Gaat synthetische ivoor de olifanten redden?

Stropers blijven olifanten en neushoorns afslachten voor hun slagtanden en hoornen. Waarom is er geen synthetisch alternatief dat de jacht overbodig maakt?

Ivoor bestaat uit hetzelfde materiaal als onze tanden: dentine. Beeld Colourbox

In 1861 verscheen er in het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair een cartoon met feestende walvissen in smoking. De dieren vierden de ontdekking van oliebronnen in de staat Pennsylvania. Walvisolie was in die tijd een belangrijke brandstof voor lampen, maar door de vondst van een makkelijk toegankelijk alternatief verdween de vraag. Een substituut redde de walvis (in Amerika, andere landen bleven tot diep in 20ste eeuw walvissen bejagen voor hun vlees).

Olifanten en neushoorns wachten met smart op een soortgelijk feestje. De af te huren zaal wordt angstvallig klein, want het gaat slecht met beide soorten. De Great Elephant Census telde in 2014 350 duizend olifanten, een daling van 30 procent in slechts zeven jaar. In hetzelfde jaar schoten stropers alleen al in Zuid-Afrika 1.215 neushoorns neer voor hun hoorn, en dat op een totale populatie van ongeveer 25 duizend. Wordt het niet eens tijd een beter, makkelijker verkrijgbaar en goedkoper substituut te creëren dat de vraag naar het origineel doet verdwijnen?

Nu is de zoektocht naar synthetisch ivoor niet nieuw. Tot diep in de 19de eeuw waren bijvoorbeeld biljartballen en pianotoetsen ook van ivoor. De uitvinding van celluloid door de Amerikaan John Hyatt in 1869 maakte het gebruik ervan voor de ballen al overbodig. Pianisten bleken iets moeilijker te overtuigen: ivoor heeft de bijzondere eigenschap dat het vocht, en dus zweet, opneemt in minuscule poriën, waardoor de vingers van toetsenisten niet 'uitglijden' over de toetsen. Dat bleek moeilijk na te maken, maar sinds begin jaren zeventig van de vorige eeuw gebruiken alle pianobouwers polymeren als synthetisch alternatief voor ivoor.

Bedreigde diersoort

In de slipstream van de neushoorn en de olifant hebben stropers het ook gemunt op de helmneushoornvogel. Het versiersel boven op de snavel van die vogel is van keratine, net als de hoorn van de neushoorn, en leent zich daarom goed voor beeldhouwwerken. Die zijn met name in Indonesië populair. Vorig jaar plaatste de IUCN, de organisatie die verantwoordelijk is voor de Rode Lijst, het dier voor het eerst in de groep van bedreigde diersoorten.

Status

Helaas zijn dit marginale markten, de bulk van het ivoor en neushoornhoorn vindt zijn aftrek in Azië, met name in China, Thailand, Vietnam en de Filipijnen. Vooralsnog krijgen synthetische alternatieven daar geen voet aan de grond. Dat komt doordat het kopers niet gaat om de fysische eigenschappen van het product. Ivoor is weinig meer dan een uit de klauwen gegroeide tand, en bestaat uit hetzelfde materiaal als onze tanden: dentine. Voor de beeldhouwwerken die de Aziaten ervan maken, zijn vanuit een praktisch oogpunt legio alternatieven voorhanden.

Waar het ze wel om te doen is, is status en zeldzaamheid. 'Ivoor staat voor Chinezen hoger in aanzien dan goud, het is het ultieme cadeau en brengt ze dichter bij God', zegt kunstenaar Nina van den Broek, met op haar cv een nominatie voor de New Material Award van de Stichting Doen. Die kreeg ze voor namaakivoor vervaardigt uit menselijke melktanden, dat ze verwerkte tot een sieraad.

Voor neushoornhoornen geldt iets soortgelijks: die zijn gemaakt van keratine, net als onze nagels, die zonder moeite de prullenbak in verdwijnen na het knippen. De hoornen zijn populair vanwege hun - onbewezen - medicinale werking: de Vietnamese vraag steeg explosief toen een politicus beweerde dat een dagelijkse dosis verpulverde hoorn zijn kanker had genezen. Status en mythische culturele waarden laten zich niet vangen in een synthetisch alternatief. Precies om die reden heeft Van den Broek niet de illusie dat haar materiaal zal uitgroeien tot een volwaardig alternatief, hoezeer de ingrediënten ook overeenkomen.

Als een surrogaat niet werkt, dan toch zeker wel het echte materiaal, maar dan gemaakt in het lab? Dat is wat het vorig jaar opgerichte Amerikaanse bedrijfje Pembient nastreeft. Het is erin geslaagd neushoornkeratine te maken met behulp van genetische modificatie. Daartoe knipten de Amerikanen het gen dat verantwoordelijk is voor de productie van keratine uit de genetische informatie van de neushoorn, en voegden dat toe aan het dna van een gist, dat daardoor keratine ging produceren. Gist groeit snel, waardoor het bedrijfje rap een flinke lading keratine tot zijn beschikking had, die vervolgens met een 3D-printer is omgevormd tot een hoorn die verrassend goed lijkt op een echte.

Neushoornhoorn is gemaakt van keratine, net als onze nagels. Beeld Colourbox

Stamcellen

Helemaal perfect is het nog niet: naast keratine bevat een neushoornhoorn mineralen in verschillende concentraties, die bijdragen aan de textuur en hardheid van de hoorn.

Pembient hoopt uiteindelijk de markt te overspoelen met goedkopere nephoornen, om zo stropers de wind uit de zeilen te nemen.

Het bedrijf heeft dezelfde ambities met ivoor, maar heeft daar nog geen eerste versie van gemaakt. 'Dentine is lastiger om mee te 3D-printen, omdat het moeilijk smelt', weet Van den Broek uit ervaring. 'Om tandengruis te laten plakken, is een bindmiddel nodig, zoals composiet. Maar daarmee verliest het resultaat direct zijn echtheid.'

Een ander idee is slagtanden te laten groeien vanuit stamcellen, het type cel dat kan uitgroeien tot elke denkbare cel. Zo kom je het dichtst bij het origineel. 'Reken er niet op dat dat binnen afzienbare tijd kan', zegt kaakchirurg Tim Forouzanfar van het VU medisch centrum in Amsterdam. 'We zijn met veel moeite in staat stamcellen te laten specialiseren tot botcellen, die dicht tegen tand aan zitten, maar alleen als laagje in een petrischaal. We kunnen er nog geen vorm mee maken, laat staan printen.'

Maar zelfs als het lukt op grote schaal niet van echt te onderscheiden nephoornen en -slagtanden te maken, is het maar de vraag of de dieren er profijt van gaan hebben, stellen natuurbeschermingsexperts als Christiaan van der Hoeven, Wildlife Crime expert bij het Wereld Natuur Fonds (WWF). 'Er is geen markt voor nepspul, hoe dicht bij het origineel het ook komt. Chinezen willen alleen het echte materiaal.' De prijs van ivoor is zo hoog dat kopers niet schromen authenticiteitstesten uit te voeren.

'Er is ooit geprobeerd de markt te beïnvloeden met mammoettanden, waarvan het ivoor sterker is dan dat van olifanten', zegt Van der Hoeven. Die prehistorische dieren zijn uitgestorven, maar met name in Siberië slingeren er nog veel slagtanden rond, die niet vergaan. 'Het mocht niet baten: producten van mammoetivoor werden alleen gekocht door Europeanen en Amerikanen, Chinezen haalden hun neus ervoor op.'

Rest er niks anders dan de vraag beïnvloeden. 'Dat is een langdurig proces, niks moeilijker dan een gedragsverandering afdwingen', geeft Van der Hoeven toe. 'Maar het is gelukt in Japan. Dat land was ooit een van de grootste afnemers van ivoor, nu is er geen Japanner die het nog koopt. China heeft voor het eerst beloofd om volgend jaar de interne markt van ivoor aan banden te leggen, wie weet is dat het begin.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden