Eruditie en angst

Op de dag dat Amos Oz een eigen plankje in zijn vaders boekenkast kreeg, werd hij volwassen. 'Iemand wiens boeken rechtop mogen staan, is niet langer een kind', schrijft hij, 'hij is een man.' Het boek richt zich op, zoals het kind zich opricht, zijn rug recht en de confrontatie...

Michaël Zeeman

Welke traditie? Die van liefde en duisternis, als we de titel moeten vertrouwen van zijn magnifieke memoires, A Tale of Love and Darkness. Die zijn anderhalf jaar geleden in het Hebreeuws verschenen, en eind vorig jaar in een Engelse vertaling; of en wanneer er een Nederlandse vertaling van verschijnt heet vooralsnog ongewis te zijn, nu Oz' decennialange Nederlandse uitgever, Meulenhoff, zo'n onrustbarende averij heeft opgelopen dat bijna al zijn auteurs een veilig heenkomen moesten zoeken. De liefde voor het boek, voor de traditie, voor de onafzienbaarheid van de reeks werken, ook die van Oz, deelt dat huis niet langer met zijn auteurs.

Zes jaar oud: het is een acceptabele zij het ook weinig plausibele leeftijd om je kindertijd af te sluiten, zeker wanneer je uit een traditie als die van Amos Oz komt. Zijn zesde levensjaar viel samen met het meest dramatische jaar in de vernietiging van het Europese jodendom, want hij is van 1938 - en het is de tegelijkertijd dwingende én uitnodigende geschiedenis van die traditie die op werkelijk iedere bladzijde van zijn herinneringen tot leven wordt gewekt. Hier is iemand aan het woord die leeft om te vertellen, iemand die de ernst beseft die het bezit van een stem en een pen met zich meebrengt.

Het wonderlijke is dat zijn vertellingen, hoewel ze in dit deel al meer dan vijfhonderd bladzijden beslaan, keer op keer het beginpunt lijken te zijn van telkens nieuwe reeksen vertellingen. Wie eenmaal begonnen is te spreken kan niet meer zwijgen. De vergelijking met fractalen dringt zich op: overal waar je de grillige lijn breekt en een vast punt in handen denkt te hebben, begint bij nadere beschouwing een nieuw grillig patroon. Amos Oz heeft al een omvangrijk en breed geschakeerd oeuvre op zijn naam staan, maar wie zijn memoires leest krijgt de indruk dat hij nog maar nauwelijks een begin heeft gemaakt met de verhalen die hij te vertellen heeft.

Jeruzalem, jaren dertig van de vorige eeuw. In een stad die nog in alles de atmosfeer en de kwaliteiten van de Levant ademt is een desperaat gezelschap Europese joden neergestreken dat in souterrains en souks de stekjes en loten plant van een bedreigde Europese cultuur. Dat is een boekencultuur en een leescultuur, dat wil zeggen: een cultuur van herinneren en herinneringen levend houden. In haar toenmalige Jeruzalemse versie is zij bovenal een uitzinnige viering van de Europese cultuur zelf, ver weg van een Europa dat dan op het punt staat in de fik te vliegen en uit te branden. Nooit eerder zal een universiteit uit een royaler aanbod humanistische geleerdheid en eruditie hebben kunnen kiezen als de eerste Hebreeuwse universiteit. Het zijn de jaren van de machtsovername door Adolf Hitler, de aanname van de rassenwetten en de Kristallnacht - en dat zijn de jaren van de prehistorie van de staat Israël, uit nood en bedreiging geboren, maar met wat voor materiaal.

De mooiste boekenverhalen zijn verhalen over boeken, altijd en overal. Amos Oz roept de particuliere bibliotheken van zijn jeugd in herinnering, die van zijn vader, die van zijn geleerde oudoom, die van hun directe vrienden en verwanten. Omvangrijke bibliotheken, zo'n 25 duizend banden per geval, bijeengesprokkeld in Vilnius of Odessa en hoger gewaardeerd dan welke goederen ook, meegesmokkeld en meegesleept op de vlucht voor de ondergang.

In de memoires van Amos Oz domineren twee motieven: eruditie en angst. Het is de vraag of ze te scheiden zijn: weten is vrezen, vermeerdering van kennis is vermeerdering van smart.

Ze zijn uit te splitsen in het levensverhaal van zijn moeder en dat van zijn vader, maar wie daar eenmaal aan begonnen is vraagt naar de herkomst ervan en belandt bij de levensverhalen van vier grootouders, acht overgrootouders en talloze ooms, tantes, oudooms, oudtantes, tot in het derde, vierde, vijfde en zoveelste geslacht van wie samen geschiedenis en traditie gestalte hebben gegeven. Daar worden individuele herinneringen ook een pleisterplaats van het collectieve geheugen, ook dit boek vindt zijn plaats in de rij, net als zijn auteur.

Oz' vader is de lezer, de onderzoeker, die vijftien, twintig talen kent en in al die talen de fragmenten van het verhaal van het verleden opgeslagen weet. Zijn moeder is de vertelster, die haar jeugd in groot Polen kennelijk zo beeldend heeft doorgegeven dat haar kind het zich meer dan een halve eeuw na haar dood nog tot in de nissen van het woonhuis van haar jeugd voor de geest kan halen. In hun stemmen en houdingen klinkt het geroezemoes mee van reeksen rabbijnen en handelaars uit de wereld van de Asjkenazim.

En zoals zich in die zoon al die lijnen van de stamboom samenvoegen tot één gestalte en geest, zo vat de geschiedenis van wat even later de staat Israël zal worden die talloze geschiedenissen ook samen. Wie die geschiedenis navertelt breekt haar af in deelgeschiedenissen, maar het wonderbaarlijke is vanzelfsprekend dat die geschiedenissen versmelten tot een nieuw en autonoom verhaal.

De schrijver is geen historicus, maar hij schrijft wel degelijk geschiedenis. De paria's van de Europese geschiedenis schrijven in die eerste jaren van het tegen wil en dank gepraktiseerde zionisme een nieuwe geschiedenis.

Daar worden de memoires van Amos Oz, zo particulier als ze zijn, ineens veel belangwekkender dan een willekeurige reeks persoonlijke herinneringen ooit kan zijn. Ze demonstreren in geuren en kleuren hoe al die individuen onder het gefronst toekijken van de Britten en de eerste geïrriteerde blikken van de Arabieren bezig zijn een natie te vormen. In feite is die natie in de late jaren dertig en de jaren veertig niet veel meer dan een wat ruim uitgevallen kennissenkring; in ideologisch opzicht zijn de meningen er breed geschakeerd. Amos Oz, bijvoorbeeld, wil zich, zeer tegen de zin van zijn vader, als twintigjarige melden in een kibboets. De natie is er al wel, de politiek moet nog worden uitgevonden.

En dat wordt ze, onder druk. De stoet inwijkelingen zwelt aan, de verdeeldheid van meningen over het hoe van het samenleven neemt navenant toe, maar het doel kristalliseert uit door de angst. A Tale of Love and Darkness registreert het afscheid van de herinneringen aan Europa en de onvermijdelijkheid van een zeker zionisme. Dat doet het nauwkeurig en persoonlijk.

De zesjarige die de wereld van de volwassenen binnenstapte is immers een 66-jarige bedreven auteur geworden, die zijn plaats in de boekenkast allang veroverd heeft.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden