Er knaagt iets bij de nieuwe Biesbosch-bever

De bever is definitief terug in de Biesbosch, maar waarom blijft de populatie zo klein? De beverdeskundigen zijn het oneens....

NA EEN MOEILIJKE start gaat het eindelijk weer goed met de bever in Nederland. Twaalf jaar geleden werden de eerste dieren uitgezet in de Biesbosch; bijna honderdzestig jaar nadat het laatste exemplaar bij Zalk aan de IJssel was gedood. In de achttiende eeuw werd er stevig gejaagd op het grootste knaagdier van Europa. Geholpen door de mens komt het beest nu langzaam terug.

Maar de herintroductie verloopt niet geheel volgens plan. Op dit moment leven er in Nederland waarschijnlijk 130 bevers, waarvan 70 in de Biesbosch. Daarmee is de groep weliswaar uit de gevarenzone maar een oude verwachting wordt niet waargemaakt, concludeert het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen deze maand in een evaluatierapport voor Staatsbosbeheer.

Gerekend naar de hoeveelheid voedsel en ruimte zou er in de Biesbosch plaats zijn voor 190 bevers. Maar iets weerhoudt de populatie ervan ook werkelijk zo groot te worden. Op vrijwel alle andere plaatsen in Europa waar bevers zijn uitgezet, verloopt de groei veel sneller.

Samen met medewerkers van Staatsbosbeheer hebben de onderzoekers van Alterra de bevers in de Biesbosch tien jaar intensief begeleid. De beesten werden geoormerkt en kregen zendertjes geïnplanteerd. Hun woonburchten werden met microfoons en videocamera's bespioneerd. Alle woonplaatsen werden nauwkeurig in kaart gebracht; uitwerpselen werden onder de microscoop gelegd en elk dood dier werd op de snijtafel ontleed.

Zo is vastgesteld dat de populatie na een mislukte start, die tientallen beesten het leven kostte, langzaam groeit en over vijf jaar zal zijn toegenomen tot ruim honderd stuks. Dat zijn er nog steeds relatief weinig. Wat er precies knaagt aan de Biesbosche bever is onduidelijk, zegt ecoloog drs. Freek Niewold van Alterra. Zeker is slechts dat de vruchtbaarheid van sommige bevervrouwtjes ver onder de maat blijft terwijl andere vrouwtjes het wel goed doen.

Naar de oorzaak is het raden. Maar diep in zijn hart houdt Niewold het op de enorme cadmiumvervuiling in de Biesbosch. Dat zware metaal uit de Belgische staal- en verzinkingsindustrie aangevoerd via de Maas is daar tientallen jaren overvloedig neergeslagen. Vooral wilgenbomen zuigen het op uit de grond, en de pech is dat juist die wilgen de belangrijkste voedselbron vormen van de bevers. Het cadmium hoopt zich op in hun lijf. In de nieren van een beest van vijftien jaar oud is een cadmiumgehalte gevonden van 1000 parts per million. 'Dat is onwaarschijnlijk hoog en komt verder nergens in de literatuur voor. Daar ben ik enorm van geschrokken'.

Het toont volgens Niewold óók aan dat het maken van nieuwe natuur in Nederland zijn grenzen kent. 'Je kunt natuurontwikkeling in wetlands wel makkelijk propageren, maar er blijken dus toch stressfactoren te zijn die je niet kunt veranderen.' Boswachter Dirk Fey van Staatsbosbeheer gaat nog verder: 'Als we dit van tevoren hadden geweten, is het zelfs de vraag of we de bevers in de Biesbosch zouden hebben uitgezet.'

Ook inteelt kan volgens Niewold trouwens een rol spelen, hoewel bevers daar over het algemeen weinig gevoelig voor zijn. Daar staat tegenover dat de populatie in de Biesbosch gebouwd is op dieren die in Duitsland uit het territorium werden verdreven, een negatieve seletcie dus.

Maar niet iedereen is het met die conclusies eens. Bioloog dr. Bart Nolet studeerde in 1994 in Groningen af op de herintroductie van de bever en was nauw betrokken bij het experiment in de Biesbosch. Hij werkt tegenwoordig bij het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in Nieuwersluis.

Aan de cadmiumtheorie hecht hij weinig geloof, zegt hij, ook al zijn de aangetroffen hoeveelheden van dat zware metaal flink hoger dan hij indertijd zelf voorspelde. 'Dezelfde cadmiumgehalten zijn echter gevonden bij bevers in de rivier de Mulde in voormalig Oost-Duitsland. Daar had het voor zover we weten geen invloed.'

Bovendien verklaart cadmium niet waarom het ene vrouwtje wél goed reproduceert en het andere niet. Inteelt is een al even onwaarschijnlijke verklaring, denkt Nolet. De hele Zweedse populatie van 100 duizend bevers is voortgekomen uit niet meer dan veertig exemplaren. 'Het komt erop neer dat het onderzoek in de Biesbosch onvoldoende harde gegevens heeft opgeleverd om conclusies te trekken.'

Maar zolang er met speculaties gewerkt moet worden, denkt hij meer aan het eenzijdige voedselpakket van de bever in de Biesbosch. Ook daarover bestaan onvoldoende gegevens, maar het zou kunnen verklaren waarom de vruchtbaarheid er relatief laag is.

Het is opvallend hoe groot de beverterritoria zijn in de Biesbosch, zegt Nolet. De beesten claimen veel méér ruimte dan soortgenoten in het buitenland. Wilgen zijn er meer dan genoeg, maar die bomen leveren uitsluitend energie en weinig mineralen. Andere boomsoorten als vogelkers en hazelaar leveren die mineralen wel.

De schaarse hazelaars en vogelkersen die in de Biesbosch groeien, worden dan ook direct door bevers aangevreten. Door het eenzijdige voedselaanbod moeten ze hun territorium uitbreiden om een complete voeding te krijgen, denkt hij. Zo is er wellicht minder ruimte voor bevers dan aanvankelijk werd gedacht.

Misschien is de draagkracht van de Biesbosch zelfs al bijna bereikt. Bevers passen hun voortplanting daar op aan. Een populatie in het Duitse Sachsen-Anhalt, waar de draagkracht inderdaad bereikt is, groeit precies even traag als die in de Biesbosch. 'Het blijft een puzzel, maar op deze manier past hij in elkaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden