Column Joost Zaat

Er bekroop me het gevoel dat huisartsen wel erg naar hun eigen navel staren

‘Huisartsen willen geen wissewasjes meer’, kopte Het Parool vorige week. Ze zijn het zat om voor een verzwikte enkel ’s nachts nog op te draven en overdag willen ze ook al geen afslankcursussen meer geven, of financiële problemen oplossen. Zestig jaar nadat twee jonge dokters onder het genot van een paar sigaren en een fles jenever ‘de missie van de huisartsgeneeskunde’ opschreven, hebben huisartsen zich opnieuw beraden waartoe zij op aarde zijn. Dat ging democratischer dan vroeger: voorrondes, enquêtes bij dokters en patiënten. Vorige week zaten 200 dokters in Woudschoten te luisteren naar die nieuwe ‘kernwaarden’. De kern van mijn vak is ook in de nieuwe opvatting niet veel anders dan 60 jaar geleden: huisdokters blijven dokters die je kennen, bij wie je terecht kunt met je medische en psychische problemen, en er samen met hun team zijn als je ze nodig hebt. Maar net als dat je bij de bakker veelal geen vlees kopen kunt, heeft die huisarts ook niet alles in de aanbieding.

Ik zat daar als nieuwsgierige grijze man, terwijl ik me er natuurlijk niet meer mee moet bemoeien. Meer dan 50 procent van de huisartsen is vrouw. Die jonge vrouwen waren vast spreekuur aan het doen, want het grootste deel van die meepratende dokters was ook man en grijs. De grijsaards mopperden een beetje over de belasting van het werken in de avond en nacht en dat de jonkies hun deel moesten gaan doen. Aan gevoel van overbelasting kun je weinig doen, maar er bekroop me toch het gevoel dat huisartsen wel erg naar hun eigen navel staren. In de dagelijkse realiteit komen er niet zo veel verzwikte enkels midden in de nacht, en van de leefstijlgeneeskunde in de spreekkamer komt ook al niet veel terecht. Geen enkele huisarts loste ooit financiële problemen op en ik ben nog nooit een patiënt tegen gekomen die dat verwacht, wel dat ik de relatie leg tussen zijn wissewasklachten en schulden, geweld, werk, relaties en wat al niet meer. Klagende artsen over consumentisme in de zorg zijn van alle tijden. Daar zit het probleem van hun overbelasting niet. Huisartsen hebben vooral last van een disfunctionerende GGZ, de versnippering in de thuiszorg, de chaos in de jeugdzorg, tekorten aan pillen en versnippering in de tweede lijn. Daar wringt het en dat zorgt voor ons overbelaste gevoel.

Stukadoors of chirurgen hoor ik nooit praten over de grenzen van hun vak. Die doen gewoon dingen: muren stuken, of galblazen eruit peuteren. Omdat wij huisdokters weliswaar een vak hebben, maar het onduidelijk is wat we nu de hele dag doen, gooien andere specialisten en beleidsmakers van tijd tot tijd de echt moeilijke dingen over de schutting. Huisartsen hebben zich altijd aangepast aan de maatschappelijke vraag naar zorg. Gaan ze nu vast weer doen, kijken naar wat de maatschappij van hen wil. Dat schuttingwerpen vind ik ook vervelen, maar: Niet over opwinden, gewoon teruggooien, net zolang totdat ‘ze’ het oplossen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.