Review

Game van de week: Assassin's Creed Origins is een zandbak vol schitterend speelgoed

De tijdmachine die Animus heet is op zijn tiende halte in de Franse gamesreeks Assassin's Creed gestopt in het oude Egypte. De wereld van mummies, papyrus en piramides is prachtig nagemaakt. Maar is Origins méér dan een mooi plaatjesboek?

Assassijn Bayek probeert van een olifant een mug te maken. Beeld Ubisoft

De oude Egyptenaren hadden al drones. Drones?

In elk geval in het Egypte zoals dat tussen 60 jaar en 30 jaar voor de geboorte van Christus werd geleid door farao Ptolemaeus XIII. Leden van een speciale militie waren toen in staat om de omgeving door de ogen van een arend te zien, terwijl die boven een stad of woestijn vloog. Er kwam geen camera of draadloze verbinding aan te pas. Sommige Egyptenaren hadden gewoon de bovennatuurlijke gave om in de geest van een dier te kruipen. Aldus Assassin's Creed Origins.

Vrijwel ieder computerspel vraagt de gamer zijn ongeloof over sommige verschijnselen te slikken, om zijn scepsis even te parkeren. Soldaten die vijf voltreffers overleven? Moet kunnen. Auto's die van een berg storten en geen enkele deuk oplopen? Kwestie van mazzel. Een loodgieter die over paddenstoelen stuitert? Kán. Nét.

Dus een havikarend als drone? Zoveel fantasie vraagt de jongste, tiende aflevering van Assassin's Creed, de succesvolle gamereeks van Ubisoft, niet eens. Later zullen we ook panters, hyena's en nijlpaarden in enkele tellen temmen en die tegen onze vijanden opzetten. En Cleopatra in een naveltruitje voorbij zien schuifelen.

Een arendsoog in het oude Egypte. Beeld Ubisoft
Nog een hele klim, zo'n piramide. Beeld Ubisoft

Dan Brown

Voor Origins zetten we onze verbazing over het ongerijmde graag opzij, want elke Assassin's Creed is een feestje. Dit keer overigens een feestje waarop we iets langer moesten wachten. De Franse gamesuitgever bracht tot nu toe elk jaar een nieuw avontuur uit. Alleen hebben de Fransen (strikt genomen: Canadezen, want de makers werken in Montreal) voor deze tiende titel een jaartje extra genomen. Zo wilden ze de steeds luider klinkende kritiek wegnemen dat de games te veel op routine werden gemaakt en te weinig innoveerden.

Het uitgangspunt is hetzelfde gebleven. We stappen in een tijdmachine, de Animus, die niet zozeer ons fysiek naar vervlogen tijden brengt, maar uit oud dna de herinneringen tot leven wekt (een ware wtf) van personages die eeuwen geleden het tijdelijke met het eeuwige verwisselden. In de eerste games was er ook nog sprake van een ingewikkeld complot in het hier en nu, dat zich met de historische ontwikkelingen verweefde, maar die verhaallijn is vrijwel geheel verdwenen.

Het mag opmerkelijk heten dat we in Origins maar liefst twee millennia teruggaan in de tijd. Elke Assassin's Creed maakte een sprong naar een steeds dichterbij gelegen verleden, van de tijd dat de derde kruistocht naar het Heilige Land werd ondernomen (1191) tot Londen in de smog van de tweede industriële revolutie (1789). Een avontuur in de Eerste of Tweede Wereldoorlog had qua telling voor de hand gelegen.

Waarom het oude Egypte? Officieel heet het dat Ubisoft de oorsprong (origins) wilden belichten van het conflict dat al in negen games centraal staat: die tussen de Assassijnen, een ietwat vage islamitisch-georiënteerde factie die vrijheid-blijheid voorstaat, en de orde van de Tempeliers, die de wereld onder rooms-katholieke knoet willen brengen door een aantal artefacten met bovenaardse krachten op te sporen. Dan Browns complotten zijn er niks bij.

Cleopatra opent Heel Caïro Bakt. Beeld Ubisoft

Toeristengids

De chef-assassijn in Origins heet Bayek en hij is op een queeste van wraak uit, aangezien zijn zoontje is omgekomen toen hij door voorlopers van de Tempeliers werd gegijzeld. Bayek voert zijn vendetta uit in een Egypte dat niet langer een machtig rijk is, maar langzaam onder de voet wordt gelopen door de Romeinen onder Julius Ceasar, die daarmee de eerder verdreven koningin Cleopatra op de troon terugbracht. Hoe dan ook, het is een rijk in verval en dat komt in tal van details mooi tot uiting.

De reuzensprong naar het Egypte vlak voor de ondergang van de Hellenistische heerschappij is vooral een excuus om uit te pakken met decors, achtergronden en landschappen van een tijd die daarna onder het zand verdween, werd leeggeroofd en erodeerde. Ubisoft Montreal schijnt elke historicus met kennis van die tijd en cultuur uit de kaartenbak te hebben getrokken en dat zie je aan de aankleding. De piramides en sfinx van Gizeh! Alexandrië! Memphis (aan de Nijl, niet in Tennessee)! El-Fajoem! De oase van Siwa!

Er is zoveel te zien in Origins, dat Ubisoft voor volgend jaar een uitbreiding heeft gepland die kopers van de game in staat stelt om al dat fraais te bezoeken en te bekijken zonder dat er tegenstanders moeten worden neergestoken, gespietst of gewurgd. Je kunt het oude Egypte dan bezoeken als toeristen, niet als assassijn met wrok.

Rots met uitzicht. Beeld Ubisoft
Een Tomb Raider avant la lettre. Beeld Ubisoft

Ploertendoder

Maar kom, Origins is geen geschiedenisboek, het is een game. Dus gaan we als Bayek te voet, te paard, te nijlpaard en met nijlboten op jacht. We rennen rond en schieten honderden bijfiguren aan die praten - die veel praten - om aanwijzingen te krijgen over de locatie van onze gemaskerde snoodaards. Liefst onopgemerkt sluipen we hun schuilplaats in om ze een kopje kleiner te maken, waarna we ons volgende doelwit opsporen.

Ubisoft heeft de manier waarop we vechten in Origins aangepast. Er zijn meer man-op-mangevechten, met een keuze uit een beperkte reeks gevechtshoudingen - aanvallen, ontwijken of verdedigen. Die vereisen wel dat Bayek zijn opponenten dicht op de huid zit, anders slaat hij een slag in de lucht. Voorheen ging het vooral om dat je een aanval op de seconde nauwkeurig afsloeg.

De keuze aan wapens is ook ruimer en elk van die strijdmiddelen heeft zijn voors en tegens. Een speer maakt meer schade, maar is ook zwaarder en dus trager in een treffen. Betere of verbeterde wapens komen binnen handbereik via nevenmissies, maar dit systeem heeft zijn nadelen. Dan heb je Bayek ongemerkt langs tachtig lijfwachten geloodst en je doelwit bereikt, kom je erachter dat je wapen niet krachtig genoeg is om de booswicht de fatale slag toe te brengen. Je hebt ergens een afslag naar de perfecte ploertendoder gemist.

Een vast element, waarmee de eerste Assassin's Creed-avonturen zich zo onderscheidden van de rest en dat uit latere titels meer en meer verdween, maakt in Origins zijn comeback: de parkour. Er wordt door Bayek hartstochtelijk geklommen, gesprongen, gegleden en gestuiterd van daken, muren, bomen en piramides.

Te veel naar Spartacus gekeken, die Bayek. Beeld Ubisoft

Elastiek

De kunstmatige intelligentie, die de computergestuurde vijanden laat reageren op Bayeks aanwezigheid, maakt in Origins soms rare capriolen. Als de assassijn de benen neemt om een confrontatie te vermijden, begint de oppositie als een kip zonder kop rond te rennen. In andere gevallen proberen we weg te sluipen en worden minuten lang achtervolgd door een tegenstander die minuten wacht voor hij de fatale klap uitdeelt. Ontsnappen kan niet: het lijkt wel of deze vijand met elastiek aan je vastzit.

Origins biedt de gamer niet meer dan hij al niet in andere, betere spellen heeft beleefd. Tegelijkertijd is Origins is de beste Assassin's Creed in jaren, en misschien wel de beste in de reeks (een eer die de meeste gamers tot nu toe toekenden aan de tweede titel, uit 2009 en Brotherhood dat een jaar later uitkwam). Assassin's Creed Origins is een kolossale zandbak vol met schitterend speelgoed.

Assassin's Creed Origins (Ubisoft)
Uitgebracht voor PlayStation 4, Xbox One, Windows
Geschikt bevonden voor 18 jaar en ouder (PEGI)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.