INTERVIEWTIENERBREIN

Expert Jelle Jolles beantwoordt vragen over adolescenten: ‘Tiener is werk in uitvoering’

De Volkskrant vroeg ouders naar hun dilemma’s met het geregeld tot waanzin drijvende volk der adolescenten. Jelle Jolles, emeritus hoogleraar neuropsychologie en schrijver van boeken over tienerontwikkeling, geeft raad. Wat blijkt? Ze zijn lang zo onbegrijpelijk niet.

Beeld Judith Jockel - Illustraties Melissa de Gier

Tieners lui of lastig? Zeg dat niet tegen Jelle Jolles. Jongeren zíjn namelijk niet lastig, wij vínden hen lastig. Dat is iets heel anders. Daarom moeten we ook af van het woord ‘puber’, vindt Jolles, ‘veel te negatief’. Bovendien heeft de puberteit uitsluitend betrekking op de lichamelijke en geslachtelijke ontwikkeling tussen pakweg 10 en 14 jaar.

Vier jaar na zijn boek Het tienerbrein ligt er een nieuw: Leer je kind kennen, Over ontplooiing, leren, denken en het brein. Een boek met een boodschap. Zie de tiener als ‘rups’ en niet als ‘kleine vlinder’, zegt de hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Universiteit Maastricht. De adolescent oogt misschien al best ‘af’, hij is het nog niet.

Jolles is de eerste is om te waarschuwen voor een te grote nadruk op het brein – verwijzend naar de hersenhype van een jaar of tien geleden, waarin de suggestie werd gewekt dat met gedetailleerde bestudering van elk stukje brein al ’s mens raadselen te ontrafelen zijn. Toch zijn het bij tieners de hersenen die hen tot rups maken. Jolles, zelf inmiddels opa: ‘We weten nu dat het brein van de adolescent nog lang in ontwikkeling is. Sommige structuren rijpen pas uit na het 20ste jaar.’

Erken dat de tiener nog ‘werk in uitvoering is’, dan zullen we makkelijker met hem omgaan en zélfs met vertedering naar hem kijken, is zijn hoop.

Jolles reageert op adolescentendilemma’s die Volkskrant-lezers voorlegden.

Beeld Melissa de Gier

Een moeder van vier tieners gooide tijdens de lockdown alle regels overboord om het thuis ‘gezellig’ te houden. Nu wil ze terug naar de oude orde, maar stuit op rebellie. Wat te doen?

‘Regels komen voort uit de ouderlijke rol van ‘manager’ of ‘zorgverlener’, degene die taken delegeert, die zegt wat wel en niet mag, die zorgt dat er altijd eten is en een kast vol schone was. Maar een ouder is zoveel meer. Ouders roepen soms: ik ben geen politieagent. Jawel, dat ben je wel. Ook. Net als rechter, uithuilschouder, inspirator of adviseur.

Jelle Jolles Beeld Judith Jockel, illustratie Melissa de Gier

‘Misschien hoeft moeder niet terug naar haar rol van manager en zijn enkele kinderen allang toe aan een meer coachende stijl. Dat betekent: verwoord als ouder wat je wilt en waarom. Sta ervoor open dat kinderen vragen stellen over de geldigheid van regels en kom samen tot afspraken die redelijk zijn voor iedereen.

‘In het verlengde hiervan is mijn belangrijkste advies: praat met je kind. Door interesse te tonen in wat je kind belangrijk vindt. Dus niet alleen informeren naar schoolwerk, een training of opgeruimde kamer, maar vragen hoe het zit ‘met die nieuwe versie van WhatsApp’, ‘Ariana Grande, waar ik al een tijdje niks van heb gehoord’ of hun vrienden. Ouders hebben aan het begin van de tienertijd vaak het gevoel dat het er wel zo’n beetje opzit wat de ouderrol betreft. Maar je bent pas op de helft. Ze moeten nog zoveel kennis en ervaring opdoen op cognitief, zintuiglijk en sociaal-emotioneel gebied en daar heeft de ouder een cruciale rol in.

‘Genen leveren slechts de randvoorwaarden voor ontwikkeling. Context shapes the brain, laat onderzoek zien. De laatste jaren is gebleken dat kinderen van ouders die weliswaar liefhebbend zijn, maar die weinig cognitieve en zintuiglijke prikkels aanbieden, zich trager ontwikkelen.

‘Ondanks schaarse tijd kun je altijd momenten vinden om te praten, elke dag. Tijdens het ontbijt, als je ze naar voetbaltraining brengt. Uit veel onderzoek en ook uit mijn ervaringen met ouders en docenten blijkt dat er weinig ‘echt’ wordt gepraat. Het gaat natuurlijk niet om Ariana Grande, als je maar laat zien dat je echt in je kind geïnteresseerd bent. Zelfs communicatie die zich beperkt tot grapjes waar je kind niet om kan lachen, blijkt ouder en kind op een emotionele manier dichter tot elkaar te brengen.’

Beeld Melissa de Gier

Een vader vraagt zich af waarom tieners hun hoodie ophouden, de vraag ‘hoe gaat het’ met ‘gewoon’ beantwoorden en zich tegelijkertijd zoveel aantrekken van het oordeel van leeftijdgenoten?

‘Het tienerbrein is een sociaal brein, gericht op nieuwigheid. Studies met hersenimaging tonen dat hersenen van jongeren veel minder activiteit vertonen bij het zien van een afbeelding van hun leraar of ouders dan bij beelden van leeftijdgenoten.

‘Thuis is alles saai en voorspelbaar – dus blijft de hoodie op als papa vraagt hoe school was of zegt dat je de afwasmachine moet uitruimen. Voor de persoonlijke groei en ontwikkeling van identiteit is nieuwe informatie van de sociale groep het belangrijkst: de muziekkeuzes, opinies, kleren en het gedrag van hun peers.

‘Pas laat in de adolescentie heeft de jongere een ‘eigen identiteit’ ontwikkeld. Zolang de identiteit nog in ontwikkeling is, conformeert hij zich aan zijn leeftijdgenoten – de groep waar hij leert hoe zich te gedragen, te kleden en uit te drukken. Ouders kunnen zich verdiepen in het hoe en waarom van die vriendengroep en daarover praten met hun kind, en het zo helpen weerbaarder te worden in het proces van eigen identiteitsontwikkeling.’

Beeld Melissa de Gier

Een moeder begrijpt niet waar haar lieve dochter (13) is gebleven. Van de ene op de andere dag beantwoordt de dochter alles met een vernietigende blik of snauw.

‘Die grote overgang geldt vooral de jonge adolescent, laat onderzoek zien. In fase één van de identiteitsontwikkeling, grofweg tussen 10 en 14 jaar, vinden er enorme veranderingen plaats in hersenstructuren en de netwerken die deze structuren met elkaar verbinden. Voor de jonge tiener is het dan fijn om zich af te kunnen zetten tegen thuis. Het hoort erbij. Laat de storm overwaaien en houd oog voor de behoeftes van je kind: steun, luister, troost bij liefdesverdriet, help bij het maken van keuzes. Het lijkt er misschien niet op, maar ze heeft u nodig.’

Beeld Melissa de Gier

De ouders van twee jongens merken op dat hun oudste ‘amper heeft gepuberd’ en dat de jongste een ‘superpuber’ is. Hoe zit dat?

‘Elk kind doorloopt een eigen ontwikkeling en ouders onderschatten de rol van gezinsdynamiek. Het jongere kind ziet bijvoorbeeld dat het oudere veel kan of mag wat hij nog niet kan of mag. Het zoekt een eigen niche. Als dat niet goed lukt, kiest het soms voor ‘een aanval’ op het oudere kind, of het probeert zijn broer of zus naar de kroon te steken in ander gedrag; door juist extreem ‘puberaal’ te worden.

‘Ouders doen er goed aan een situatie te creëren waarin alle kinderen zich veilig en gezien voelen. Ook een jonger kind wil weleens gelijk hebben of ergens beter in zijn. Investeer in de verstandhouding tussen kinderen; enige rivaliteit is niet erg, maar er zijn grenzen. En pas op met vergelijken. Door te zeggen ‘mijn superpuber’ en ‘mijn oudste heeft niet gepuberd’ geef je ongewild een signaal af dat de oudere het ‘beter’ doet, wat de rol van de ‘lastige’ juist zal versterken.

‘Idealiter stimuleer je als ouder op vier dimensies: fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel. ‘Fysiek’, door een fiets of skateboard of lidmaatschap van een sportclub, ‘cognitief’ door veel te praten, kennis te verschaffen, voor te lezen, vragen te stellen en door te vragen, ‘sociaal’ door je kind te trainen in het invoelen van emoties en intenties van anderen, ‘emotioneel’ door een veilige basis voor hechting en geborgenheid te bieden, ook als de tiener luid verkondigt daar geen behoefte aan te hebben. Dat heeft hij namelijk wel degelijk.

‘Elk brein is anders. De onderlinge verschillen in de snelheid waarin vaardigheden en hersendelen zich bij kinderen ontwikkelen zijn enorm, laat onderzoek zien. Zo kan het dat een kind op een bepaalde leeftijd fantastisch in bomen kan klimmen of juist niet, heel goed kan rekenen of weinig van getallen begrijpt. Pin het daar niet op vast, een jaar later kan alles anders zijn.’

Beeld Melissa de Gier

De ouders van een zoon (14) vragen zich af hoe het kan dat hij goed kan leren, maar met grote tegenzin of geen huiswerk maakt. Hoe kunnen ze hem stimuleren?

‘Een kind kan slim zijn, alles weten van planeten en zijn ouders verslaan met Stratego, maar tegelijkertijd oliedomme besluiten nemen. De verantwoordelijkheid voor huiswerk is voor jonge tieners vaak te groot. Ze moeten nog ervaring opdoen met plannen, overzicht houden, impulsieve reacties weerstaan.

‘Vooral de microstructuur van de hersenen verandert nog flink door tot soms halverwege de 20. Hersennetwerken nemen toe in complexiteit en effectiviteit. De adolescentie kenmerkt zich onder meer door een proces van ‘pruning’ in de hersenen, een soort snoeien. Verbindingen die niet gebruikt worden mogen weg, deelorganen van de hersenen gaan beter communiceren. Hoe efficiënter de communicatie, hoe meer zaken ‘automatisch’ worden, hoe meer capaciteit het brein over heeft voor nieuwe taken. Vergelijk het met archiefkastjes die gevuld worden.

‘Als het op een cijfer hangt of je kind overgaat, dan begrijp ik dat je er als ouder bovenop zit door drie dagen te helpen. Maar doe dat niet structureel. Samen huiswerk maken, daar heeft je kind niets aan. Wees als een coach. Zeg bijvoorbeeld: je wilt graag op je Playstation en je huiswerk maken, wat ga je eerst doen? Na een paar keer uitproberen, snapt een kind waarom je die twee zaken verbindt. En hij zal fouten blijven maken, omdat hij liever de leuke impuls volgt – spelen met vrienden, gamen – dan de saaie opdracht, huiswerk maken. Breng het niet alwetend of directief, maar inspirerend: je kan het zo doen of zo. Dat maakt verschil. En soms is het advies ‘laat het eens helemaal los’. Niet zozeer voor het kind, maar voor de ouder. Omdat deze zal merken: of ik nu links ga of rechts, mijn kind loopt niet meteen in zeven sloten tegelijk.’

Beeld Melissa de Gier

Een moeder twijfelt: wel of niet meekijken in Magister, het leerlingvolgsysteem van school?

‘Overleg het áltijd. En breng het niet als een soort autocratisch recht: ik mag meekijken, want ik betaal jouw eten, kleren en telefoonabonnement. Daar zijn jongeren, terecht, allergisch voor.

‘Maak liever duidelijk waarom je zo in school en cijfers geïnteresseerd bent. Dat begrijpt je kind niet vanzelf. Geef inzicht in jouw motieven. Opvoeding en school maken van kinderen een Zwitsers padvindersmes met twintig vaardigheden waarvan ze er later misschien maar twaalf gebruiken. Het is goed om ze allemaal te leren, want je weet nog niet welke je later nodig hebt.’

Beeld studio V

Een vader van drie tieners: schermtijden van negen uur per dag zijn geen uitzondering. Het hele sociale leven speelt zich af via de telefoon. Moeten we dit nieuwe normaal accepteren?

‘Ouders zijn vergeten dat zij, toen er nog maar één telefoon thuis was, ruzie hadden over lang bellen. Of dat hun ouders vertwijfeld zeiden ‘ik heb jullie vier uur zien hangen op dat muurtje, jullie doen daar helemaal niks’. Maar in die uren is het brein van de jongeren uiterst actief, met observeren, meningen vormen.

‘Negen uur per dag is echter veel te veel. Neem de nachtrust. Uit studies blijkt dat de hoeveelheid informatie die je in de laatste uren voor de slaap verwerkt bepalend is voor de diepte van je slaap en de eerste en belangrijkste slaapcyclus, met de grootste herstelfunctie. Slaap je te licht dan kun je, ondanks acht uur slaap, in de ochtend moe wakker worden. Het is dus niet slechts het blauwe scherm, ook de aard van de activiteiten is van invloed. Als je met je vriendin kattenfilmpjes uitwisselt, is dat anders dan een ruzie per app.

‘Het enige dat werkt, is het aankweken van zelfinzicht. Leg uit waarom ze slecht slapen of moe zijn in de ochtend. Kinderen willen duidelijkheid, help ze zelf regels te maken. Door bijvoorbeeld met vriendinnen af te spreken lastige onderwerpen overdag te bespreken of de telefoon vanaf 9 uur weg te leggen. Dat ze daar dan weleens overheen gaan, hoort er ook bij.

‘Dat geldt ook voor taakjes in huis. Een kind van 14 moet leren dat alle maaltijden, de volle koelkast en de kast met schone kleren niet zo vanzelfsprekend zijn. Maak het ze iets moeilijker. De voorbereiding op de zelfstandigheid begint vanaf een jaar of 10. Zeg: je bent nu 14, welke avond van de week ga jij helpen koken? Dat kan ook zijn: het toetje uit een verpakking opscheppen. Zoek samen naar kleine klusjes. Leg uit dat jij als ouder niet louter op aarde bestaat voor je kind. Ik ben gek op jullie, maar mijn tijd is gewoon op, wat kan jij doen zodat we het hier samen leuk hebben. En vergeten ze een taakje, dan vergeet je toch zogenaamd te koken. Soms is ironie het halve werk.’

Beeld Melissa de Gier

Meer over de omgang met tieners

Lees waarom deze redacteur terugkwam op het gameverbod voor zijn tienerzoons en wat er toen gebeurde.

Redacteur Anna van den Breemer beantwoordt opvoedvragen met de hulp van deskundigen. Zoals: uitslapende tieners? Eigenlijk heel gezond.

Tieners willen niet graag leren? Juist wel, betoogt Jelle Jolles in zijn vorige boek Het tienerbrein. Een interview. Ook hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Eveline Crone wil meer begrip kweken voor pubers.

In de serie Kinderen de Baas kregen tieners Spike (13) en Jonathan (11) de touwtjes een week in handen. Dat verliep zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden