GEEN BEWIJS, WEL VERTROUWEN

Het medisch tijdschrift The Lancet veegde vorige week de vloer aan met homeopathie. Maar de geneeswijze ligt al onder vuur sinds ze werd bedacht, ruim tweehonderd jaar geleden....

In Groot-Brittannië hebben ze tenminste Prins Charles. Die is niet alleen van de biologisch-dynamische voeding, maar ook van de homeopathie. En hij gooit graag de knuppel in het hoenderhok. Afgelopen week nog. Toen werd bekend dat Charles in het geheim een onderzoek had gefinancierd naar de voordelen van bredere toepassing van alternatieve geneeswijzen. In een uitgelekte eerste versie van het eindrapport stond het duidelijk: als tien procent van de Britse huisartsen homeopathie zou aanbieden als alternatief voor de reguliere behandelingsmethode, zou dat volgens een door de prins ingehuurde econoom zomaar 720 miljoen euro aan medicijnen schelen.

Bizarre waanzin, riepen de bestrijders van de homeopathie, die ook in Groot-Brittannië talrijk zijn. Waar of de prins zich mee bemoeide, riepen de parlementsleden.

Maar voor de aanhangers van de homeopathie was het natuurlijk een mooi hart onder de riem, de nieuwe blijk van koninklijke sympathie er lopen aan het Britse hof al minstens anderhalve eeuw koninklijke homeopaten rond. Beetje steun konden ze wel gebruiken, want ook in Engeland kwam vorig weekend het artikel in The Lancet, waarin stond dat er van de homeopathie weinig deugt, hard aan. Alweer een optater.

Maar Charles staat pal. De homeopathie moet in het ziekenfonds, zei de Britse kroonprins jongstleden mei nog, dwars tegen alle scepsis in.

Onze Willem-Alexander hoor je nooit over homeopathie. Al weet je natuurlijk niet zeker of dat ook betekent dat hij er zich niet mee inlaat. Het medicijnkastje van Villa Eikenhorst kan zomaar volstaan met de producten van de Deutsche Heilkunde: Maximá is voormalig Argentijnse en in Zuid-Amerika is homeopathie buitengewoon populair.

In Nederland trouwens ook, alleen zou je dat, afgaande op de felle aanvallen die de homeopathie hier zeer regelmatig te verduren krijgt niet zeggen. Maar bij de firma VSM in Alkmaar, marktleider op het gebied van homeopathische medicijnen, weten ze beter. Uit onderzoek blijkt dat van alle Nederlanders maar ongeveer vijftien procent faliekant tegen homeopathie is en er absoluut niets mee te maken wil hebben. En de rest varieert van neutraal tot fervent aanhanger, zegt adjunct-directeur Rommert Wijnsma, tevens gepromoveerd apotheker.

Maar bij die vijftien procent hoort wel een man als Cees Renckens, vrouwenarts te Hoorn maar vooral voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. En Renckens wordt niet moe als een met banvloeken strooiende onheilsprofeet de verderfelijke praktijken van de homeopathische bedriegers aan de kaak te stellen en de volgelingen van Samuel Hahnemann een enkele reis naar Dantes hel te wensen.

Ach ja, Cees Renckens, zegt Rommert Wijnsma.

Ach ja, Cees Renckens, zegt Paul Dijkstra van de homeopathische patiëntenvereniging KVHN.

Ach ja, Cees Renckens, zegt Christien Klein, voormalig voorzitter van de VHAN, de ruim honderd jaar oude vereniging van homeopathisch artsen. Ik heb wel eens met hem te doen hoor, als hij weer zo tekeergaat.

Allemaal onzin

De Amsterdamse hoogleraar geneeskunde B.J. Stokvis formuleerde het aldus: Juist onder de meer ontwikkelden vindt gij lijders en lijderessen, die van alle subjectieve gewaarwordingen van hunne gemoedstoestanden nauwkeurig aantekening willen gehouden zien, die het maar niet zetten kunnen dat de medicus hun subjectieve klachtenboek slechts even, half onverschillig of door den nood gedwongen doorbladert. Bij den homeopaat vinden zij gehoor.

Dat was in 1887, toen er in heel Nederland welgeteld vier homeopathische artsen waren, voor Stokvis ruim voldoende om in het respectabele Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde de aanval op de jonge concurrent in te zetten.

Homeopaten, allemaal onzin, maar ze luisteren wel vol geduld naar hun patiënten: minister Hoogervorst zei onlangs nog precies hetzelfde. Dat is het meest opvallende, als je je verdiept in de geschiedenis van de Nederlandse homeopathie: de eeuwige herhaling van zetten. Bij elke controverse komt het weer op hetzelfde neer. De tegenstanders beweren dat de homeopathie eerst maar eens moet bewijzen dat het systeem werkt, de voorstanders zeggen dat de genezen patiënten zulks afdoende aantonen, waarop de opposanten weer beweren dat dat natuurlijk geen wetenschappelijk bewijs is.

En zo was het al met de uit het oosten van Duitsland afkomstige grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann (1755-1843), en diens befaamde credo similia similibus curentur het gelijke wordt door het gelijkende genezen, de centrale gedachte van de geneeswijze. Hahnemann was voortdurend in gevecht met de gevestigde medische orde van zijn tijd. Maar hij hield stug vol en op zijn tachtigste trouwde hij, als om de zegenrijke werking van de homeopathie in praktijk te tonen, met de jonge Française Marie Mélanie dHervilly-Gohier en voerde nog acht jaar lang een zeer succesvolle praktijk in Parijs, waar de Europese beau monde zich door hem liet behandelen.

Hahnemanns leerlingen verbreidden in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw de homeopathie over de wereld, maar leken Nederland aanvankelijk niet interessant te vinden. Dat ondanks het feit dat Hahnemanns standaardwerk, Organon der rationellen Heilkunde, al in 1827 in het Nederlands werd vertaald, wat een zekere voedingsbodem voor de nieuwe leer veronderstelt. Er moest niettemin een uitnodiging van de Rotterdamsche Vereeniging tot bevordering der Homoeopathische Geneeskunst aan te pas komen, met salarisgarantie, voor de (vermoedelijk) eerste homeopathische arts zijn Duitse vaderland wilde verlaten en zich in de havenstad wilde vestigen: Friedrich Kallenbach. Twee jaar later kreeg hij gezelschap van de eerste Nederlandse homeopaat, S.J. van Royen.

Die schreef in 1861 het Handboek voor den beschaafden stand en voor gezagvoerders van schepen tot behandeling volgens de homoeopathische geneeswijze. Het hielp niet de homeopathie er bij de gevestigde orde populairder op te maken. Van Royens zoon werd in 1897 uit de Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst gezet, wegens zijn homeopathische sympathieën. Bij dezelfde gelegenheid, de jaarvergadering, werd de volgende motie aangenomen: De vergadering, de Homeopathie als eene bijzondere geneeswijze niet erkennende, doch haar als irrationeel veroordelende, gaat over tot den orde van den dag.

Smeerwortel

In de fraaie tuinen achter het VSM-complex op het Alkmaarse industrieterrein Beverkoog ruist de wind door de bomen en is het een gekwinkeleer en gekwetter van jewelste. Tuinman Rutger Polder van het paradijsje steekt zijn vinger in de lucht: Een ijsvogel, zegt hij tevreden. Het staat hier vol met allerhande planten, van smeerwortel voor de Spiroflor het meestverkochte spierpijnmiddel van Nederland tot Poison Ivy, dat ook wordt verwerkt in VSMs succesnummer. Sommige soorten beslaan niet meer dan één vierkante meter: door de sterke verdunningen waarmee in de homeopathie in bepaalde gevallen wordt gewerkt volstaat een minimale hoeveelheid oer-tinctuur om half Europa jarenlang van het betreffende medicijn te voorzien.

Want, zoals de tegenstanders van de homeopathie vroeger al smalend verklaarden: Gooi bij Arnhem een flesje oer-tinctuur in de Rijn en schep bij Wijk bij Duurstede een flesje vol uit de rivier: dan heb je een homeopathisch geneesmiddel. Waar dus geen molecuul werkzame stof meer inzit, wilden ze maar zeggen. Onzin, zegt Rommert Wijnsma. In 85 procent van onze producten kan je de aanwezigheid van een werkzame stof gewoon aantonen.

Joris Voorhoeve

De V in VSM staat voor Voorhoeve. Die van oorsprong Dordrechtse patriciërsfamilie, waartoe ook oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve behoort, speelt in de geschiedenis van de Nederlandse homeopathie een vooraanstaande rol. Naast de homeopathie waren de Voorhoeves ook prominent aanwezig in een uit Engeland naar Nederland overgewaaide evangelische beweging, de nog altijd bestaande Broederbeweging of Vergadering van Gelovigen. Het is niet de enige keer dat sprake is van een band tussen protestantisme en homeopathie.

De Rotterdamse homeopaat N.A.J. Voorhoeve (1854-1922) was het eerste familielid dat zich roerde. Hij was betrokken bij de oprichting van de Vereniging tot Bevordering van de Homoeopathie in Nederland (de latere KVHN), de Vereniging van Homoeopathische Geneesheren in Nederland -voorloper van de VHAN- en de NV Hoemoeopathisch Ziekenhuis. Tevens beijverde Voorhoeve zich voor wat heel lang een droom van de Nederlandse homeopaten is geweest, een universitaire leerstoel, en was hij hoofdredacteur van het oudste homeopathische tijdschrift, het Homoeopathisch Maandblad, dat in 1890 het levenslicht zag.

Een andere Voorhoeve, Carl Theodor, opende in 1909 in Den Haag aan de Frederik Hendriklaan de eerste homeopathische apotheek, zodat de Nederlandse homeopathie niet langer afhankelijk was van de firma Schwabe uit Leipzig voor de levering van homeopathische geneesmiddelen. Jacob Nicolaas Voorhoeve werd in 1914 de eerste directeur van het juist geopende homeopatisch ziekenhuis in Oudenrijn, dat dankzij een genereuze gift van twee rijke dames van start kon gaan en nimmer een groot succes zou worden.

Inmiddels was toen het boek dat decennialang het Nederlandse homeopathische standaardwerk zou blijven Homeopathie in de praktijk van J. Voorhoeve, in 1905 verschenen bij uitgeverij La Rivière en Voorhoeve ook van de familie. In 1995 beleefde het de 22ste druk.

De S in VSM staat voor Schwabe. In 1965 fuseerde de Nederlandse homeopathiepoot van dat Duitse familiebedrijf met Voorhoeve. VSM is nu dochter van het Duitse Dr. Willmar Schwabe, dat zijn jaaromzet van 450 miljoen euro voornamelijk realiseert op de markt van fytotherapeutische geneesmiddelen en pas in de tweede plaats met homeopathie.

Jan Hoes is 57 jaar oud en homeopathisch arts in Oss. Hij publiceerde drie jaar geleden het boek Homeopathie, totaalvisie op ziekte en gezondheid. Hoes behoort tot de groep van destijds jonge dokters die in de jaren zeventig besloten zich in de homeopathie te gaan verdiepen. In 1970 waren er in Nederland 46 homeopathische artsen universitair geschoolde medici die zich hadden gespecialiseerd in de homeopathie. In Friesland en Drenthe was er één, Noord-Brabant en Limburg moesten het zonder stellen. In 1980 was het aantal gestegen tot 65.

Twaalf jaar later had de grote boom zich voltrokken: in Nederland waren 455 bij de VHAN aangesloten homeopathische artsen actief, onder wie 81 in Brabant en Limburg. Daarmee was de top bereikt.

De krachtige groei van de homeopathie in de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft volgens Hoes alles te maken met de daaraan voorafgaande periode. De homeopathie paste precies in de tijdgeest. Het was de tijd van de democratisering van de gezondheidszorg. Er kwam een generatie van kritische artsen. Die gingen tekeer tegen de medicijnenmafia. De mens stond veel meer centraal, de mens achter de ziekte, er kwam aandacht voor de eigen geneeskracht van de mens. En dan was er ook nog de terug-naar-de-natuur beweging, die zich in de geneeskunde manifesteerde in de belangstelling voor natuurlijke methodes van genezen.

De praktijk van Hoes zat in het voorlaatste decennium van de twintigste eeuw voortdurend bomvol. Zijn patiënten moesten rekening houden met wachttijden van drie maanden en bij collegas was het niet veel anders. Om aan de enorme vraag naar homeopathische artsen te kunnen voldoen, startte de VHAN in 1981 in Wageningen met de SHO, de Stichting Homeopathische Opleidingen. Toen Christien Klein zich daar in 1990 meldde, zat ze met honderd mede-studenten afgestudeerde artsen in het eerste jaar. De opleidingen voor homeopathisch therapeuten, trokken intussen ook veel studenten; de opmars van de homeopathie leek onstuitbaar.

En toen gooide staatssecretaris Simons in 1992 de homeopathie uit het ziekenfonds en uit de basisverzekering. Wie homeopathische hulp vergoed wilde krijgen, moest zich aanvullend verzekeren. De intensieve en tijdrovende homeopathische behandeling werd voor een deel van de patiënten te duur. Dat was een keerpunt. Door het sterk toegenomen aantal artsen en therapeuten en de afname van de vraag, werd de spoeling dunner.

Nu ken ik veel collegas die er een baan bij moeten hebben, zegt Jan Hoes. Anders redden ze het niet. Omdat de vooruitzichten niet denderend zijn, is ook de belangstelling voor de SHO-opleidingen verminderd. Dit jaar levert de opleiding welgeteld zeven nieuwe arts-homeopaten af. Dat is te weinig om de homeopaten die stoppen met hun praktijk te vervangen. Hoes: Op bijscholingscursussen is iemand van 45 jong. De meesten zijn daar boven de vijftig.

Dieptepunt

Inmiddels is het aantal homeopathisch artsen gedaald tot 365, en Christien Klein verwacht dat het dieptepunt nog niet is bereikt. Overigens bedraagt het aantal homeopathische therapeuten momenteel ongeveer 650, zodat de patiënt al met al op ruim duizend adressen terecht kan voor een homeopatisch consult.

Het ledental van de patiëntenvereniging KVHN daalde van ruim dertienduizend in het topjaar 1988 tot ongeveer zesduizend nu.

Negatieve publiciteit, zoals in 2004 die rond het rapport over de dood van Sylvia Millecam, zorgde ook voor afname van het aantal patiënten. Maar die bleek in het verleden steeds van tijdelijke aard. De patiënten trekken zich van dat gekrakeel niet wezenlijk iets aan, zegt Christien Klein. De aanvallen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij lijken de patiënt niet te beroeren. Maar de beleidsmakers mogelijk wel. Hoes: Nederland is op beleidsniveau anti-homeopathie. Er is bij de overheid geen bereidheid onbevooroordeeld naar ons te luisteren.

Paul Dijkstra van de KVHN: We hebben natuurlijk te maken met iemand als Herre Kingma, inspecteur-generaal Gezondheidszorg. Die man is ook van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Die verdedigt belangen, van de beroepsgroep van reguliere artsen, die voelen zich bedreigd. Van de farmaceutische industrie. Want het gaat óók gewoon om geld. En zon man adviseert dus Hoogervorst. We hebben vorig jaar drie kwartier met Hoogervorst om de tafel gezeten. Hij zei alleen maar: Er is niets bewezen.

VSM sponsorde in de jaren negentig onderzoek aan de Universiteit van Utrecht, waar de celbioloog Roel van Wijk een eerste vinger achter het werkingsmechanisme van homeopathische geneesmiddelen dacht te hebben gekregen. Maar volgens de tegenstanders deugde er niks van het onderzoek.

Zo gaat het altijd. Paul Dijkstra: Het zijn twee botsende paradigmas. Twee verschillende manieren van kijken naar de mens, zijn gezondheid, ziekte en genezingsmogelijkheden. Christien Klein is blij dat er recentelijk overleg tussen overheid, artsenverenigingen voor alternatieve geneeswijzen en onderzoeksorganisatie ZonMw uitmondde in een plan om te komen tot het ontwikkelen van geschikte onderzoeksmethoden voor bijvoorbeeld homeopathie. De methodes van de reguliere wetenschap moeten worden aangepast aan de eigen kenmerken van de homeopathie.

Jan Hoes ziet ondanks alles de toekomst niet somber in. Maar op termijn staat of valt alles met erkenning van de homeopathie. Verdere professionalisering en wetenschappelijk onderzoek moeten die dichterbij brengen. En dan moeten overheid en zorgverzekeraars bereid zijn mensen het recht te geven te kiezen uit meerdere geneeswijzen. Misschien krijgen de beleidsmakers dan door dat homeopathie tot een effectieve kostensbesparing zal leiden in het budget voor gezondheidszorg.

VSM verkoopt van zijn producten overigens significant méér in de zogenoemde Bible Belt, de gereformeerde gordel die als een eresjerp door Nederland loopt, vanaf de Alblasserwaard, over de Utrechtse Heuvelrug richting Staphorst. Rommert Wijnsma heeft geen idee waarom de homeopathische producten daar populairder zijn dan elders.

Misschien omdat ze in die streken van oudsher goed zijn in geloven in het onverklaarbare?

Christien Klein: Homeopathie heeft niks te maken met geloof. Het werkt.

Voor dit artikel is dankbaar gebruikgemaakt van De geschiedenis van de homeopathie in Nederland, afstudeerscriptie van Christly Duijvelaar en Elke Wisseborn. Wageningen 1993.

Hahnemann

Nederland is goed voor 100 mln euro per jaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden