Nieuws

Europa wil netwerk van maansatellieten, een ‘strategisch interessante zet’

Nu het weer druk belooft te worden op de maan, zet de Europese ruimteorganisatie Esa in op een nieuw netwerk van satellieten. Naast besparing op gewicht tijdens maanmissies kan dit ook commercieel succes opleveren.

Spoor van een satelliet boven Hongarije, gefotografeerd met een lange sluitertijd. Beeld EPA
Spoor van een satelliet boven Hongarije, gefotografeerd met een lange sluitertijd.Beeld EPA

Even videobellen vanaf de maan naar de aarde. Of: een maanrobot nauwkeurig laten landen op de juiste plek op het maanoppervlak, met de juiste snelheid, zonder dat je eigen navigatieapparatuur naar de maan moet slepen. Het zijn zomaar twee voorbeelden van wat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in de toekomst mogelijk wil maken met een nieuw satellietnetwerk dat ze ‘Moonlight’ hebben gedoopt.

Dat project moet uiteindelijk een soort tegenhanger worden van het aardse gps-netwerk en moet commercieel worden opgezet. Overheidsinstanties als Esa en Nasa zijn dan de klanten, niet de uitvoerders. ‘Als je zelf geen navigatieapparatuur meer hoeft mee te nemen, scheelt dat bij een typische missie al snel een kilogram of veertig’, zegt Paul Verhoef, directeur navigatie bij Esa. Bij ruimtemissies probeert iedereen het gewicht te minimaliseren, simpelweg omdat het moeilijk en duur is om dingen vanaf de aarde omhoog te schieten.

Strategisch interessant

Ruimtevaartconsultant Erik Laan noemt Moonlight een strategisch interessante zet. ‘Ik denk dat maanexploratie als commerciële activiteit over dertig tot vijftig jaar echt interessant wordt. Wanneer je als Esa, met beperkte financiële middelen, dan toch een rol wilt spelen, is dit een goede kans. Want iedereen heeft behoefte aan communicatietechnologie, ook op de maan.’

Bewerkt beeld van verschillende satellieten boven Oostenrijk. Beeld EPA
Bewerkt beeld van verschillende satellieten boven Oostenrijk.Beeld EPA

Op een digitale persconferentie kondigde Esa dinsdag de eerste stap van het plan aan. Twee internationale consortia van bedrijven en onderzoeksinstellingen gaan de komende twaalf tot achttien maanden bestuderen of het plan technologisch en economisch haalbaar is. Daarbij zijn overigens geen Nederlandse bedrijven betrokken.

‘Deze nieuwe fase volgt op twee jaar van interne studies naar Moonlight’, zegt David Parker, directeur van menselijke en robotische ruimteverkenning bij Esa. Als alles doorgaat, zal het project rond 2023 beginnen, waarna vijf jaar later de eerste satellieten om de maan moeten draaien.

Bewoonde basis

Volgens Parker is het niet zeker of andere landen of ruimteagentschappen soortgelijke plannen hebben. ‘Nasa is zich bewust van Moonlight en er is verder nog door niemand een openbare studie naar gedaan. Ik verwacht dat wij de kans krijgen om de eersten te zijn.’

Parker denkt dat de maan zich de komende jaren steeds meer zal ontwikkelen tot plek waar mensen wonen en werken. ‘De maan is ons achtste continent. Er ligt 4,5 miljard jaar aan zonnestelselgeschiedenis voor het oprapen’, zegt hij. In tegenstelling tot de aarde, waar weer en wind het gesteente onder onze voeten hebben aangetast, is de maan geologisch relatief ongerept. ‘Daarom zal de komende jaren veel onderzoek op de maan plaatsvinden.’

Esa heeft ook los van Moonlight al veel maanplannen in de agenda. Zo is de organisatie onder meer de belangrijkste partner van Nasa bij het Artemis-project, dat opnieuw astronauten naar het maanoppervlak moet sturen. Ook levert Europa een aantal cruciale modules van Gateway, het bijbehorende toekomstige ruimtestation in een baan om de maan, van waaruit Artemis-astronauten van en naar het oppervlak gaan vliegen. Parker: ‘Uiteindelijk komt er wellicht zelfs een permanent bewoonde basis op de maan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden