Geitvrije Galápagos

Hoe krijg je schadelijke dieren en gewassen weg die niet thuishoren op de Galápagoseilanden?..

Dit Darwinjaar is het dubbel feest. Niet alleen vanwege de geboorte in 1809 van Charles Darwin, de bedenker van de evolutietheorie en grondlegger van de moderne biologie. Maar ook vanwege de verschijning in 1859 van Darwins belangrijkste werk: On the Origin of Species. Precies halverwege die twee jaartallen, in het najaar van 1835, zette Darwin voet aan land op een eilandengroep die sindsdien onlosmakelijk met hem en zijn evolutietheorie is verbonden: de Galápagos-eilanden. Darwin trof er diersoorten aan die uitsluitend daar voorkwamen – buitenissige zee- en landleguanen, reuzenschildpadden en ‘Darwinvinken’, die hem op het spoor van de evolutie zouden helpen brengen.

Deze week werd er een groot wetenschappelijk congres gewijd aan de bijzondere Galápagos-natuur. In het onderzoeksstation van de organiserende Charles Darwin Foundation (CDF) op Galápagos-hoofdeiland Santa Cruz boog een internationaal gezelschap van zo’n 120 wetenschappers zich onder andere over de soortenrijkdom van de Galápagos en de evolutieprocessen op kleine eilanden. De laatste dag, vrijdag, was gereserveerd voor de niet op de Galápagos thuishorende dieren en planten – ‘plaagorganismen’ –, die vrijwel zonder uitzondering door de mens naar de afgelegen eilandengroep zijn gebracht.

Die organismen veroorzaken nogal wat schade. Onbetwiste kampioen is de geit, ooit door zeelui als voedseldier achtergelaten. Sinds Darwin heeft het dier ongelooflijk huisgehouden in de kwetsbare natuur van de Galápagos.

Zeldzame planten leden onder de graasdruk van tienduizenden geiten, kaalgevreten vulkanische hellingen kalfden af, en de inheemse schildpadden en landleguanen, niet gewend aan hevige competitie, legden het in de strijd om voedsel af tegen de geit.

Op Santiago-eiland, anderhalf keer zo groot als Texel, is volgens het CDF dankzij de geit de inheemse landleguaan verdwenen, en is ten minste één plantensoort, uniek voor Santiago, uitgestorven.

Het verwijderen van geiten en ander ongewenst gespuis dat ecologische schade veroorzaakt, dáár ging het over op Santa Cruz. Het onderwerp is altijd al actueel geweest voor afgelegen eilanden met een grote biodiversiteit, maar met de toenemende globalisering doet het probleem doet zich ook steeds vaker voor op het vasteland.

De Galápagos kunnen terugkijken op de grootste succesvolle campagne om geiten uit te roeien, zegt Felipe Cruz, technisch directeur van het CDF. Bij het Project Isabela, tussen 1997 en 2006 uitgevoerd door het CDF en de nationale parkorganisatie van de Galápagos, werden in totaal ruim 150 duizend geiten geruimd van Santiago en het grootste Galápagos-eiland Isabela. Het noorden van Isabela en heel Santiago zijn nu geitvrij.

Het succes van de campagne lijkt vooral te danken aan de grootschaligheid ervan, naast de nieuwe methoden die er werden toegepast. Zo werden maar liefst tachtig jagers geworven uit de lokale Galápagos-bevolking, die er speciaal voor werden opgeleid. Uit Nieuw-Zeeland geïmporteerde herdershonden werden getraind om geiten binnen het schootsveld van de jagers te brengen. Zelfs aan leren sokjes voor de honden werd gedacht, om hun poten te beschermen tegen de in de zon gloeiendhete lavavelden van de Galápagos.

Helikopters
Bij de eerste fase waaierden jagers over het terrein uit en schoten ze min of meer lukraak op de geiten. Daarmee lukte het op Santiago al ruim 80 procent van deze dieren te doden. De volgende fase was afgestemd op de veel lastigere bejaagbaarheid van de overgebleven dieren – kleine groepjes geiten in struikgewas en in afgelegen en onbegaanbaar gebied. Daarbij werden vanuit helikopters schietende jagers ingezet, samen met collega’s in het terrein, die waren voorzien van moderne plaatsbepa-lingsapparatuur.

Nieuw was de inzet van ‘Judasgeiten’, die waren voorzien van radiozenders en per helikopter in het gebied werden gedropt. Geiten zijn groepsdieren, die direct het gezelschap van andere geiten zoeken. Zo leidden de honderden Judasgeiten de jagers heel efficiënt naar nog overgebleven groepjes van hun prooien. Er werden zelfs gesteriliseerde vrouwtjesgeiten gebruikt die met hormonen tochtig werden gehouden. ‘Mata Hari’s’ die als lokaas fungeerden voor paargrage bokken, waardoor het geboortecijfer onder de geiten laag werd gehouden. Ook alle Judasgeiten waren trouwens gesteriliseerd of gecastreerd.

Intussen lopen er alleen nog een paar honderd Judasgeiten rond op Isabela en Santiago, maar door hun onvruchtbaarheid vormen zij nauwelijks een probleem.

Onderzoekers van het CDF zien al tekenen van een verrassend ecologisch herstel. Inheemse bomen groeien weer waar vroeger kortgegraasd gras stond, en op Santiago is de zeldzame Galápagos-ral, twintig jaar geleden bijna uitgestorven, flink in aantal gegroeid.

Cruz zegt over het project: ‘Wij zetten in op uitroeiing van de ongewenste soort en niet op beheersing, zoals vaker gebeurt. Op de lange termijn hoef je dan minder dieren te doden. Dat is goedkoper, maar ook diervriendelijker. Ons gemiddelde was 1,4 kogel per gedode geit; dat laat denk ik wel zien dat er geen onnodig leed was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden