Gekoesterde lastpost

De Afrikaanse olifant is beschermd, maar vertrapt akkers en vernielt natuurparken. Daarom staat het dier ter discussie. Komende week begint in Kenia de Cites-conferentie, die grotendeels over de olifant zal gaan....

IN DE FILM Out of Africa is het heel gewoon dat een bundel ivoren slagtanden in de Keniase hoofdstad Nairobi de trein in wordt gehesen. Trofeeën van de olifantenjacht. De film speelt dan ook in de tijd dat Europeanen er hun geluk beproefden met koffieplantages en andere koloniale activiteiten.

Sinds 1988 is de ivoorhandel verboden. Er werden te veel dieren gedood vanwege de zucht naar het 'witte goud' en daardoor dreigde de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) uit te sterven. Met veel gevoel voor drama verbrandde de Keniase president Daniel arap Moi in 1989 een partij slagtanden ter waarde van één miljoen dollar. De wereld moest weten dat het Kenia heel erg menens was.

Van 10 tot 20 april staat Nairobi opnieuw in het teken van de olifant. Reden: de Cites-bijeenkomst. De 151 landen die de Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora hebben getekend, gaan de lijst actualiseren waarop de met uitsterven bedreigde dieren en planten staan. Voor soorten die drastisch in aantal zijn afgenomen, wordt een internationaal handelsverbod afgekondigd. En handelsbeperkingen (quota) worden vastgesteld voor soorten die het gevaar lopen sterk achteruit te gaan door de handel erin.

'Bijna elke keer gaat het weer over grote grijze dieren zoals olifanten en walvissen', verzucht bioloog drs. Chris Schürmann, die de Nederlandse regering adviseert over het in te nemen standpunt in Nairobi. 90 Procent van de tijd en 90 procent van de mensen op en rond de conferentie in Kenia zijn met olifanten bezig. Iedereen houdt immers van olifanten. Het kleinere dierenspul telt nauwelijks mee, laat staan de planten.

Cites dreigt het toneel van de hardst schreeuwende organisaties te worden. De dierenbeschermers - zoals de Amerikaanse Humane Society (HSUS) en het International Fund for Animal Welfare (IFAW) hebben het bij Schürmann verbruid. 'Ze zetten parlementen onder druk om overal tegen te zijn. En regeringen sturen diplomaten naar Nairobi die nul komma nul verstand hebben van wat er speelt.'

Ook het Nederlandse parlement heeft geen beeld van de realiteit in Afrika. In zuidelijk Afrika - Botswana, Zimbabwe, Namibië en in Zuid-Afrika - worden de olifanten al lang niet meer bedreigd. Sterker, ze zijn eerder een plaag. Voor de boeren, omdat ze de akkers vertrappen; voor de natuur omdat te veel olifanten de bomen kaal vreten en het weinige water opdrinken. Mens en dier zitten elkaar in de weg en strijden steeds meer om dezelfde grond.

In het Westen - met name de VS, Engeland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland - koestert men de olifant. 'Het is heel gemakkelijk om op zo'n afstand van olifanten te houden. Maar in Afrika moet men ermee leven', zegt Reinero Leto van het Europese bureau voor natuurbeheer en ontwikkeling (EBCD) in Brussel. Hij begrijpt dat ontwikkelingslanden het rijke Westen van 'ecokolonialisme' beschuldigen.

Ook bioloog dr. Wim Bergmans, lid van de commissie voor overleving van soorten bij de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN, signaleert de tegenstelling tussen de dierenbeschermers en de natuurbeschermers. De eersten hebben een eenvoudige boodschap. Elk dier telt en elk beest wordt als uniek individu beschouwd. De natuurbeschermers kijken naar de populatiedynamiek - hoeveel dieren moeten in leven blijven om de soort in stand te houden - en naar de plaats van de soort in het ecosysteem.

Waar opvattingen zover uiteenliggen, zijn ze amper te verbroederen. Organisaties zoals Animal Wellfare willen hele olifantenfamilies verhuizen. Eerst verdoven, op een vrachtwagen takelen en over de weg naar de nieuwe bestemming brengen. Veel Afrikanen begrijpen daar niks van. 'Idioot, vinden ze het en ik geef ze gelijk', zegt Bergmans.

DE SIMPELE boodschap 'handen af van de olifant' (en van de walvis) verkoopt heel goed bij het grote publiek. Dat weet niet beter en beschouwt deze aanpak als de enige, echte natuurbescherming. Omdat die eenvoudige boodschap goed overkomt - de kassen van de organisaties zijn prima gevuld - wordt dierenwelzijn vereenzelvigd met behoud van aaibare soorten.

'Denk maar niet dat actie wordt gevoerd voor een onsympathieke soort als de vogelspin', schampert Bergmans. 'De Cites-bijeenkomsten zijn uitgegroeid tot een circus, waar ngo's - niet-gouvernementele organisaties - marktkramen inrichten en lobbyen. Als leden van het Olympisch Comité met etentjes zijn te beïnvloeden, wat dacht je dan van landen die niet rijk zijn en benaderd worden met cadeautjes?'

Misschien is de beïnvloeding nog niet eens zo erg, stelt Bergmans. Maar er wordt veel verwarring geschapen. Cites moet handelen als een soort met uitsterven wordt bedreigd of bedreigd kan raken. 'Is dat niet het geval, dan gaat voor ons het boek dicht. Maar dierenbeschermingsorganisaties nemen daar geen genoegen mee, suggereren dat het met soorten heel slecht gaat en pleiten voor een verbod uit voorzorg. Daar is Cites niet voor opgericht.'

Hoe zit het dan met de olifant? Een simpel cijfer is niet te geven, zegt Leto. Officieel wordt nog gewerkt met een cijfer uit 1989: er zijn zeshonderdduizend Afrikaanse olifanten. Het meest recente cijfer, van dit jaar, van het Wereld Natuur Fonds komt op ruim 270 duizend exemplaren. Ver voordat ivoor in de ban werd gedaan bedroeg het aantal 1,3 miljoen.

Volgens Leto praat iedereen elkaar na. Olifanten werden in de jaren zestig en zeventig niet goed geteld. Misschien wel op de savannes waar ze goed zichtbaar waren voor luchtfoto's, maar niet in het regenwoud. Dat leidde tot veel nattevingerwerk.

In Botswana, Namibië en Zimbabwe is goed voor de olifanten gezorgd. De aantallen namen daardoor fors toe. Zimbabwe heeft nu zestig- tot zeventigduizend olifanten, twee keer zoveel als op het beschikbare land kunnen leven. Daarom werd deze landen toegestaan om in 1998 eenmalig een partij ivoor te verkopen aan Japan. De opbrengst was vijf miljoen dollar.

De verkoop is geheel volgens de regels uitgevoerd. Het geld is gebruikt om boeren te compenseren die naast de olifantenreservaten wonen, en vaak de onaangename gevolgen ondervinden, zoals door olifanten vernielde gewassen.

En wat heel belangrijk is: het toezicht in de wildparken wordt ervan betaald. In deze landen krijgen stropers een mitrailleur op zich gericht.

Langzaam maar zeker begint duidelijk te worden dat bescherming van olifanten alleen lukt als de lokale bevolking deelt in de opbrengst van vlees, leer, souvenirs en de opbrengst van ivoor, zegt Leto. 'Niet de handel in ivoor en de verkoop op de zwarte markt, maar de vernietiging van land die door mensen in cultuur is gebracht, is de grote bedreiging voor het dier.'

VOOR HET Wereld Natuur Fonds - ook afhankelijk van donateurs - ligt de kwestie ingewikkeld. 'We zijn tegen de verkoop van ivoor, maar niet tegen de verkoop van huiden', zegt Jikkie Jonkman van het WNF in Zeist. 'Als je ivoor gaat verkopen, zet je de deur open voor stroperij. Dan zijn we in de kortste keren weer terug in de jaren tachtig, toen de olifant om zijn slagtanden werd afgeschoten.'

Verkoop van leer is wel acceptabel, vindt Jonkman, omdat - in tegenstelling tot de ivoorstroperij - een olifant niet speciaal om de huid wordt gedood. Met die houding neemt het Nederlandse WNF een realistischer standpunt in, vindt Leto.

Doordat er ook veel olifanten een natuurlijke dood sterven of worden afgeschoten om de aantallen in een park te beheersen, raken de voorraadkelders steeds voller met ivoor. Uit die voorraad willen Botswana, Namibië, Zimbabwe opnieuw gaan verkopen. Zuid-Afrika wil zich daarbij aansluiten. De Cites-deskundigen hebben hierover positief geadviseerd. In Nairobi moeten de Cites-landen hiermee instemmen.

Kenia, een land waar veel wordt gestroopt, is faliekant tegen en heeft met India voorgesteld ivoor weer onder het strenge regime van het handelsverbod te brengen. Schürmann adviseert de Nederlandse regering hiervan afstand te nemen. 'Het zou de hetze tegen olifanten alleen maar doen toenemen.'

In The Nation, een onafhankelijke Keniase krant, wordt beweerd dat de regering zich vooral laat leiden door de Kenia Wildlife Society, een fervent tegenstander van ivoorverkoop. Volgens milieubeschermer Nixon Sifuna deelt de arme bevolking dit strenge standpunt niet. 'De halsstarrige houding van Kenia wordt eerder ingegeven door de vrees de steun uit het Westen te verliezen, dat het secretariaat en de fondsen van Cites beheert.

Kenia heeft niet zo'n goede reputatie als het om milieu- en natuurbescherming gaat, schrijft Sifuna. Die bewering strookt met een recent promotie-onderzoek door W. Ottichilo van Wageningen Universiteit. In het reservaat Masai Mara bijvoorbeeld neemt de wildstand alarmerend af omdat het leefgebied afneemt vanwege de oprukkende landbouw.

Ottichilo: 'De huidige Keniase wetgeving verbiedt aan de ene kant het doden van wild terwijl zij aan de andere kant de mogelijkheid openlaat tot een ongelimiteerde vernietiging van het habitat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden