musicologie

Evolutionair nut of ‘cheesecake voor de oren’? Waarom we zo van muziek houden

null Beeld Astrid Anna van Rooij
Beeld Astrid Anna van Rooij

Muziekliefhebbers mogen tot hun grote vreugde eindelijk weer naar concerten en festivals. Maar waarom genieten we eigenlijk zo van trillende lucht? En heeft dat ook ‘nut’? De vier belangrijkste ideeën gewogen.

Idee 1: Cheesecake voor de oren

Kippevel, niet kunnen stilstaan, zelfs tranen in de ogen: breng de lucht op de juiste frequenties aan het trillen en mensen kunnen heftig reageren. En dat heeft verder geen enkel nut, menen sommige wetenschappers. Of, zoals psycholoog en filosoof William James in 1890 al schreef: ‘Muziek is louter een bijkomstigheid van het hebben van een gehoororgaan.’

De beroemde Canadese psycholoog Steven Pinker vergeleek muziek in de jaren negentig met cheesecake. Mensen zijn geëvolueerd om voedzame suikers en vetten lekker te vinden vanwege de voedzaamheid, als gevolg daarvan is cheesecake nu in trek. Dat betekent niet dat cheesecake zelf een rol speelde in de evolutie, schreef hij.

Zo zou het ook met muziek zijn. Die kietelt het brein door een samenkomst van allerlei andere vermogens om geluiden te verwerken, taal te begrijpen en patronen te herkennen. De mensheid zonder muziek is als de mensheid zonder cheesecake: jammer van de lekkernij, voor het voortbestaan van de soort maakt het geen verschil.

Dat het een lekkernij voor het brein is, is wel duidelijk. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met voorspellingen die onze hersenen constant doen over van alles, zegt Fleur Bouwer, die aan de Universiteit van Amsterdam de menselijke verwerking van muziek onderzoekt. ‘Als je ergens in het gras ligt, verwerk je niet alle voorspelbare omgevingsgeluiden, zoals de kwetterende vogeltjes en het geruis van de bomen. Pas als er ineens een onverwachte voetstap klinkt, verwerkt je brein dat en schrik je op. Dat is veel efficiënter dan álle prikkels verwerken.’

De hersenen doen net zo goed voorspellingen over welke noten elkaar zullen opvolgen, of hoe een beat zich zal ontwikkelen, aldus Bouwer. Zelfs als we bekend zijn met een muziekstuk, zijn primitieve delen van ons brein telkens een beetje verbaasd als daarin iets onverwachts gebeurt.

Uit vragenlijsten en hersenscans blijkt dat mensen over het algemeen het meest kunnen genieten van muziek die voorspelbaar genoeg is om te volgen, maar wel de nodige verrassingen bevat, zegt ze. Hoe voorspelbaar muziek is, hangt voor een belangrijk deel af van wat we gewend zijn. ‘Als je nog nooit experimentele jazz hebt gehoord, kun je er misschien geen chocola van maken. Als je het vaker luistert, leer je betere voorspellingen doen en kun je het wel leren waarderen.’

Dat de mens van onverwachte wendingen houdt, is overigens niet uniek voor muziek. Ze noemt horrorfilms als extremere variant. ‘Je wordt enorm aan het schrikken gemaakt door iets onverwachts, maar weet op een hoger conceptueel niveau dat je niet echt in gevaar bent. Dat gevoel van spanning vinden sommige mensen fijn.’

Uiteraard bevat muziek meer elementen waarop ons brein reageert. Neem de emotie in een zangstem, of onze interpretatie van teksten. Toch kunnen de meeste wetenschappers zich vandaag de dag niet vinden in het idee dat muziek niets meer is dan nutteloos lekkers, zegt Bouwers collega Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de UvA en gespecialiseerd in de evolutie van muziek.

Onze muzikaliteit lijkt veel dieper ingebakken dan pakweg cheesecake. Muziek komt voor in elke cultuur en het bewijs voor het bestaan van instrumenten gaat tienduizenden jaren terug. Baby’s zijn al gevoelig voor ritme en melodie, wat suggereert dat het niet puur iets is dat we hebben aangeleerd. Bovendien is enige vorm van muzikaliteit bij meer dieren ontstaan – denk aan zingende vogels – wat erop duidt dat het wel degelijk een evolutionair nut kan hebben.

null Beeld Astrid Anna van Rooij
Beeld Astrid Anna van Rooij

Idee 2: Zonder seks geen rock & roll

Dan blijft de vraag: welk evolutionair nut? Daarover krabde Charles Darwin, de grote man achter de evolutietheorie, zich al achter de oren. Best vreemd, vond hij, dat een diersoort zoveel tijd en moeite steekt in het maken van muziek, zonder ogenschijnlijk nut.

Hij dacht dat het dan iets te maken zou hebben met seksuele selectie, zoals de mannetjeszangvogels die vrouwtjes proberen te imponeren met hun lied. De geluiden waarmee mensen communiceerden voordat ze een taal spraken, zouden naar Darwins idee zijn doorontwikkeld tot complexere vormen. Wie mooier zong en strakker drumde, kreeg meer kinderen, en zo werd de mensheid steeds muzikaler. Zonder seks geen rock & roll.

Het valt niet uit te sluiten dat seksuele selectie een rol heeft gespeeld, maar inmiddels zijn de meeste wetenschappers van mening dat het niet de voornaamste drijvende kracht zal zijn geweest, zegt Henkjan Honing. Het wil niet echt lukken om overtuigend bewijs voor deze hypothese te vinden.

Neem een publicatie uit 2015, waarin Zweedse onderzoekers probeerden een verband te vinden tussen muzikaliteit en seksleven. Ze onderzochten bij meer dan vijfduizend tweelingen die een muziektestje hadden afgelegd en een vragenlijst hadden ingevuld over hun muzikale bezigheden of er een verband was met zaken als het aantal sekspartners en het aantal kinderen. Dat kwam niet duidelijk naar voren.

Idee 3: Muziek is voor mensen wat vlooien is voor apen

Tegenwoordig is muziek luisteren een kwestie van een app openen of de radio aanzetten, maar tot een jaar of honderd geleden moest je om muziek te horen naar een optreden. Muziek maken was in de meeste gevallen een sociale gebeurtenis. Dat dit zou zijn ontstaan als sociaal bindmiddel, is op dit moment dan ook een van de meest besproken ideeën.

Samen zingen, klappen en dansen zou de onderlinge spanningen hebben verlicht waardoor groepen groter en hechter konden worden, volgens voorstanders van deze hypothese, en dat vergrootte de overlevingskans. Muziek maken als de menselijke variant van vlooien, dus.

Muziek zou volgens dit idee weliswaar een menselijke uitvinding zijn, een beetje à la cheesecake, maar zo belangrijk zijn gebleken dat het vergroeide met onze biologie. Zoals vuur: ook dat was een uitvinding, inmiddels is onze hele spijsvertering aangepast op gegaard voedsel.

Over de hele wereld staat muziek centraal bij samenkomsten, zoals rituelen of feesten. Herhaaldelijk bleken mensen tijdens het gezamenlijk musiceren hormonen aan te maken die ook een rol spelen bij zaken als vriendschap en zorg voor anderen, zoals oxytocine. Meerdere experimenten duiden er bovendien op dat mensen zich socialer gedragen als ze in hetzelfde ritme bewegen met anderen. Zo leken dreumesen behulpzamer met het oprapen van een op de grond gevallen voorwerp als ze in hetzelfde ritme hadden bewogen met een volwassene dan als ze niet synchroon hadden gedanst, beschreven onderzoekers in 2018.

Toch is dit voor de vraag of muziek dan ook ontstond om groepen bij elkaar te houden slechts indirect bewijs, zegt Honing. ‘Bovendien vind ik het zelf wat vreemd om muziek los te koppelen van de lange biologische geschiedenis van muzikale capaciteiten.’

null Beeld Astrid Anna van Rooij
Beeld Astrid Anna van Rooij

Idee 4: Muzikaliteit stamt van ver voor de mensheid

Want hoezo zou muziek eigenlijk een menselijke uitvinding zijn, vraagt een andere groep wetenschappers zich af. Beroemd werd de geelkuifkaketoe Snowball, waarbij ruim tien jaar geleden maatgevoel werd vastgesteld: hij danste in de maat op liedjes, gewoon voor de lol. Sindsdien is er een heel scala aan dieren beschreven die tekenen lijken te vertonen van gevoel voor ritme of melodie, van zeeleeuwen tot duiven.

Een andere hypothese is dan ook dat alle ingrediënten voor muzikaliteit al lang en breed aanwezig waren bij onze verre voorouders, en dat muziek niet zozeer is uitgevonden door mensen. Wetenschappers uit de Verenigde Staten zetten dit idee uiteen in een voorgepubliceerd artikel voor Behavioral and Brain Sciences.

Muziek zou zijn oorsprong hebben in communicatiemiddelen van onze verre voorouders, zoals geluiden die ouders tegen hun kinderen maakten en het afbakenen van territoria, betogen zij. Hoe strakker een groep samen wist te roepen of te roffelen, hoe meer dit soortgenoten imponeerde: kennelijk ging het om een goed georganiseerde groep, waarmee je geen ruzie moest zoeken.

Er zijn aanwijzingen dat het nu in de natuur ook zo werkt. Zo reageerden Australische slijteksters, die in duo’s zingend hun territorium afbakenen, sterker op goed gecoördineerde dan op rommelige slijteksterduetten, die wetenschappers met speakers door de bossen lieten schallen. Een teken dat ze dit als bedreigender ervaren, schreven de onderzoekers in Current Biology.

Naarmate de samenlevingen van onze voorouders veranderden van relatief eenvoudige apenfamilies in steeds ingewikkeldere mensensamenlevingen, zouden ook dit soort ‘muzikale’ uitingen steeds complexer zijn geworden. Tot onze voorouders iets stonden te doen dat ons als muziek in de oren klinkt: niet zozeer als sociaal bindmiddel, maar om naar buiten toe te laten zien hoe hecht en goed georganiseerd de groep is. Waarna componisten en muzikanten stukken begonnen te creëren die ver voorbij die functie reikten: toch nog een beetje cheesecake, dus.

Aantonen hoe het allemaal werkelijk verliep, tienduizenden, honderdduizenden, misschien wel miljoenen jaren geleden, is bijzonder moeilijk, zegt Henkjan Honing. Maar de ontwikkelingen in het muziekonderzoek gaan snel. Zelf heeft hij hoge verwachtingen van genetica: de eerste verbanden tussen muzikaliteit en de aanwezigheid van specifieke genen zijn al gelegd.

Zo worden een aantal genen die bij mensen actief als ze muziek maken, ook bij zebravinken actief als ze zingen. ‘Als je genen weet te verbinden aan specifieke muzikale capaciteiten, zoals gevoel voor ritme of melodie, kun je gaan uitzoeken bij welke dieren ze voorkomen’, zegt Honing.

Op die manier zou je een stamboom kunnen maken, aan de hand van hoe nauw dieren aan elkaar zijn verwant, om te zien hoe lang geleden verschillende muzikale capaciteiten zijn ontstaan. ‘We zitten nog heel vroeg in het proces. Ik wou dat het tien jaar later was. Al geldt dat voor wel meer wetenschappers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden