COLUMNJoost Zaat

Er zijn veel deskundigen, maar ook een heleboel koe-in-de-kont-kijkende neppers

‘Schrijf je eens een vrolijk stukje’, oppert mijn lief aan het ontbijt. ‘Niet al te melancholisch worden’, zei een van mijn collega’s de dag daarvoor. Mijn somberman krijgt af en toe de overhand. Veel vogeltjes in de tuin maar die verdommen dit jaar in de strategisch opgehangen nestkastjes te broeden. De pimpelmezen verkenden de koolmezenkastjes en andersom waarna ze gezamenlijk besloten dat het elders beter broeden was. Ik mis de kennis om het waarom te begrijpen.

Covid-19 heeft in mijn regio relatief weinig toegeslagen. De telefonische paniek is verdwenen, af en toe schuifelt iemand de wachtkamer binnen. De opiniepagina’s staan vol met lieden die het beter weten of die hun kansen zien: laten we de gewone zorg weer opstarten, laten we e-health omarmen, laten we het stelsel hervormen, verspil het moment niet… Probleem is dat er wel veel deskundigen zijn maar ook een heleboel koe-in-de-kont-kijkende neppers. Kennis die eergisteren leek te kloppen, blijkt vandaag onjuist en nogal vaak ontbreken antwoorden op gewone vragen. Daar winden sommigen zich dan ontzettend over op. Ik word daar nu juist vrolijk van. Wetenschap biedt kennis maar is vooral een zoektocht naar betere kennis. Dat is niet alleen bij een nieuw ziektebeeld als covid-19 zo. Neem bijvoorbeeld het geprik in ‘versleten knieën’. Een veel gebruikte behandeling door huisartsen en orthopeden. Het bewijs was altijd al beperkt maar dokters en patiënten geloven er heilig in. Volgens de richtlijn mag zo’n prik maximaal vier keer per jaar, dus is het jaarlijkse aantal injecties bij een zo’n veel voorkomende kwaal aanzienlijk. Midden in de covid-19-crisis verscheen een mooi onderzoek met 156 patiënten met knie-artrose waarbij injecties werden vergeleken met fysiotherapie. Na een jaar waren in beide groepen de klachten op een speciale pijn- en stijfheidschaal minder geworden: bij prikken was de gemiddelde score met de helft gedaald en in de fysiogroep aanzienlijk meer, namelijk met bijna tweederde. Al eerder was bewezen dat gewoon zoutwater in een knie even goed (of even slecht) is voor de pijn als injecties met ontstekingsremmers, maar dat die laatste het toch al broze kraakbeen verder beschadigen. Die spuiten kunnen dus in de la blijven en de fysiotherapie kan in het vergoedingspakket.

Het idee ‘ik weet nog steeds niks, maar probeer iets te leren’, daar wordt een mens vrolijk van, en het zou zelfs een beetje houvast kunnen geven bij de koers naar ‘normale zorg’.

Overigens bezweek ik in mijn column van vorige week aan de verleiding van een verkeerde vergelijking, zoals een twitterende geleerde terecht opmerkte. Iemand met een positieve test had in mijn voorbeeld de kans van 53 procent daadwerkelijk covid-19 te hebben gehad, maar bij die kop of munt was het natuurlijk gewoon 11 procent gebleven en geen 50 procent. Want 11 procent van de mensen met luchtwegklachten bleek vier weken geleden daadwerkelijk covid-19 gehad te hebben. En kop of munt test nu eenmaal niks. Schrijven over kennis blijft moeilijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden