Interview Barbara Ehrenreich

Erasmusprijswinnaar Barbara Ehrenreich: ‘Mensen die zelf een opleiding hebben kijken neer op de arbeidersklasse’

Na werkloosheid en ziekte wordt nu langzamerhand zelfs de dóód het individu in de schoenen geschoven, is de onderliggende boodschap in het jongste werk van de Amerikaanse schrijver Barbara Ehrenreich. Dinsdag krijgt ze de Erasmusprijs.

Barbara Ehrenreich Beeld Erik Smits. Visagie Bianca Fabrie

Op papier is de stem van de Amerikaanse journalist en schrijver Barbara Ehrenreich al zo lang genadeloos sterk en geestig, dat het toch even verbaast hoe breekbaar ze in levenden lijve is geworden. Klein en frêle komt Ehrenreich (77) aanstiefelen in het Amsterdamse Ambassade Hotel: een kabouterpowervrouwtje met een grote roze telefoon in haar knuistje, waarop ze nog laat heeft getwitterd, over Facebook-baas Sheryl Sandberg en haar zakelijke feminisme, ‘or what the hell that was supposed to mean’. Straks zal ze op die telefoon goedgemutst foto’s van haar familie laten zien (‘En hier mijn mooie dochter, mijn mooie kleindochter en een bakje friet.’)

Hebt u geen last van trollen op Twitter?

‘Wat?’ Ze hoort niet zo goed meer.

Tróllen. Mensen die u lastig vallen en uitschelden.

‘Ach. Als we het oneens zijn dan reageer ik gewoon. En als ze ‘Val toch dood stomme bitch’ zeggen, dan reageer ik gewoon niet. Haha!’

‘Oud genoeg om dood te gaan’ noemt Ehrenreich zichzelf opgewekt in haar nieuwste boek, dat dit voorjaar ook onder die titel in het Nederlands verscheen. Dat nam niemand natuurlijk écht serieus, want het is ook weer komisch allemaal, terwijl ze als gepromoveerd immunoloog toch messcherp uit de doeken doet waarom ons lichaam allesbehalve de geoliede machine is die mensen er in hun verlangen naar controle graag van maken.

Ehrenreich is vaak grappig met lelijke feiten. En ze houdt van zelfspot. Dit komt in Nederlandse vertalingen van haar werk niet altijd uit de verf, waardoor ze hier wat ernstiger wordt vereerd dan in Amerika.

Aanstaande dinsdag ontvangt Barbara Ehrenreich uit handen van koning Willem-Alexander in het Paleis op de Dam de prestigieuze Erasmusprijs. Die bestaat uit een bedrag van 150 duizend euro en wordt jaarlijks toegekend aan een persoon of instelling ‘die een buitengewone bijdrage heeft geleverd op het gebied van de geesteswetenschappen, sociale wetenschappen en de kunsten’, waarbij ‘tolerantie, culturele veelvormigheid en ondogmatisch, kritisch denken’ in de humanistische traditie van Erasmus extra worden gewaardeerd.

Wat vindt u eigenlijk van het concept ‘koning’?

‘Nou, in de wereld van vandaag lijkt het me vooral een soort toeristische attractie. En dan met een echt paleis! Maar ik zie er niets sinisters in, hoor. Ik beloof dat ik het paleis niet zal bestormen, maar beleefd en waardig naar binnen zal gaan.’

Om niet te zeggen dat ze apetrots is. Haar zoon en dochter komen speciaal over, met haar twee kleindochters.

Terwijl u toch een aardige reeks prijzen hebt gewonnen.

‘Ja, maar dat zijn vooral kleinere prijzen van linkse activisten. In Amerika zullen ze me niet snel een grote nationale prijs uitreiken.’

Het thema voor de Erasmusprijs van dit jaar is ‘De kracht van onderzoeksjournalistiek’. Ehrenreich wordt speciaal geëerd om de klassieker die haar beroemd maakte en waarvan twee miljoen exemplaren zijn verkocht: Nickel and Dimed: On (Not) Getting By in America uit 2001.

Toen er nog nauwelijks over werkende armen werd bericht, probeerde Ehrenreich in Florida, Maine en Minnesota maandenlang rond te komen van laaggeschoold werk, zoals miljoenen Amerikanen. Ze was al in de vijftig en een bekend activist, wetenschapper en auteur toen ze aan het werk ging als kamermeisje, serveerster, ouderenhulp, schoonmaakster en verkoopster bij Walmart. En bijvoorbeeld verplicht werd in een potje te plassen, zodat ze konden zien of ze aan de drugs was.

Nauwgezet noteerde Ehrenreich hoe uitbuiting, vernedering en de stress van een permanent gebrek aan rust en inkomen mensen beschadigt. Het boek werd verplichte literatuur op ruim zeshonderd Amerikaanse colleges en universiteiten. Nickel and Dimed toonde aan dat de Amerikaanse Droom ten einde was. Dat wie van een minimumloon niet kan rondkomen, ook onmogelijk een treetje hoger op de ladder kan bereiken. Het bleek bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk zelfstandige woonruimte te bekostigen, zelfs niet met twéé laaggeschoolde banen.

In 2011 beschreef Ehrenreich in een nieuw nawoord bij Nickel and Dimed hoe de situatie van de 40 miljoen Amerikanen die in armoede leven sindsdien alleen maar verergerde.

CV Barbara Ehrenreich

1941 Geboren als Barbara Alexander in mijnwerkersstadje Butte, Montana.

1963 Studeert af in de scheikunde.

1966 Trouwt met klinisch psycholoog John Ehrenreich (gescheiden in ’77).

1968 Promoveert in de celbiologie. Wordt universiteitsdocent.

1970 Geboorte eerste kind. Ehrenreich is in een goedkoop ziekenhuis de enige witte vrouw op een afdeling vol zwarte patiënten. Een arts wekt haar bevalling voortijdig op, omdat hij naar huis wil. Ehrenreich is daar zo boos over dat ze onderzoeker, activist en publicist wordt op het gebied van gezondheidszorg voor alle vrouwen. Schrijft daar boeken over met haar man John. Ehrenreich zegt al snel haar werk aan de universiteit op en wordt fulltime journalist en schrijver.

2001 Internationale bestseller Nickel and Dimed: On (Not) Getting By In America, waarvan twee miljoen exemplaren worden verkocht.

Ehrenreich schreef ruim twintig non-fictieboeken over uiteenlopende onderwerpen en één sf-roman (Kipper’s Game).

Destijds hadden veel Amerikanen het slecht óndanks de relatieve voorspoed van het land. Sinds de crisis is zelfs de concurrentie om de slechtst betaalde banen moordend.

‘Ja, Nickel and Dimed was achteraf gezien nog de goede oude tijd.’

Het boek kreeg in 2005 een vervolg met Bait and Switch, the (futile) Pursuit of the American Dream. Nu concentreerde Ehrenreich zich op de ‘witte boorden’ met een opleiding, en masse ontslagen door bedrijven met steeds minder verantwoordelijkheidsgevoel voor hun werknemers. Mensen als ballast, bij de minste tegenslag in winstcijfers overboord gegooid.

Ehrenreich stortte zich met een verzonnen cv undercover in de zinloze hulpindustrie van carrièrecoaches en persoonlijkheidstests, banenmarkten en netwerkdagen. Om te concluderen dat opwaartse mobiliteit ook voor mensen met een uitstekend diploma, cv en ‘de juiste instelling’ na ontslag in Amerika onherroepelijk in neerwaartse mobiliteit veranderde.

The New York Times had laatst een fotoserie over de extra banen die zelfs onderwijzers nu al moeten nemen om het hoofd boven water te houden.

‘Ja, ze rijden taxi voor Uber en maken huizen schoon. En ook op veel Amerikaanse universiteiten verdienen freelancedocenten nu trouwens al het minimum loon. Niet genoeg dus.’

Na Bait and Switch begon Ehrenreich de organisatie United Professionals, waar de ontslagen witte boorden zichzelf met steun van een grote vakbond konden organiseren.

Dat bestaat niet meer. De naam wordt nu zelfs gebruikt door coaching-bureaus. Wat ging er mis?

‘Dat is één van mijn onsuccesvolle avonturen. De vakbond die ons financierde trok zich terug. Mensen organiseren zichzelf ook niet meer, door falende vakbondsleiders en toenemende agressie van werkgevers. Die hebben zóveel geld gestopt in de obstructie van vakbonden. En als een werkgever in Amerika iedereen kan ontslaan die interesse in een vakbond toont, hoe ga je als bond dan mensen vinden? Met interesse in een vakbond teken je op de arbeidsmarkt tegenwoordig al snel je eigen doodvonnis.’

In Nickel and Dimed hebben alle werkende armen wel een opvallend goed karakter.

‘O ja?’

Bij het herlezen viel het op. Dat je er niemand ziet met slechte gewoonten, ze zijn allemaal erg aardig. Was dat echt zo, of hoopt u deze mensen op die manier ook dichter bij de lezer te brengen?

‘Vind je dat ik ze te aardig heb gemaakt?’

Pauze.

‘Oké, ik zal vertellen wat ik eruit heb gelaten: alles wat te maken heeft met illegale bezigheden. Zoals drugsgebruik. Wat er wel was. Maar ik wilde deze mensen niet aangeven.’

De meesten zijn toch al anoniem beschreven?

‘Toch schreef ik die dingen niet op, voor het geval iemand zou achterhalen wie ze waren, wat altijd kan gebeuren. Ze wisten ook niet dat ik over ze zou gaan schrijven, dus vertelden ze gewoon alles. Daarom staan ook veel persoonlijke details, bijvoorbeeld over hun relaties, niet in het boek.’

U groeide zelf op in een arbeidersmilieu in Butte, Montana, waar uw vader mijnwerker was.

‘Hij schoolde zichzelf bij, werd metaalkundige, want dat was het enige dat je kon studeren in Butte. En daarna klom hij op.’

Uw ouders ‘konden het niet zo goed aan om middenklasse te worden’, zei u lang geleden.

‘Ze belandden in een heel nieuwe cultuur. En hun reactie was om teveel te gaan drinken, ze eindigden als alcoholist.’

Merkte u daar veel van als kind? Moest u zich anders gaan gedragen?

‘Ik denk dat de angst iets verkeerd te doen het meest manifest was bij mijn moeder. Kwam ze wel als middenklasse over? Was ze op de juiste manier gekleed en serveerde ze de juiste kleine hapjes bij de borrel? Mijn moeder maakte zich druk over mijn tafelmanieren, al had ze zelf nauwelijks een idee wat die waren. Maar verder: nee.’

Barbara Ehrenreich Beeld Erik Smits. Visagie Bianca Fabrie

Hebt u zelf nog last van die achtergrond?

‘Ik denk dat het toch meer een gevoel van solidariteit is bij mij. Ik wíl in verbinding blijven met alle mensen aan de onderkant van de samenleving, omdat ik echt geloof dat dit de mensen zijn die in de toekomst dingen gaan veranderen. Maar misschien komt het inderdaad ook van nature, omdat ik er vandaan kom.’

Het moet dan wel een rare gewaarwording zijn om twee miljoen boeken te verkopen over de armen.

‘Eén van mijn beste vrienden zegt altijd: Jij bent rijk geworden van de armen!

‘Om iets terug te doen ben ik The Economic Hardship Reporting Project begonnen.’ Ze lacht: ‘Ik hoef niet meer zo nodig meer over jullie te schrijven, zeg ik nu, schrijf het verdomme zelf maar op!’

The Economic Hardship Reporting Project subsidieert en begeleidt kwaliteitsjournalistiek over ongelijkheid, vaak geschreven door ervaringsdeskundigen. Sinds Ehrenreich in 2011 het initiatief nam hielp ze zo’n honderd verslaggevers bij het schrijven van verhalen. Ze legt graag uit hoe ze daarbij op details moeten letten: ‘Iemand die in een sportwinkel werkt waar hij bij het passeren van iedere uitgang wordt gefouilleerd tegen diefstal, bijvoorbeeld. Hij vond dat al gewoon. Ik zeg dan: dat moet je ópschrijven, want het ís niet gewoon.’

Sinds Nickel and Dimed wordt u geprezen omdat u ‘een stem aan de stemlozen’ zou hebben gegeven.

‘Eerlijk gezegd deed ik dat toen nog helemaal niet. Je hoort de hele tijd alleen maar míjn stem in dat boek. Maar The Economic Hardship Reporting Project wil dat wél, die stemmen een kans geven. En een contract.’

Terwijl iedereen praat over diversiteit in kleur op redacties, zijn mensen met een niet-hoogopgeleide achtergrond daar een uitstervende soort.

‘Maar veel van die mensen schrijven. Een serveerster uit Nickel and Dimed was een boek aan het schrijven over dakloze vrouwen, prachtig.’

U hebt altijd gezegd dat de gevestigde media te weinig aandacht hebben voor de werkende armen.

‘Nou en of, ik heb decennia lang met mijn kop tegen de muur staan bonken. Ik zal je een voorbeeld geven. Ik zei een keer tegen de hoofdredacteur van een behoorlijk progressief tijdschrift dat ze er meer mensen uit de arbeidersklasse in moest zetten, en toen vroeg zij: ‘Maar kunnen ze práten?’

Welk magazine?

‘Zeg ik niet, want ik voel toch loyaliteit.’

En wat zei u?

‘Dat het pijn deed. Voor een kind uit een arbeidersfamilie. Dat ze zo in stereotypen dachten.’

Hoe structureel is dit probleem bij gevestigde media?

‘Als er een staking is in Amerika, lang niet vaak genoeg meer trouwens, dan interviewen ze de werkgevers en de mensen die last hebben van de staking, maar bijna nooit de stakers zelf. Omdat er ontzettend veel vooroordelen over hen bestaan. Mensen die zelf een opleiding hebben kijken neer op de arbeidersklasse, en vooral op de witte arbeidersklasse. Die beschouwen ze als mislukkingen, als dom, want waarom hebben ze niet gewoon beter hun best gedaan, net als zij?’

Progressieve Amerikanen zijn daar heel goed in.

‘Nou en of.’

Al ruim vóór Trump spraken ze schande van Republikeins stemmende ‘white trash’.

‘Toen Hillary Clinton nog met Obama in de race was voor de democratische kandidatuur begrepen ze ook nooit waarom arbeiders Obama steunden. Mensen begrepen niet hoe afstotelijk werkende armen Hillary vonden.’

Hoe zou u het uitleggen?

‘Ze vonden Hillary afstotelijk omdat haar afkeer van arbeiders overal doorheen schemerde. Vooral toen ze Trump-stemmers ‘betreurenswaardigen’ noemde, als een soort aparte categorie mensen.’

Heeft het vernederen van de werkende armen president Trump gebaard?

‘Zo kun je het wel stellen ja.’

Bent u zelf teleurgesteld in Obama?

‘Ja. Vooral omdat hij tijdens de grote crisis de banken steunde, toen zoveel mensen hun huis verloren omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen. En niet de gewone mensen. Dat kunnen we hem niet vergeven.’

U schreef al eerder dat er een tekort is aan empathie in de wereld.

‘Vooral op het werk. Je móet positief zijn.’

Ehrenreich kreeg borstkanker en schreef daarna in 2009 het bijtende Bright-sided: How the Relentless Promotion of Positive Thinking Has Undermined America (In Europa bekend onder de titel Smile or Die).

Ze wilde om te beginnen korte metten maken met de voor vrouwen ‘debiel makende’ terreur van de zo dwingend optimistische pink ribbon-beweging (‘Toen ze me tijdens mijn behandeling een borstkankerbeertje kwamen overhandigen, ging ik echt over de rand’).

Ehrenreich trok haar waarnemingen opnieuw breder en wees als eerste op de valse belofte die positieve leuzen als ‘vechten’ en ‘winnen’ overal bevatten. Wie aan kanker lijdt, heeft helemaal niets te winnen. En hoezo kun je vechten voor je baan als je werk naar lagelonenlanden verhuist?

Steeds weer laat Barbara Ehrenreich zien dat falen stukken minder aan een gebrek aan ‘de juiste instelling’ ligt dan het neo-liberalisme zo graag doet geloven. Welbeschouwd gaat boek na boek van haar over hoe zulke praatjes (en ‘positief blijven’, en ‘werken aan je lichaam’) vooral lijken bedacht om het verdwijnen van solidariteit te maskeren.

In Oud genoeg om dood te gaan somt Ehrenreich, zelf een fervent sportschoolbezoeker, droogkomisch op welke fitnessgoeroes er allemaal al zijn overleden. Alle conditietraining, fruitshakes, mindfulness en gezondheidsapps ten spijt kunnen lichaamscellen gewoon botte pech hebben.

De serieuze onderliggende boodschap: na werkloosheid en mislukking en ziekte wordt nu langzamerhand zelfs de dóód het individu in de schoenen geschoven. Wie niet fit en gezond blijft, is al snel medeschuldig – zie in Nederland trouwens ook de strenge plannen van minister Blokhuis om roken, drinken en overgewicht te bestrijden.

De gevestigde middenklasse is eindeloos met zichzelf in de weer, ook uit angst om zelf af te glijden. En kijkt daardoor niet meer naar anderen om.

‘Maar je hoeft je daaraan niet altijd te conformeren, wil ik maar zeggen.’

Loop naar de hel met alle zelfzucht, schrijft u.

Oh yes. Get óver yourselves.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden