Ernst, Bobbie en hoe je een kleuter aan een wortel krijgt

Jaarlijks publiceren Nederlandse wetenschappers 172 duizend onderzoeken. In deze rubriek een greep uit de ontdekkingen die bijna onopgemerkt waren gebleven.

Beeld anp

Het was een opmerkelijk experiment dat de Arnhemse kleuters voor de kiezen kregen. Letterlijk: op school kregen ze rauwe worteltjes te eten.

Eén klas kreeg de knabbelgroente zomaar als ochtendhapje; vier andere kleuterklassen kregen de worteltjes voorgeschoteld bij een filmpje van de televisieclowns Ernst en Bobbie, speciaal voor het onderzoek gemaakt.

Ernst en Bobbie laten daarin, kauwend op worteltjes, zien hoe sterk en snel je van de peentjes wordt. Idolen die iets voordoen: daarvan gaan de kleuters vast meer wortels eten, veronderstelden de opstellers van het experiment, Gertrude Zeinstra, Valesca Kooijman en Stefanie Kremer van Wageningen Universiteit.

Maar het pakte anders uit. Hoewel 'de kinderen enorm enthousiast waren over het filmpje' gingen ze er geen wortel meer om eten, rapporteren de wetenschappers in de wintereditie van tijdschrift Food Quality and Preference. Of althans: niet meteen. Want toen de onderzoekers negen maanden later weer gingen meten, bleken de 'Ernst en Bobbie'-kleuters wel degelijk een paar worteltjes meer te kauwen dan de controlegroep die geen filmpjes te zien had gekregen.

Raar. Andere studies laten toch echt zien dat kinderen op slag gezonder gaan eten als hun idool het goede voorbeeld geeft. En nu vonden Zeinstra, Kooijman en Kremer zo'n effect pas na driekwart jaar. 'We waren ook verrast', zegt hoofdauteur Zeinstra. 'Misschien komt het omdat kinderen zich in sprongen ontwikkelen, en duurt het gewoon wat langer. Of misschien hadden de kinderen onbewust een link gelegd tussen het filmpje kijken en worteltjes eten.'

Er pakte meer anders uit dan ze had verwacht. Zo hadden de onderzoekers twee kleuterklassen eerst het filmpje laten zien zónder worteltjes erbij. Misschien dat de kleuters daarna extra gretig zouden toeslaan, een soort 'verboden vrucht-effect' dat bekend is van kinderen die worden weggehouden bij snoepgoed. Maar nee: de kleuters aten niet opeens meer worteltjes.

En bij een test waarbij de kinderen naar eigen inzicht komkommer, paprika, tomaat of wortel mochten kiezen, werden wortels niet populairder naar mate het experiment vorderde, zoals de onderzoekers hadden verwacht. Opnieuw kan Zeinstra slechts gissen waarom: 'We denken dat de kinderen, nu ze de keuze hadden, ook eens wat anders wilden dan worteltjes.'

Zo bouwt kennis zich langzaam op, experiment na experiment, worteltje voor worteltje. Vlotjes somt Zeinstra op wat de wetenschap ouders met een moeilijk etend kind in elk geval wél kan vertellen: 'Blijven aanbieden, in een positieve context, houd het gezellig aan tafel, bied de groente in kwestie eens op andere momenten aan, varieer de bereidingswijze. En ik raad ouders zeer aan om zelf het goede voorbeeld te geven. En vol te houden. Ook al heb je niet direct effect, dit experiment laat zien dat dit na een tijdje alsnog kan komen.'

Wie? Gertrude Zeinstra, voedingswetenschapper Wageningen Universiteit
Wat is haar specialiteit? Voedingsgedrag bij kinderen
Originele titel publicatie? My idol eats carrots, so do I? The delayed effect of a classroom-based intervention on 4-6-year-old children's intake of a familiar vegetable.
Vrij vertaald? Het valt nog helemaal niet mee om een kleuter rauwe worteltjes te laten eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden