Geachte collega,

Op verzoek van de Volkskrant wenden briefschrijvers zich tot Charles Darwin. Deze week: viroloog Ab Osterhaus. Zie ook brievenaandarwin.volkskrantblog.nl..

Bijna elk kind raakt wel gefascineerd door de diversiteit aan dieren en planten die hem al vanaf zijn jongste jaren omringen. Dit zette ook mij al vroeg aan het denken, ook omdat mijn opvoeding mij een creationistische voorstelling van fauna en flora voorschotelde. Met uw evolutietheorie maakte ik voor het eerst kennis op de middelbare school; het was voor mij een ware eyeopener. Het bracht logische verklaringen voor zo vele vragen die mij tot dan hadden beziggehouden. Zoals zo vaak bij belangrijke theorieën en ontdekkingen die de wereld veranderd hebben, vielen de vanzelfsprekendheid en de ontwapenende eenvoud direct op. Het leek allemaal zo logisch dat het welhaast onvoorstelbaar was dat iemand zich er nog tegen verzette. Hoewel baanbrekende ontdekkingen ogenschijnlijk voor het oprapen liggen, zijn er maar weinigen die ze ook daadwerkelijk oprapen: eenvoud en genialiteit liggen dicht bij elkaar.

Toen ik diergeneeskunde studeerde, liep ik ook daar tegen enkele creationistische hardliners onder mijn docenten aan. Pas in mijn latere werk als dierenarts en viroloog ben ik goed gaan beseffen hoe centraal de evolutie is voor het voortbestaan en de ontwikkeling van virussen en van hun gastheren. Naast the origin of species en de rol die parasieten en andere ziekteverwekkers in het evolutieproces spelen, ben ik zelf vooral gefascineerd geraakt door the origin of viruses en de evolutie van virussen. Virussen, met hun korte generatietijd en hun relatief beperkte hoeveelheid erfelijk materiaal, zijn bij uitstek geschikt om de genetische basis van de evolutie te kunnen bestuderen! Er zijn geen organismen op deze aarde die zich sneller aan hun omgeving kunnen aanpassen en waarvan we bovendien met onze huidige technieken de genetische veranderingen sneller en beter kunnen blootleggen.

We hebben daarom in het kader van het Darwinjaar 2009 een tentoonstelling over de evolutie van het H5N1-griepvirus ingericht in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, een vraag-en-antwoordboek over influenza (101 vragen over influenza), uitgegeven en een realistisch spel ontwikkeld (www.thegreatflu.com), waarin de speler de strijd kan aanbinden met pandemische influenzavirussen. Verder doet een groep jonge griepwetenschappers van het Erasmus MC onder de naam the flufighters.com mee aan de Academische Jaarprijs. Al deze activiteiten zijn erop gericht om jongeren te interesseren voor wetenschappelijk onderzoek. Het influenzavirus vormt hierbij een heel praktisch en aansprekend voorbeeld van hoe belangrijke evolutionaire processen zich zelfs in een tijdspanne van enkele maanden kunnen voltrekken. Influenzavirussen vervullen hierbij als het ware de rol van de vinken op de eilanden die u heeft bezocht.

Het is interessant hierbij te bedenken dat de virussen op hun beurt ook weer een belangrijke selectiefactor voor hun gastheren vormen. Behalve dat vogels zich aanpassen aan de steeds veranderende vogelgriepvirussen, bewerkstelligen dezelfde influenzavirussen ook een selectie onder zoogdieren, inclusief de mens, door van tijd tot tijd ziekte-uitbraken te veroorzaken. Soms is er sprake van ziekte-uitbraken waarbij nieuwe diersoorten worden geïnfecteerd. Kortom, een complex evolutionair samenspel van virussen en hun gastheren, maar in feite is deze interactie nog relatief simpel.

Dit proces is ingewikkelder voor virussen die met hun gastheren zijn meegeëvolueerd en daarbij een delicaat evenwicht hebben weten te bewerkstelligen. Een sprekend voorbeeld is de evolutie van herpesvirussen en hun dierlijke gastheren. Herpesvirussen worden gevonden bij vrijwel alle dieren: zoogdieren, vogels, reptielen en zelfs ongewervelden, zoals oesters, en daarmee zijn ze al sinds vele miljoenen jaren meegeëvolueerd. Gedurende deze langdurige relaties hebben de virussen een groot arsenaal aan mechanismen ontwikkeld om aan de afweersystemen van hun gastheren te ontkomen. Zulke ontsnappingsroutes zijn bij bijvoorbeeld de influenzavirussen veel minder goed ontwikkeld. Een van de strategieën van de herpesvirussen is het, door de miljoenen jaren heen, op grote schaal incorporeren van genetische informatie van gastheereiwitten die bij deze afweerprocessen betrokken zijn. Dit maakt het mogelijk om specifiek de werking van deze afweerstoffen uit te schakelen. Door de grote specialisatie springen herpesvirussen ook maar zelden van diersoort op diersoort over – en als het al gebeurt, dan meestal tussen verwante diersoorten.

Geachte collega, u zult het met mij eens zijn dat deze voorbeelden aantonen dat evolutionaire processen zich bij uitstek laten bestuderen met moderne virologische en genetische technieken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat als in uw tijd virussen en hun ziekteverwekkende eigenschappen bekend zouden zijn geweest, u ongetwijfeld ook viroloog zou zijn geworden.

Vriendelijke groet,

Ab Osterhaus

Ab Osterhaus is viroloog aan het Erasmus MC in Rotterdam. Dit is deel 31 van een reeks brieven aan Charles Darwin. Lezers kunnen hun eigen brief aan Darwin sturen naar kennis@volkskrant.nl, ovv "brief aan Darwin"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden