Gengewas verslaat de antieke gifspuiter

Gewassen die genetisch resistent gemaakt zijn tegen landbouwgif, maken het gifverbruik niet per definitie lager, denken Wageningse onderzoekers. Nieuw beleid leidde al tot minder spuiten....

HET is geen rozengeur en maneschijn met de nieuwe landbouwgewassen die ongevoelig zijn gemaakt voor onkruidbestrijdingsmiddelen. De daartoe genetisch gemanipuleerde maïs en suikerbieten leveren weliswaar geen direct gevaar op voor mens en milieu, maar ze zullen het gebruik van bestrijdingsmiddelen op den duur niet terugdringen en mogelijk zelfs doen toenemen.

Dat is de conclusie van een rapport dat het Wageningse onderzoeksinstituut Plant Research International vorige week aan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij overhandigde. Het rapport werd gemaakt op verzoek van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen, het CTB. Dat vroeg zich af wat de consequenties zijn als, net als in de Verenigde Staten en Canada het geval is, het Nederlandse areaal aan maïs en suikerbieten in rap tempo wordt beplant met genetisch gemanipuleerde rassen.

Het gaat om maïs en suikerbieten die in het laboratorium resistent gemaakt zijn tegen de onkruidbestrijders Roundup van Monsanto en Liberty van AgrEvo. Deze doden het onkruid dat de kop op steekt, maar laten de gewassen ongemoeid. Daartoe kregen de maïs en suikerbiet een speciaal gen ingebouwd. Niet gemanipuleerde variëteiten sterven wel door de onkruidverdelgers.

Alle praktijktests met deze, en ook andere, genetisch gemanipuleerde rassen zijn inmiddels uitgevoerd. Het wachten is echter op de ministeriële handtekening voor ze op de markt kunnen worden toegelaten. De Europese Commissie ziet geen belemmering, maar er is nog geen minister die zijn of haar vingers wil branden aan het politiek gevoelige onderwerp van de verbouw van genetisch gemanipuleerde voedingsgewassen. Feitelijk is er daardoor in Europa een moratorium. De Nederlandse regering komt eind dit jaar met een nota over biotechnologie, waarin ook een standpunt over de transgene of genetisch gemanipuleerde voedingsgewassen.

Dr. Bert Lotz, hoofdauteur van het advies over de effecten van grootschalige toepassing van transgene herbicide-resistente rassen, concludeert dat er geen reden is om bij voorbaat de teelt van deze gewassen te verbieden. Hij baseert zich op een meta-analyse van talloze nationale en buitenlandse studies. 'Voor de overdracht van het resistentie-gen van de gemodificeerde maïs of suikerbiet op wilde soorten zijn geen aanwijzingen. Maïs is een eenjarig gewas en kent in Nederland geen seksuele voortplanting. Suikerbieten, die pas in het tweede jaar bloeien, staan in Nederland maar één jaar op het veld.'

Zelfs al zou er door kruising uitwisseling van genen plaats hebben en zouden wilde planten resistent worden tegen Roundup en Liberty, dan nog is er geen man over boord, meent Lotz. 'De herbiciden worden alleen op de akker gebruikt. Daarbuiten, in het veld, is er geen selectiedruk ten gunste van het resistentie-gen. In het wild hebben planten immers geen overlevingsvoordeel van een bestendigheid tegen bestrijdingsmiddelen.'

Daarom lijken er alleen maar voordelen aan het gebruik van de herbicide-resistente maïs en suikerbieten. Boeren hoeven slechts één of twee keer te spuiten als het onkruid flink is uitgelopen. Voorheen moesten ze wel vier tot vijf keer spuiten tegen jong onkruid.

Voor het milieu zijn de gemanipuleerde gewassen beter omdat er minder herbiciden gebruikt hoeven te worden. Bovendien zijn Roundup en Liberty relatief milde onkruidverdelgers, die betrekkelijk snel worden afgebroken - hoewel er discussie is over de schadelijkheid van sommige van de afbraakproducten.

Monsanto en AgrEvo stellen daarom dat de nieuwe gewassen beter zijn voor het milieu. Dat is slechts gedeeltelijk waar, meent Lotz. Vergeleken met de traditionele onkruidbestrijding klopt het voor maïs en in mindere mate voor suikerbieten. 'Die traditionele manier van gebruik van bestrijdingsmiddelen verdwijnt echter snel in Nederland', weet Lotz.

'De voorlichtingsinstanties voor de akkerbouw propageren momenteel een geïntegreerde bestrijding van onkruid met een combinatie van mechanische en chemische bestrijding. Deze geïntegreerde aanpak behoeft veel minder chemicaliën dan de traditionele aanpak en ook minder dan onkruidbestrijding met Roundup en Liberty. Over vijf jaar zal de oude, chemische onkruidbestrijding in maïs en suikerbiet bijna verleden tijd zijn.'

Lotz vreest dat het op grote schaal telen van herbicide-resistente gewassen één van de pijlers van het Nederlandse bestrijdingsmiddelenbeleid onderuit zal halen: de landbouw minder afhankelijk maken van chemische middelen. Bij deze transgene gewassen gaat het immers om teelt in combinatie met juist een chemisch middel. Met die angst bevindt Lotz zich in gezelschap van dr. ir. Aad Termorshuizen, gewasbeschermer biologische bedrijfssystemen bij Wageningen Universiteit.

Termorshuizen onderzoekt ziekteverwekkers, zoals voor planten schadelijke schimmels, parasieten en bacteriën in de grond. 'Ik voorzie dat het gebruik van herbicide-resistente maïs en suikerbiet zal leiden tot meer schimmelziekten, bijvoorbeeld de zogeheten omvalziekten als wortel- en stengelrot. En dat leidt tot een toenemend gebruik van chemicaliën ter bestrijding van schimmels.'

Omdat bij de teelt van transgene gewassen het onkruid pas wordt bestreden als het flink is uitgegroeid, ontstaan er broeinesten van ziektekiemen. Het bespoten onkruid verzwakt, sterft langzaam af en is een gemakkelijke prooi voor schimmels. Die nestelen zich uiteindelijk in de relatief grote massa aan stervende wortels en veroorzaken daardoor een grote infectiedruk op de wortels van het landbouwgewas.

Termorshuizen: 'Om omvalziekten te bestrijden, zullen de zaden of het zaaibed met extra fungiciden behandeld moeten worden. Dit kan een onverwacht effect zijn van het gebruik van herbicide-resistente maïs en suikerbieten. Het College Toelating Bestrijdingsmiddelen kijkt daar niet naar. Het CBT zou zulke indirecte effecten wel wat serieuzer mogen nemen, gezien de doelstellingen van het beleid.'

Plant Research International adviseert om eerst dergelijke onverwachte effecten te bestuderen op een aantal proefbedrijven. Lotz: 'Zulke effecten zijn niet meer te vinden als je pas na de marktintroductie van transgene gewassen gaat monitoren, zoals vaak wordt voorgesteld. Je weet namelijk niet waar je naar moet zoeken. Dat moet je eerst vaststellen door een praktijkteelt op proefbedrijven. Pas dan kun je gericht en zinvol monitoren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden