Fossielen van stokoude vliegende eekhoorns bewijzen: in de dinotijd waren zoogdieren niet alleen 'grijze muizen'

Chinese paleontologen hebben twee vliegende zoogdieren van 160 miljoen jaar oud ontdekt. De uitzonderlijk complete fossielen laten zien dat zoogdieren 100 miljoen jaar eerder het luchtruim kozen dan aangenomen en tonen dat onze verre voorouders in de dinotijd diverser waren dan gedacht.

Het fossiel van het zwevende zoogdier Maiopatagium furculiferu Beeld Zhe-Xi Luo, Universiteit van Chicago
Het fossiel van het zwevende zoogdier Maiopatagium furculiferuBeeld Zhe-Xi Luo, Universiteit van Chicago

Het is een gangbaar verhaal: miljoenen jaren geleden, toen dinosaurussen de dienst uitmaakten, werden vroege zoogdieren letterlijk klein gehouden door de reuzenreptielen. Ze scharrelden 's nachts onopvallend rond en waren weinig divers, was het idee. Pas toen een meteorietinslag de dino's van de aarde veegde, konden zoogdieren uit de schaduwen stappen om de diverse diergroep te worden die het vandaag de dag is, van mensen tot dolfijnen.

Overblijfselen van twee zwevende zoogdieren, vergelijkbaar met vliegende eekhoorns, suggereren dat dit beeld niet klopt, schrijven Chinese paleontologen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. De fossielen passen in de reeks recente vondsten die aantonen dat er ten tijde van de dinosaurussen wel degelijk een grote variatie aan vormen en leefgebieden was onder zoogdieren. Zo werden de laatste jaren al waterbewoners en een ondergronds levende 'supergraver' gevonden, vertelt Zhe-Xi Luo, eerste auteur van de publicatie.

Bevers, mollen en vliegende eekhoorns

Lars van den Hoek Ostende, paleontoloog bij Naturalis, bevestigt dit. Zoogdieren uit de dinotijd werden volgens hem gezien als 'grijze muizen'. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat dit niet klopt. 'Het was toen al een soort ter land, ter zee en in de lucht. Alleen de lucht ontbrak nog. Tot nu.' Ook in de tijd van de dinosaurussen leefden dieren die lijken op hedendaagse bevers, mollen en vliegende eekhoorns, zegt hij. 'De vormen die vandaag de dag effectief zijn, waren dat miljoenen jaren geleden, in een andere wereld, dus ook.'

Gedacht wordt dat de ontdekte soorten - Maiopatagium furculiferum en Vilevolodon diplomylos genaamd - ook leefden als de vliegende eekhoorns van tegenwoordig: in de bomen, met planten en af en toe mogelijk insecten als voedsel. Er is ook een verschil: hedendaagse vliegende eekhoorns leven vooral in bloeiende bomen (bedektzadigen), maar die bestonden 160 miljoen jaar geleden nog niet. De stokoude zoogdieren zullen dus tussen dennenbomen of boomvarens door hebben gezweefd.

Lees verder onder de foto.

Impressie van het zwevende zoogdier Maiopatagium furculiferu Beeld April I. Neander, Universiteit van Chicago
Impressie van het zwevende zoogdier Maiopatagium furculiferuBeeld April I. Neander, Universiteit van Chicago

De overblijfselen, waarop zelfs nog stukjes gefossiliseerde huid en haren zitten, zijn 'Rembrandts onder de zoogdierfossielen', vindt Van den Hoek Ostende. 'Normaal gesproken zijn paleontologen al zielsgelukkig met een kaak.' De laatste tijd komen er steeds meer van dit soort uitzonderlijke fossielen uit China, vertelt hij, door de recente ontwikkeling van de wetenschap daar en de fijne kalkafzettingen waarin fossielen goed bewaard blijven. 'En daar is de hele wereld stikjaloers op'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden