'Geld krijg ik wel, maar altijd net voldoende'

'Maatschappelijke relevantie', 'rendement' en 'topkwaliteit' zijn de motto's van het wetenschapsbeleid. Hoe onbevangen kunnen onderzoekers nog zijn, nu de overheid zich steeds meer bemoeit met de inhoud van het wetenschappelijk onderzoek?...

'IK BEN archeoloog, textielhistoricus, kostuumhistoricus. En ik ben de kraker op zolder.' Gillian Vogelsang-Eastwood (40) zegt het lachend, zoals ze steeds blijft lachen als het gaat over de omstandigheden waaronder ze haar wetenschappelijk onderzoek moet doen.

Vogelsang is een internationaal vermaarde textielhistoricus, een van de weinige experts op het gebied van textiel in de oudheid, én ze is een geleerde zonder geld. Het Leidse museum voor Volkenkunde heeft haar een jaar of vier geleden de 'zolderkamer' ter beschikking gesteld, als onderdeel van een ruiltje met gesloten beurzen.

'Het is een goed systeem. Ik krijg een gratis kamer van het museum, dat geeft mij een postadres en een telefoonnummer, en in ruil daarvoor geef ik advies over kleding. En ik blijf onafhankelijk.'

Gillian Vogelsang-Eastwood, Britse, studeerde Design History (textiel- en kostuumgeschiedenis) in Manchester en promoveerde op een onderzoek naar textiel uit de Romeinse periode in Egypte. Twaalf jaar geleden kwam ze wegens haar huwelijk naar Nederland.

Ze werd vooral bekend vanwege haar onderzoek naar de garderobe van Toetanchamon, de farao die regeerde in de veertiende eeuw voor Christus. Zeventig jaar nadat de Egyptoloog Howard Carter het graf van Toetanchamon had geopend, vond Vogelsang-Eastwood de kleren van de koning in het magazijn van het Egyptisch museum in Caïro. Daar waren ze kort na de opening van het graf naartoe gestuurd en niet meer nader bestudeerd - de opwinding over de laatste rustplaats van de farao gold het goud en de kostbaarheden, niet de lappen stof, waarvan nauwelijks duidelijk was waarvoor ze hadden gediend.

'Mensen denken van textiel dat het niet belangrijk is, dat het vrouwelijk is, dat het geen nut heeft', zegt Vogelsang, die zichzelf en haar medewerkers wel gekscherend aanduidt als the knitting brigade, de breibrigade. 'Maar natuurlijk heeft het wel nut. Iedereen draagt kleding. Iedereen is geïnteresseerd in kleding. Er zijn twee dingen persoonlijk: kleding en eten. Kleding geeft inzicht in een cultuur.'

De belangstelling voor textiel, voor het dagelijks leven in de oudheid, is langzaam gegroeid. 'Toen ik begon, vond niemand het een onderwerp om aandacht aan te besteden. Kleding was te gewoon. Nu is het onderdeel van het curriculum. Het omvat zoveel, het is een heel breed onderwerp. Het geeft zoveel informatie over sociale verhoudingen, over de status die mensen hadden, over religie en politiek.'

Vogelsang werd door een vriendin, curator van het Ashmolean Museum in Oxford, op het spoor van Toetanchamon gezet. 'Ik schreef een boek over de dagelijkse kleding van Egyptenaren in de oudheid. Zij raadde me aan in de nalatenschap van Howard Carter in Oxford te gaan kijken. Ik was verbouwereerd over de hoeveelheid informatie die ik aantrof, en waarvan niemand eigenlijk meer wist dat deze bestond.'

Carter had op een enorm aantal notitiekaartjes textiel en kleding uit het graf van Toetanchamon beschreven. Vogelsang reisde naar Caïro, kreeg toegang tot de magazijnen van het Egyptisch museum waar de dozen met textiel lagen opgeslagen en toog aan het werk. 'Ik vertrok met een student naar Egypte en we bedelden om geld.'

Bedelen om geld is een constante in haar verhaal. 'Als we het geld echt nodig hebben, dan krijg ik het ook wel, maar altijd maar net voldoende.' Voor het onderzoek naar Toetanchamons garderobe kreeg Vogelsang een beurs van NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Maar in het begin betaalde ze alles zelf.

'En ik heb geld geleend van een vriend die wist hoe belangrijk het onderzoek voor me was. Ik heb het nog niet terugbetaald. Gelukkig heb ik veel vrienden. Maar niet voor lang, denk ik.'

Ze zat in een catch 22-situatie, zegt ze. 'Zonder geld kun je geen onderzoek doen, en zonder onderzoek kun je niet laten zien dat het zin heeft. Je moet resultaten kunnen tonen om geld voor onderzoek te krijgen.'

Ze heeft een halve baan aan de universiteit, vanwege NWO, maar het stipendium, en daarmee de baan, lopen in maart volgend jaar af. 'Geen idee wat daarna gebeurt.'

Vogelsang streeft niet meer naar een vaste aanstelling. 'Als ik iets aangeboden zou krijgen wat echt heel leuk was, zou ik er serieus over na denken die baan te accepteren. Maar ik verwacht niet snel zo'n aanbod. Mensen vinden toch vaak dat ik te gespecialiseerd ben. En het wordt ook steeds moeilijker: ik ben gesteld geraakt op mijn vrijheid, op mijn onafhankelijkheid.'

Ze ziet ook op tegen de bureaucratie van een vaste baan. Steeds meer controleert de overheid het onderzoek. 'Misschien is dat een andere reden dat ik nergens een vaste aanstelling heb. Een beetje papierwerk vind ik niet erg. Maar ik doe veel liever onderzoek.'

Goodwill, studenten, vrijwilligers, haar eigen enthousiasme en ruilhandel, daarop draait de stichting Textile Research Centre, die Vogelsang heeft opgericht uit praktische overwegingen. 'Het Volkenkundig museum wilde me wel een kamer geven, maar aan een particulier ging dat niet en aan een stichting wel.'

De secretaresse is een vrijwilligster, studenten en stagiairs verdienen studiepunten als medewerker bij het textielcentrum, 'zo krijgen zij er ook wat voor terug'.

Voor een nieuw project verzamelt het textielcentrum kleding uit het Midden-Oosten. 'Als ik een lezing geef, gebruik ik dat geld om kleding te kopen. En als studenten naar het buitenland gaan, krijgen ze een boodschappenlijst mee. Laatst nog ging er een groep naar Tunesië. Zij moeten daar kleding vinden, kopen en beschrijven. Zo krijgen de studenten ervaring in het veld en wij krijgen kleding voorzien van een beschrijving.'

Ze wil een studiecentrum oprichten voor kleding uit het Midden-Oosten, een centrum dat een encyclopedie moet vervaardigen waarin kleding en accessoires uitgebreid beschreven worden. 'Geld hebben we niet, dat hoort zo. Maar we moeten iets doen voordat de informatie niet meer beschikbaar is. In Nederland wonen veel allochtonen. We willen ook optekenen wat zij weten, voordat die kennis verdwijnt.'

In het Volkenkundig museum is tot 31 augustus de tentoonstelling Sluiers ontsluierd te zien, die Vogelsang heeft ingericht. Op een vrijdagmorgen geeft ze een groep Engelse vrouwen een rondleiding door de drie zalen waar sluiers in alle soorten en maten te zien zijn.

Ze laat zien hoe verschillend sluiers gedragen worden, ze wijst op de foto van een Nederlandse in de jaren vijftig, de tijd dat autochtone vrouwen hun hoofd bedekten, en ze vestigt de aandacht op de kraaltjes en muntjes die de zwaarste sluiers versieren. 'Verstop je je of vestig je juist de aandacht op jezelf, met zo'n mooie sluier?'.

Bij de vitrine met buikdanskostuums vertelt Vogelsang met aanstekelijk plezier over de Hollywoodinterpretatie van de traditionele kostuums, die, populair gemaakt door de film, hun weg terug vonden naar de nachtclubs van het Midden-Oosten.

Aan het eind van de tentoonstelling, vlak voor de uitgang, is een paskamer met spiegels ingericht. Er hangen sluiers en plaatjes met instructies om ze om te slaan.

'Ik zorg altijd voor een koffer met kleding bij een tentoonstelling. Ik maak replica's en bezoekers trekken die aan. Het helpt je van iemand een voorstelling te maken als je zijn kledingstuk draagt. Bij de naam Toetanchamon denkt iedereen aan de dood. Iedereen ziet onmiddellijk dat gouden dodenmasker voor zich. Ik maak hem levend.'

Vogelsang heeft een catalogus geschreven over de kleding die Toetanchamon meekreeg naar het dodenrijk - lendendoeken, tunieken, sjaals, gordels, handschoenen, sokken, hoofdbedekking. Ze probeert in samenwerking met Zweedse musea een reizende Toetanchamon tentoonstelling in te richten 'om een beetje geld te verdienen voor een laboratorium in Egypte.'

'Als we in maart geen geld meer krijgen, moeten we weer gaan bedelen. Er is veel werk gedaan, de catalogus is er, maar er blijft nog veel te doen.

'Als je mij vraagt: is er een leven na Toetanchamon, dan zeg ik nee. Het gaat maar door en door en door.'

Hanneke de Klerck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden