Column Marleen Kamperman

Geldverstrekker, staar je niet blind op klip-en-klaar nut

Nog eens over geld. Over onderzoek, waar geld voor nodig is. Over klip-en-klaar nut, troebel nut, en knippende mieren.

Om geld voor onderzoek binnen te halen dienen wetenschappers links en rechts voorstellen in. Sommige wetenschappers zijn minder bezig met wetenschap dan met geld binnenharken om die wetenschap te bekostigen. Maar dit terzijde. In zo’n voorstel dus schrijf je zo duidelijk mogelijk op wat je van plan bent met het aangevraagde geld te doen, en waarom je gelooft dat dergelijk onderzoek nuttig is. Dit laatste uiteraard om de betreffende instanties ertoe te bewegen inderdaad met de euro’s over de brug te komen.

In principe kan deze gang van zaken mijn goedkeuring wegdragen. Je jaagt er publiek geld doorheen, je hebt dus verantwoording af te leggen over wat je doet en waarom. Als ik sommige verhalen mag geloven was er vroeger geld zat, niemand op de universiteit brak zich het hoofd over financiering, maar die tijden zijn nou eenmaal voorbij. Jammer is alleen, dat we nu weer ietwat zijn doorgeslagen naar de andere kant. Geldverstrekkers vallen in toenemende mate voor wat ik hier klip-en-klaar nut zal noemen, voor onderzoek dat op afzienbare termijn concreet, aan leken uit te leggen maatschappelijk belang dient, liefst met de garantie op ‘praktische toepassingen’, zeg een middel om van de Japanse duizendknoop af te komen, binnen vijf jaar.

Op het wetenschappelijk terrein waar ik me begeef bestuderen en imiteren we fenomenen uit de natuur. Soms zijn toepassingen voor die fenomenen, als het imiteren lukt, makkelijk te bedenken. Ontwikkel onderwaterlijm, zoals sommige dieren dat produceren, en sponsors willen wel. Met ‘medische’ of ‘chirurgische’ lijm, die hechten overbodig maakt, is goud geld te verdienen. Soms echter is het minder duidelijk waar bepaalde kennis goed voor is, en kan zelfs de wetenschapper die die kennis vergaart niet een-twee-drie met een alledaagse toepassing op de proppen komen. Geen klip-en-klaar nut dus. Wel voelt hij aan – en daarom doet hij zijn onderzoek – dat het waardevolle kennis zou kunnen zijn, in eigen niche of daarbuiten. Een kleine bijdrage aan het grotere proces van voortschrijdend inzicht. Bijdrage die ik voor de gelegenheid troebel nut wil noemen.

Een bevriende wetenschapper, actief op hetzelfde terrein als ik, zij het als bioloog, heeft onlangs een aanzienlijke beurs gekregen voor onderzoek naar bladsnijdersmieren. Deze beestjes knippen, bijten, scheuren onder andere bladeren in stukken, die ze meenemen naar hun nest. Hoe dat knippen precies in zijn werk gaat, dat wil hij bijvoorbeeld weten. Allicht kunnen we daar iets van leren. Misschien kan ik, als hun kniptechniek doorgrond is, deze mieren na-apen. Waarvoor? Dat moet nog blijken. Maar ik twijfel er niet aan dat die kunde van pas zal komen. En het verheugt mij, in deze tijd van klip-en-klaar nut, dat beursbonzen af en toe toch nog een sprongetje in het duister wagen, en voor troebel nut kiezen.

Marleen Kamperman is chemicus. Ze is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelt nieuwe materialen, waarbij ze zich laat inspireren door de natuur.

Meer columns van Marleen Kamperman:

Oplossing voor plasticsoep? Maak plastic dat oplost in zout water

Aspirant-studenten, neem deze les van mij aan: wat je kiest is minder belangrijk dan dát je kiest

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden