ColumnJasper van Kuijk

En weer past de bestelde trui niet. Waarom zijn kledingfabrikanten zulke matennaaiers?

null Beeld

Ik heb net de zoveelste bestelde trui teruggestuurd. Paste wéér niet. En het maakt geen bal uit of ik netjes meetlint en maattabel erbij pak, en de indicatie ‘valt groot/zoals verwacht’ meeneem, uiteindelijk sta ik toch weer in het kledingcasino. De ene keer verdrink ik in een maat M, de volgende keer zie ik er in een maat L uit alsof iemand me in zo’n vacuümtrekdiepvrieszakje heeft gepropt. En ik ben niet de enige. In 2020 ging 34 procent van alle bestelde kleding, schoenen en andere modeartikelen retour, waarbij ‘past niet goed’ een van de belangrijkste redenen was.

De grote variatie in kledingmaten is deels marketing. We schijnen er blij van te worden als we een maatje kleiner blijken te passen dan gedacht. Alleen zijn we met z’n allen de afgelopen decennia gemiddeld steeds steviger geworden, dus dikke kans dat we juist een maatje groter moeten kopen. ‘Wacht even’, dachten de kledingfabrikanten, ‘dan maken we alle maten gewoon wat groter. Blijere mensen = meer verkopen.’ Vanity sizing heet dat. Zo droeg ik decennialang Levi’s spijkerbroeken met heupmaat 32, maar kwam ik onlangs ineens uit op 31. Terwijl mijn 45-jarige buik toch echt anders deed vermoeden.

En als kledingfabrikanten nou afspraken hadden gemaakt over hóé ze die maten dan zouden laten meegroeien, oké. Maar dat verschilt dus enorm. Dat er maattabellen nodig zijn, zegt eigenlijk genoeg. In feite staat daar ‘ónze maat 50 is ongeveer zo groot’. Stelletje matennaaiers. Alsof je bij de bouwmarkt een trap koopt om de dakrand van je schuurtje te kunnen verven en dat ze dan zeggen: ‘Ik zou een maatje groter nemen, want deze valt klein.’

null Beeld

Nu is dat in fysieke winkels nog niet zo’n probleem, want dan begin je met iets wat eruitziet als jouw maat en ga je eventueel een maatje omlaag of omhoog. Alleen zijn we – zeker het afgelopen jaar – steeds meer online gaan winkelen. En dan is het dus óf een lading verschillende maten bestellen en de rest terugsturen, óf je gokt op één exemplaar, koopt, past, stuurt terug, bestelt opnieuw, past weer, stuurt weer terug en geeft het op.

Om dit op te lossen werken kledingfabrikanten en -verkopers aan geavanceerde oplossingen zoals digitale bodyscans of 3D-geprinte kleding. Hoef ik allemaal niet. Ik wil gewoon consistente en duidelijke maatvoering.

En wat blijkt, een voorstel daarvoor ligt al ruim tien jaar klaar. De Europese conceptnorm EN 13402 bevat een uniforme standaard voor kledingmaten, op basis van lichaamsmaten. Afhankelijk van het type kledingstuk en geslacht worden er verschillende relevante lichaamsmaten vermeld. Bij een jas voor vrouwen bijvoorbeeld lichaamslengte, en heup- en borstomtrek. Overhemd voor mannen: lichaamslengte, nekomtrek en armlengte. Helaas is deze standaard buiten de bedrijfskleding nooit echt doorgebroken. Hopelijk zorgt de toename van onlinewinkelen – en de bijbehorende retouren – voor meer draagvlak. Mij lijkt het een passende oplossing.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden