo. Slingerland, en met haar maar liefst negen co-auteurs, wilde ook nog aantonen dat gepensioneerden dat verlies niet compenseren met tuinieren of wandelen. Het tweede deel van het artikel gaat dan ook over die kwestie. Het maakt het raadsel alleen maar groter.

De conclusie die Slingerland in haar samenvatting geeft, is dat pensionering ‘geen verband houdt met een toename in lichaamsbeweging in de vrije tijd’. Zo kwam het dan ook in bijvoorbeeld NRC Handelsblad: ‘Na het pensioen wacht de fauteuil’, stond er boven het interview met de onderzoekster vorige maand.

Ook deze conclusie is opzienbarend, maar dan vooral omdat zij volstrekt niet door Slingerlands cijfers wordt ondersteund.

Ten eerste is het percentage actieven (met meer dan twee uur per week beweging in de vrije tijd), toegenomen: van 72 procent bij de werkenden tot 85 bij de gepensioneerden. Zelfs al zijn ze ouder en krakkemikkiger dan de werkenden, heel wat gepensioneerden verruilen toch de fauteuil voor de fiets of de tuin.

Ten tweede komt – alweer uit de multinomiale logistische regressieanalyse – naar voren dat van de mensen die sinds het begin van het onderzoek nog niet met pensioen zijn, 17 procent minder is gaan tuinieren of wandelen, en van de mensen die inmiddels gepensioneerd zijn, maar 10 procent. In haar stuk schrijft Slingerland dan ook: ‘Pensionering gaat samen met een significant verlaagde kans op afname van beweging in de vrije tijd.’ Maar die conclusie is in de samenvatting niet terug te vinden. Terwijl er toch eigenlijk staat: het percentage mensen dat nooit uit hun fauteuil komt, neemt na pensionering af.

Ten derde, en dat is het grootste probleem: twee uur per week is nog geen twintig minuten per dag. Dat haal je al bijna met de dagelijkse boodschappen; wie zegt daar niet aan toe te komen, is aartslui of heeft de vraag niet begrepen.

Het is, ten vierde, zo weinig, dat al die gepensioneerden heel wel mogelijk hun lichaamsbeweging van twee uur per week naar twee uur per dag hebben opgeschroefd zonder dat die in de cijfers tot uitdrukking komt. Binnen de categorie ‘meer dan twee uur per week’ kan veel extra lichaamsbeweging zitten, maar mensen blijven in dezelfde, veel te ruime, categorie zitten.

Samenvattend: meer ouderen gaan na hun pensioen bewegen, en het is heel wel mogelijk dat ouderen na hun pensioen meer gaan bewegen. Waarom wij dan, zoals Slingerland wil, moeten concluderen dat ‘pensionering leidt tot netto vermindering van lichaamsbeweging’ is, inderdaad, een opzienbarend raadsel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden