In gebarentaal voert prinses Laurentien haar slotwoord voor een publiek met dove kinderen.
In gebarentaal voert prinses Laurentien haar slotwoord voor een publiek met dove kinderen. © ANP

Gebaren bij praten komen voort uit taal

Blinden kunnen gebaren niet afkijken en toch gesticuleren ze tijdens het praten op dezelf de manier als zienden. Als ze tenminste dezelfde taal spreken, blijkt uit een nieuwe studie.

De gebaren die we maken bij het praten, kijken we niet af van anderen, maar komen rechtstreeks voort uit de taal die we spreken. Dat blijkt uit een experiment met Turks- en Engelssprekende zienden en blinden. De blinde proefpersonen zijn zonder zicht geboren en dus niet in staat gebaren kopiëren. Toch gesticuleren ze op dezelfde manier als hun taalgenoten.

Dat het ene volk drukker en anders met de handen praat dan het andere, is bekend. Maar hoe dat komt, is onduidelijk. Een kwestie van cultuur? Of kopieergedrag? Taalwetenschappers van de universiteit van Chicago denken het antwoord te hebben gevonden door de gebaren van blinden en zienden met dezelfde taal te vergelijken. Het blijkt dat taalgenoten dezelfde gebaren maken, of ze nu kunnen zien of niet.

De studie van de Universiteit van Chicago, Is seeing gesture necessary to gesture like a native speaker, staat in het nieuwste nummer van Psychological Science. 'Een heel opwindende uitkomst', vindt hoogleraar gebarentaal en taalverwerving Asli Özyürek van de Radboud Universiteit. 'Het bevestigt een hypothese die onze vakgroep twaalf jaar geleden formuleerde, namelijk dat niet zozeer de cultuur, maar vooral de taal bepaalt hoe we gesticuleren tijdens het praten.'

Samengestelde gebaren

De Engelsen maken niet alleen samengestelde gebaren, maar kozen ook werkwoorden met een samengestelde betekenis

Voor het experiment maakten de onderzoekers een maquette van een poppetje dat over een paadje naar een huisje rent. De blinden konden de maquette betasten, de zienden konden hem bekijken. Daarna moesten ze de situatie beschrijven. Of ze nu blind waren of niet, de Engelstaligen maakten veelal samengestelde gebaren - met twee handen - om zowel de manier van lopen weer te geven als de beweging zelf. De Turkssprekenden maakten enkelvoudige gebaren - met één hand - doorgaans om de beweging aan te geven.

Het frappante is dat de gebaren precies reflecteren hoe de taal in elkaar zit, meent Claartje Levelt, hoogleraar taalverwerving aan de Universiteit Leiden. 'De Engelsen maken niet alleen samengestelde gebaren, maar kozen ook werkwoorden met een samengestelde betekenis. In het Engels luidt de omschrijving: het meisje rent het huis in. In het Turks wordt de situatie in mootjes gehakt: 'het meisje gaat het huis binnen, rennend.'

Heel plastisch

Dat blinden volop gebaren, was ook al bekend. Maar deze studie toont voor het eerst aan dat blinden geen universele gebarentaal met elkaar delen. Volgens de Nijmeegse hoogleraar Özyürek laat de studie ook mooi zien dat handgebaren tijdens het spreken niet noodzakelijkerwijs voortkomen uit visualisaties die we maken van gebeurtenissen. Want blinden kunnen niet visualiseren, terwijl ze wel dezelfde gebaren maken als zienden.

Zo weten blinden, bleek uit een andere studie, heel plastisch te kunnen gebaren (met een C-vormige curve in de lucht) hoe een vloeistof wordt overgegoten. Blijkbaar biedt de taal zelf genoeg handvatten om zo'n situatie te verbeelden met een handgebaar.

De studie maakt aannemelijk dat gebaren ons helpen bij het leren van een taal en het ordenen van onze gedachten. Hoe dan ook is al dat gewapper met de handen een wezenlijk onderdeel van het spreekproces. Wie op zijn handen gaat zitten als hij iets vertelt, is sneller uitgepraat en kan moeilijker op woorden komen.

Dat gesticuleren doen we blijkbaar niet alleen om onze boodschap te versterken, maar ook voor onszelf. Immers: ook aan de telefoon kunnen we onze handen niet stil houden. Zelfs blinden die met elkaar in gesprek zijn, bestoken elkaar met gebaren.