Frederik Buytendijk Een octopus in de wetenschap

Geboren: 29 april 1887 in Breda. Hobby: snoekvissen. Was fel tegen: het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg....

IN ZIJN jonge jaren nam hij nog de tijd om met vakantie te gaan. Met zijn vrouw, vier kinderen en een rugzakje trok hij door Frankrijk. Maar hoe ouder hij werd, hoe meer hij 'de vitamine V' als een obstakel beschouwde. De tijd ging dringen. Er waren zoveel wetenschappelijke terreinen waar de rusteloze geest van arts, (dier)fysioloog, psycholoog, antropoloog en filosoof F.J.J. Buytendijk nog niet had kunnen ronddwalen. 'Als ik twee weken niets heb gedaan, heb ik het gevoel dat ik een oud mannetje ben', verzuchtte hij op tachtigjarige leeftijd. Hij was toen net begonnen aan een antropologische studie over Freud.

Tot het eind van zijn leven bleef hij, in minutieus handschrift, nieuwe ingevingen en inzichten noteren. Buytendijk was een wetenschappelijke veelvraat. Hij was grenzeloos nieuwsgierig naar al wat bloeit en leeft, en had een gruwelijke hekel aan het specialisme. 'Aanziet de leliën des velds', was zijn lijfspreuk.

Niets achtte hij zijn vorsersblik onwaardig. Hij heeft in zijn lange leven over een buitengewoon breed scala van onderwerpen zijn licht laten schijnen: over de psychologie van dieren, over de vrouw, de pijn, het voetballen, de idealen van studenten, over Dostojevski, de roman, de vrijheid, de ontmoeting der seksen, de dans, de smaak, de mier, de hond.

De moderne gedragstherapeut voor honden kan nog altijd rijkelijk putten uit zijn werkje De psychologie van den hond (1932), waarin hij onder andere verslag doet van zijn pogingen om politiehond Albert op zijn reukvermogen te onderzoeken. Hij onderzocht de urine van haaien, de kleur van tarbotten na extirpatie van de ogen, de trilhaarbeweging in de kieuwen van de mossel en de doordringbaarheid van de kikkerlong.

Hoewel hij als arts afstudeerde, was Buytendijk vanaf het begin van zijn carrière geïnteresseerd in het gedrag van dieren. In 1918 promoveerde hij op een studie over gewoontevorming bij dieren. Hij schreef populair-wetenschappelijke artikelen over dierpsychologie, vanaf 1926 in De Telegraaf en later, na 1935, in het katholieke dagblad De Tijd.

In zijn ogen was het dier niet zo maar een lagere vorm van bestaan, het was 'de voorafschaduw' van de mens. 'Het dier is slechts verstaanbaar vanuit de sfeer van de mens, omdat het in zijn existentie menselijke trekken afbeeldt. Over zijn wezen ligt de schaduw van het kennen, gelijkenis met de geest', schreef hij in 1939. Buytendijk was ervan overtuigd dat mensen en dieren zich niet louter op een natuurkundige wijze laten bestuderen.

Beide soorten vertonen gedrag dat zinvol betrokken is op hun situatie. Het verschil tussen mens en dier is dat de dier zich 'met huid en haar' aan die situatie overgeeft, terwijl de mens het verstandelijk vermogen heeft om zichzelf te 'ontwerpen', een bestaanswijze te kiezen. Bovendien stelde hij, tegen de causaal-mechanische traditie in, dat bij het onderzoeken van levensverschijnselen de lagere vormen uit de hogere moeten worden begrepen. En niet andersom. Vanuit die houding is het niet verwonderlijk dat hij zijn werkterrein steeds verder naar de psychologische en wijsgerige antropologie ging verleggen.

Maar aan een studie psychologie is Buytendijk nooit begonnen. Hij was een autodidact, die zelfs met enige trots verklaarde nooit een handboek psychologie te hebben ingezien. Hij vond zo'n studie ook niet meer nodig. Het ging, betoogde hij met vuur, om de 'integrale benadering' van de levensverschijnselen, om de mens in zijn wereld. Want de mens is geen gesloten kist die je openbreekt om er achter te komen wat er in zit. Om de mens te leren kennen en om dus achter zijn problemen te komen, moet hij worden gadegeslagen in zijn dagelijkse verrichtingen: tijdens het huwelijk, op het voetbalveld, als hij ouder wordt, crimineel actief is...

Die visie, de fenomenologische psychologie, vond na de Tweede Wereldoorlog in Europa steeds meer weerklank. Buytendijk introduceerde die methode niet alleen in Nederland, maar verrijkte deze voortdurend met zijn eigen denkbeelden. Zijn faam reikte tot ver buiten de grenzen.

In Nederland vormde zich rond zijn persoon een invloedrijke fenomenologische kring, de 'Utrechtse school', waar gerenommeerde geleerden als Rümke, Langeveld, Van den Berg, Van Lennep en Linschoten zich door hem lieten inspireren. En waar hele generaties studenten aan zijn lippen hingen.

Letterlijk bijna. Want Buytendijk doceerde niet, hij gaf performances. Gekleed in eenvoudige colbertjes, versierd met grote ijdele pochets, een antiek lorgnetje bungelend aan een koordje aan zijn revers, droeg hij met warme stem en voorname gebarentaal prachtig proza voor. Hij had humor, lardeerde zijn teksten met citaten uit de wetenschap en de literatuur.

Hij had ook veel materiaal om uit te putten. Zijn hele leven lang onderhield hij bijna klassieke briefwisselingen met grote Franse en Duitse filosofen, met Merleau-Ponty, Helmuth Plessner, Max Scheler, Ludwig Binswanger, Romano Guardini, Sartre en De Beauvoir. Hij liet zich door hen inspireren, mengde hun ideeën met eigen ingevingen en produceerde zo tientallen boeken en honderden artikelen. Soms hergebruikte hij, naar wetenschappelijke smaak, te veel van andermans werk. Zo kleeft de geur van plagiaat aan zijn beroemde boek De vrouw (1951) - waarin hij de schijnbaar simpele, maar toen nog revolutionaire gedachte ontvouwde dat de vrouw een mens is, geen natuur, geen ding, maar een wezen dat zichzelf ontwerpt, zichzelf kan ontplooien. Hij zou die denkbeelden hebben gevist uit het boek Vom Wesen der Geschlechter van Lersch.

Buytendijk zelf probeerde zijn inspiratiebronnen niet echt weg te moffelen. Hij zwaaide zijn buitenlandse collega's openlijk lof toe. En heeft ook nooit verhuld dat hij in grote mate is beïnvloed door Guardini, door wie hij zich tot het katholicisme liet bekeren. In de Nederlandse katholieke zuil - waar hij geen veiligheid, maar in eerste instantie vrijheid zocht -, heeft de gereformeerde bekeerling zich nooit als een mak schaap gedragen. Stille berusting lag niet in zijn aard. Vanaf het begin fulmineerde hij tegen de 'neurotiserende tendenties van de kerk', tegen de 'opium-godsdienst' die onvrij maakt.

Met missionaire drang stapte hij in 1948 in de functie van voorzitter van de Katholieke Centrale Vereniging voor Geestelijke Volksgezondheid. Een organisatie die hij met medestanders als Fortmann, Trimbos en Ruygers aanscherpte tot speerpunt van een anti-moralistisch offensief. De katholieke opvattingen over seksualiteit, betoogde hij, zijn niet alleen buitengewoon bekrompen, maar zelfs schadelijk voor de geestelijke volksgezondheid.

Buytendijk heeft zich altijd als een octopus door het wetenschappelijk landschap bewogen, zijn tentakels uitstrekkend tot in de verste uithoeken van de maatschappij. Verbaasd noteerde De Tijd bij de viering van zijn zeventigste verjaardag in 1955 dat 'niemand precies kan zeggen met welk probleem Buytendijk zich vooral bezig houdt'. En dat dus ook niemand kan zeggen op welk terrein hij zich het meest heeft doen gelden. 'Hij was de psycholoog van het curieuze der beleving', probeerde de Volkskrant hem bij zijn dood in 1974 te karakteriseren. En het blad Psychologie en Maatschappij wees in 1987, bij de herdenking van zijn honderdste geboortedag, aarzelend naar 'de introductie van het begrip zelfontplooiing' in het onderwijs en het maatschappelijk werk. Overigens zonder aan te tekenen dat die ideologie van de maakbaarheid in de jaren zestig even hevig was doorgeschoten.

Buytendijk zou hebben gegniffeld om die enigszins diffuse karakterisering. Zelf voelde hij zich 'een vlinder die wordt gedreven door de hartstochtelijke wens iets van de natuur en geest te begrijpen'. Vrij rondfladderen wilde hij, niet gehinderd door de wetenschappelijke hokjesgeest.

Janny Groen

Dit is de 27ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum). Onder het kopje Gepasseerd staan de namen van tijdgenoten die de tophonderd niet hebben bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.