Er zit nog leven in de dode talen

OOIT, HET MOET in het begin van de twintigste eeuw zijn geweest, was er een hoogleraar die nog college gaf in vlekkeloos Latijn....

Classici mogen elkaar graag deze anekdote vertellen om het moment te markeren waarop er een einde kwam aan het gebruik van het Latijn in het universitair onderwijs. Soms worden de woorden van de hoogleraar gevarieerd: 'Claudite fenestram' ('Doe het raam dicht') of 'Aperite fenestram' ('Doe het raam open'), maar de boodschap blijft dezelfde - het was gedaan met het Latijn als gesproken taal in de collegezalen. Toen later ook de katholieke kerk overstapte op het gebruik van wat de 'volkstaal' werd genoemd, was de rol van het levend Latijn definitief uitgespeeld.

Het Latijn en in zijn kielzog het Grieks kregen de benaming 'dode talen' toebedeeld. Een wat merkwaardige aanduiding, want elke taal evolueert in de loop der eeuwen en niemand haalt het in zijn hoofd de taal van Vondel als een dode taal te bestempelen. Het Latijn en Grieks worden niet meer in hun klassieke verschijningsvorm gesproken, maar dat wil nog niet zeggen dat ze uit de westerse cultuur zijn verdwenen. Integendeel, tal van talen zijn doorspekt met woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in de klassieke talen.

Ook het Nederlands is in belangrijke mate schatplichtig aan het Latijn en Grieks. 'De invloed van de klassieke talen duurt al tweeduizend jaar en gaat tot op heden door', schrijft Nicoline van der Sijs in Nota bene - De invloed van Latijn en Grieks op het Nederlands. 'Nog steeds worden nieuwe wetenschapstermen en productnamen gevormd van Latijnse en Griekse woorden, denk aan automobiel en televisie. (. . .) Dit is een bewijs van de kracht van het Latijn, dat zich in de loop van de tijd aan andere talen en andere omstandigheden heeft weten aan te passen en daardoor kon blijven voortleven lang na de dood van de laatste moedertaalspreker.'

Nota bene laat in twee delen op vaak amusante wijze zien hoe het Nederlands is doordesemd van woorden en uitdrukkingen die zijn ontleend aan de klassieke talen. Van der Sijs verzamelde in het eerste deel de woorden, waarbij het accent ligt op het Latijn (ook in zijn latere verschijningsvormen, zoals het middeleeuws Latijn, het Kerklatijn en het Humanistenlatijn). Zij putte daarbij uit haar in 1996 verschenen Leenwoordenboek. In het tweede deel bracht Jaap Engelsman een groot aantal uitdrukkingen en zegswijzen met een klassieke oorsprong samen.

Het boek ontleent zijn charme aan de bonte hoeveelheid voorbeelden die Van der Sijs en Engelsman rondstrooien. Daarin zijn ze niet karig geweest, en het effect is dat er vaak een hele nieuwe wereld opengaat als het gaat om de herkomst van woorden en uitdrukkingen. Nooit geweten dat het woord 'test' in de betekenis van 'kop' of 'hoofd' teruggaat op het woord testa uit het vulgair Latijn (de volkstaal van de Romeinen). En ook nooit geweten dat de uitdrukking 'schitteren door afwezigheid' via het Frans is ontleend aan de Romeinse geschiedschrijver Tacitus.

Het Latijn is via verschillende wegen het Nederlands binnengedrongen. Allereerst was er het directe contact tussen Romeinen en Germanen in de eerste eeuwen na Christus. Daaruit ontstond een diepgaande onderlinge beïnvloeding. Vooral woorden uit het dagelijks leven vonden hun weg in het Germaanse taalgebruik. Hiertoe behoorden uiteraard woorden in de militaire sfeer (defensie, keizer, burcht), want de Romeinen waren gekomen om de grenzen van hun rijk te bewaken tegen ongewenste indringers.

'De meeste leenwoorden uit de Romeinse tijd duiden realia aan, het zijn letterlijk huis-, tuin- en keukenwoorden', schrijft Van der Sijs. Interessant is de herkomst van het woord 'ui'. De Romeinen brachten het woord unio mee, dat in het Middelnederlands uyen, uyens werd. Omdat dit als een meervoud werd aangevoeld, werd daaruit het enkelvoud ui gevormd. De meeste namen van de dagen van de week en de maanden zijn door de Germanen van de Romeinen overgenomen en soms met Germaanse goden opgesierd (vrijdag werd genoemd naar de godin Freya, als vertaling van dies Veneris, dag van Venus).

Vanaf de tweede eeuw na Christus, toen het christendom zich langzaam maar zeker verspreidde, ontstond het Kerklatijn. Nieuwe christelijke begrippen werden vaak weergeven met Griekse vormen (Grieks was de taal van het Nieuwe Testament) en drongen zo later het Nederlands binnen: apocalyps, charisma, paradijs, profetie. Maar ook het Latijn leverde tal van leenwoorden: absolutie, sacrament, gratie. Kloosters vormden belangrijke schakels in de verspreiding van niet het alleen het nieuwe geloof, maar ook nieuwe woorden.

In reactie op het vaak geïmproviseerde Latijn dat in de kloosters werd gebezigd (het 'potjeslatijn'), ontwikkelden de humanisten in de Renaissance een vorm van Latijn die dichter bij de klassieke bronnen stond. Het Humanistenlatijn werd de taal van de opbloeiende wetenschap en het onderwijs. Uit die tijd dateren woorden als: abstraheren, discuteren, recensie, academie, diploma, docent.

Studenten schepten er genoegen in hun taal op te vrolijken met verbasterde Latijnse woorden. Zo gaat het gebruik van het woord 'zak' voor een vervelende vent terug op het studentikoze kul (flauwe vent), dat afkomstig is van het Latijnse culleus (leren zak). De woorden hocus-pocus werden door studenten in de zestiende eeuw geïntroduceerd en zijn wellicht een verbastering van de woorden die de priester tijdens de mis uitspreekt: hoc est enim corpus meum ('want dit is mijn lichaam').

Nog steeds is het Latijn leverancier van leenwoorden, betoogt Van der Sijs. 'Hoewel Latijn in de twintigste eeuw dus duidelijk terrein heeft verloren en het Engels het Latijn als lingua franca van de wetenschap heeft verdrongen, groeit de woordenschat van de Latijnse taal nog steeds, dankzij de nieuwvormingen op wetenschappelijk en religieus gebied.'

Haar fraaie verzameling leenwoorden én de vaak verrassende collage zegswijzen en uitdrukkingen van Jaap Engelsman vormen het levende bewijs van het Latijn en Grieks als levende talen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden