Fascisme genoot het voordeel van de twijfel

Proefschrift over de Nederlandse perceptie van Mussolini

De Italiaanse dictator Benito Mussolini vonden we destijds zo gek nog niet, zegt Hans Geleijnse in zijn proefschrift.

Mussolini inspecteert de Italiaanse troepen in november 1937. Foto AP

Tijdens een verblijf van drie jaar in Florence, waar hij werkzaam was als bibliothecaris van het European University Institute, vroeg de jurist Hans Geleijnse (1947) zich geregeld af wie zij toch waren: de tegenstanders van dictator Benito Mussolini naar wie straten en pleinen waren vernoemd. Vervolgens diende de tweede vraag zich aan: wat wisten wij in Nederland van Mussolini’s regime en van de geestverwanten van de Duce die zich elders in Europa roerden? Jaren later resulteert die vraag in een proefschrift waarop hij onlangs promoveerde aan de Radboud Universiteit. Na bestudering van kranten met een uiteenlopende signatuur stelde hij vast dat het fascistisch experiment kritisch maar vaak ook welwillend werd benaderd. Over één ding waren alle kranten het wel zo’n beetje eens: in Nederland hadden we geen behoefte aan een Mussolini. Wel aan een sterke man die democratie en rechtsstaat kon verdedigen.

Over fascisme werd toen dus genuanceerder geoordeeld dan nu?

‘In zoverre dat de meeste kranten ook oog hadden voor de verdiensten van Mussolini. En die verdiensten waren, in de toenmalige optiek, dat hij de bolsjewisten buiten de deur had weten te houden en dat hij rust en orde had gebracht in een land dat eerder aan anarchie ten onder dreigde te gaan. Dat wisten velen in Nederland te waarderen. Er bestond ook wel een zekere belangstelling voor het vernieuwende karakter van het fascisme. Althans: bij de antirevolutionaire krant De Standaard. Voor Het Volk was het fascisme niet vernieuwend, maar reactionair.’

En de schaduwzijden?

‘Die bleven allerminst onderbelicht. Men had hier moeite met het geweld waarmee de machtsovername van Mussolini gepaard was gegaan. Met zijn anti-liberalisme, zijn demagogie en met zijn nationalisme. Met name het dagblad De Nederlander, dat was gelieerd aan de Christelijk-Historische Unie, vreesde dat Mussolini oorlogen zou ontketenen op de Balkan. Maar de opvatting dat Mussolini goed was voor Italië, en daardoor voor de stabiliteit in Europa, domineerde toch. Zeker toen hij zijn regime eenmaal had gevestigd. Hij werd als ‘goede dictator’ gekenschetst. Zelfs als ‘vredesapostel’. Er zijn vele mislukte moordaanslagen op Mussolini gepleegd. Alleen in 1926 al vier. Velen waren beducht voor de gevolgen van een aanslag die wél zou lukken.’

Werden Mussolini’s geestverwanten die elders in Europa politiek bedreven meteen ‘fascist’ genoemd?

‘De Nederlandse kranten maakten wel een onderscheid tussen het fascisme in Italië en de variaties op het fascisme in andere landen, zoals Hongarije, Spanje en Portugal. Maar aangezien de dictators in die landen zich nadrukkelijk op het Italiaanse voorbeeld beriepen, werden zij steeds vaker als fascist aangemerkt. In het geval van Primo de Rivera in Spanje en Salazar in Portugal was dat voor het katholieke dagblad De Tijd een positief predicaat. Te veel eer zelfs: Primo de Rivera kon niet in de schaduw van Mussolini staan.’

En Hitler?

‘Die werd in de jaren twintig beurtelings als fascist en nationaalsocialist gekarakteriseerd. De overeenkomsten tussen Hitler en Mussolini waren natuurlijk onmiskenbaar. Maar men had ook oog voor de wezenlijke verschillen: het fascisme was niet antisemitisch en het wierp zich op als beschermer van de godsdienst.’

Boezemde Hitler ons toen al angst in?

‘Tot de Rijksdagverkiezingen van 1930, toen Hitlers NSDAP een grote overwinning boekte, werd hij niet erg serieus genomen. Het is, zoals De Standaard toen al schreef, nu eenmaal moeilijk om een oordeel te vellen over gebeurtenissen die zich in je eigen tijd voltrekken. De lezers van Nederlandse kranten werden geïnformeerd over Hitlers antisemitisme, en over het geweld op straat waaraan de SS en de SA zich te buiten gingen. Maar toch huldigden veel kranten in 1932 de opvatting dat, na vele mislukte regeringen, Hitler het maar eens moest proberen. Ze gingen ervan uit dat van de praktijk van het regeren een matigende invloed zou uitgaan. Daarbij verwezen de kranten overigens niet naar Mussolini.’

Hans Geleijnse. Wie ogen heeft om te zien. De Nederlandse pers en het fascisme in Europa (1919-1933). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.