Frauderende wetenschappers blijven actief

Bijna de helft van op fraude betrapte Amerikaanse wetenschappers blijkt daarna nog gewoon actief in de academische wereld, bijvoorbeeld via publicaties in tijdschriften....

Dat blijkt uit een inventarisatie door twee Amerikaanse ethici, die vrijdag wordt gepubliceerd in het weekblad Science. Het is voor het eerst dat er vervolgonderzoek wordt gedaan naar de bestraffing van wetenschappelijk wangedrag.

Zij concluderen dat het idee dat frauderende of plagierende onderzoekers worden uitgestoten door de wetenschappelijke gemeenschap, een mythe is.

Barbara Redman en Jon Merz onderzochten 43 gevallen van voor fraude veroordeelde wetenschappers met een academische aanstelling uit de periode 1994-2001 (uit een totaal van 106 casussen, meerendeels van studenten of promovendi). Zij waren officieel schuldig bevonden aan het verzinnen van gegevens of resultaten of het plegen van plagiaat door het Office of Research Integrity (ORI).

Doorgaans werden zij uit adviesorganen gezet, velen expliciet uitgesloten van publieke onderzoeksfinanciering, of gedwongen tot terugtrekking of correctie van artikelen.

De onderzoekers konden 28 van de 43 academische fraudeurs traceren via openbare databases. Tien van hen waren nog steeds werkzaam aan een universiteit, zij het vaak een andere; 8 onderzoekers (allemaal veroordeeld voor het vervalsen van gegevens) waren naar de industrie overgestapt. Vijftien van de gevonden onderzoekers weigerden mee te werken aan het vervolgonderzoek van de twee ethici, of reageerden niet op verzoeken tot informatie of een gesprek.

Uit interviews met zeven getraceerde veroordeelden komt een beeld naar voren van grote persoonlijke drama's na de veroordeling. Niettemin bleken velen uiteindelijk toch nog wetenschappelijk actief. Volgens de analyse is 43 procent van de betrapte academici daarna gewoon in de academische wereld actief.

De helft van de getraceerde fraudeurs publiceerde nog steeds wetenschappelijke artikelen, gemiddeld ruim één per jaar, beter dan menige bonafide onderzoeker in de VS.

Volgens Redman is de analyse in alle opzichten slechts het topje van een ijsberg. Het ORI behandelt alleen zaken die officieel worden aangemeld, voornamelijk uit het circuit van de publieke medische research.

Eerder dit jaar publiceerden andere onderzoekers voor het eerst harde cijfers over wetenschappelijke fraude in de VS die er niet om logen. Op basis van een grote enquete zou er sprake zijn van zeker 2300 fraude-incidenten per jaar. Daarvan wordt slechts een procent officieel aanhangig gemaakt bij het ORI.

Voor Nederland zijn geen officiele gegevens voorhanden over wetenschappelijke fraude en fraudeurs, bijvoorbeeld via het orgaan voor fraudezaken LOWI bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam. Het LOWI behandelt enkele gevallen per jaar, maar krijgt naar eigen zeggen wel meer kwesties onder ogen. Veel zaken worden binnen instellingen zelf afgehandeld.

Het LOWI deed dit jaar uitspraak in een dispuut over vermeend plagiaat van de Utrechtse psychologe Magriet Sixkoorn, ook bekend van televisie en populaire boeken en columns. Haar werkgever UMC berispte haar in enkele gevallen voor onvoldoende bronvermelding in wetenschappelijke publicaties, maar haar aanblijven stond daarbij niet ter discussie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden