En de wereld draait nog altijd door

GREGORIUS de Grote, die paus was van 590 tot 604,wordt meestal afgebeeld met een witte duif op zijn schouder, het zichtbare teken dat de Heilige Geest hem bij het schrijven van zijn vele werken heeft geïnspireerd....

Voor die vrijheid van zijn eigen geest - contemplatie als een vrij zijn voor God - heeft hij getracht te kiezen. Vergeefs. Zijn eigen lot - hij is enkele jaren in zijn klooster en hij wordt door de paus als gezant naar Constantinopel gestuurd, hij zal er zes jaar blijven; hij is weer enkele jaren terug in zijn Romeinse klooster of hij wordt tot paus gekozen - moet hem ervan hebben overtuigd, dat je niet op de eeuwigheid kunt vooruitlopen. Er zijn brieffragmenten overgeleverd, waarin hij zijn angst en beven voor de verantwoordelijkheid van het pausschap beschrijft, - ze lijken geen retorische nederigheidsbetuigingen. Maar er is ook de angst voor de bezetting van zijn geest door tijdelijke zaken.

Actie en contemplatie, als tegenstellingen, maar ook als verzoende tegendelen, later dan, hebben zijn persoonlijk leven bepaald, maar niet minder zijn theologie en zijn wereldbeeld. Het kan typerend zijn dat hij in zijn bijbelexgese de letter vaak veronachtzaamde, maar koos voor de morele en geestelijke interpretatie: hij maakte de teksten doorschijnend naar de eeuwigheid toe. De letter lijkt de tijd. Maar wellicht is dit zijn indrukwekkendste prestatie: hij heeft het herderschap waartoe hij geroepen was, met de contemplatie weten te verenigen: pastoraal als een vorm van beschouwing, maar ook als een mogelijkheid tot het doorgeven aan anderen van het beschouwde. De zielzorger die hij zich wist, heeft de tegendelen kunnen verzoenen.

Hij was nog maar net paus of hij schreef zijn Liber Regulae Pastoralis: richtlijnen voor de bisschoppen als zielenherders. In de negende eeuw zal de Engelse koning Alfred, die ook 'de Grote' heet, het werk in het Engels vertalen, een van de ontelbare tekens van Gregorius' blijvende doorwerking in de middeleeuwse kerk. (Zijn commentaar op het boek Job, bekend geworden als de Moralia was in de middeleeuwen een der meest gelezen werken).

Hij heet een tussenfiguur: de laatste vertegenwoordiger van de christelijke oudheid en de eerste vertegenwoordiger van het middeleeuwse christendom. Ook tijdens zijn pausschap schreef hij in een samenspraak met de diaken Petrus de vier boeken Dialogen, heiligenverhalen met een zeer hoog wondergehalte. (Het tweede boek is het bekendst geworden: het gaat in zijn geheel over Benedictus). De wonderen lijken de bewijskracht van heiligheid en Gods aanwezigheid die eens het bloed van de martelaren had, te moeten overnemen. De heiligenverhalen zullen een heel grote invloed op de middeleeuwse heiligenlevens hebben. Alfred vertaalde ook de Dialogen. Ook zijn pausschap heeft het middeleeuwse pausschap voorbereid, hoewel voor kerkhistorici zijn geestelijke invloed op de kerk veel groter is geweest dan de wijze waarop hij het pausschap zag en gestalte gaf.

0 A ZIJN dood gaven de monniken van het Andreas-klooster de opdracht tot een familieportret, Gregorius tussen zijn ouders in. Het bestond nog in de negende eeuw. Een beschrijving ervan geeft Johannes de Diaken, Gregorius' eerste, in de achtste eeuw levende biograaf. Zo zag Gregorius eruit:

'Zijn figuur was van gewone lengte en was goed geschapen. Zijn gezicht hield het gelukkige midden tussen de lengte van het gezicht van zijn vader en de rondheid van het gezicht van zijn moeder, zodat het met een zekere gevuldheid van een heel bevallige lengte leek; zijn baard was als die van zijn vader: geel-bruin en van een matige lengte. (-) Zijn voorhoofd was hoog, zijn wenkbrauwen waren lang en enigszins opgetrokken; zijn ogen hadden donkere pupillen, en, al waren ze niet groot, ze waren open, onder wat zware oogleden.'

Zo gedetailleerd gaat het nog even door. De laatste zin luidt: 'Hij had mooie handen, met spits toelopende vingers, heel geschikt voor het schrijven.' Johannes de Diaken zal bijna niemand hebben gelezen. Ik ontleen het citaat aan Consul of God, The Life and Times of Gregory the Great van Jeffrey Richards. Het boek verscheen in 1980. Het is zeer informatief, misschien niet erg diepgaand, maar er staan mooie bondige formuleringen in, zoals bijvoorbeeld het begin van het vierde hoofdstuk: 'Het is duidelijk dat Gregorius' toewijding aan zijn geloof, zijn Christianitas, totaal was en alles wat hij deed en zei kleurde. Meteen naast zijn Christianitas en daarmee nauw verbonden staat zijn Romanitas. Zijn Romanitas was er een van de Stad en van het Rijk.'

Gregorius was Romein, uit een oude familie, Rome, toen toch ernstig in verval, was zijn stad (hij is een jaar lang prefect van Rome geweest). Maar voor hem vielen Kerk en Rijk ook samen. De kerk was het gekerstende Romeinse Rijk.

Acht jaar later verscheen van de Amerikaanse historica Carole Straw Gregory the Great, Perfection in Imperfection. Het is een werkelijke magistrale studie van de spiritualiteit, de leer, de theologie, de exegese en het leven van Gregrorius. En van alle grote invloeden die zijn denken hebben bepaald. Het boek lijkt nauwelijks voor verbetering vatbaar, naar eruditie maar ook door de zeer bezielde manier waarop het is geschreven, die het gevolg moet zijn van een bijna-verwantschap. Veel droger, maar wel degelijk, is het hetzelfde jaar verschenen The Thought of Gregory the Great van G. R. Evans, hoewel, het begin is zeer trefzeker: 'Als we Augustinus lezen begeleiden we de schrijver op een persoonlijke reis naar een oplossing die hij dikwijls vindt door als een pionier een expeditie in het gebied te maken waar hij soms het onverwachte raakt. Gregorius de Grote was geen denker van de soort van Augustinus. Zijn geest was practisch. Hij wilde de mensen leren hoe te leven en te bidden.' Het essentiële verschil is natuurlijk dat Augustinus een kunstenaar was en Gregorius niet.

Intussen verschenen er ook studies in Frankrijk en Duitsland, hoewel: het lijkt dat de Engelsen zich Gregorius enigszins hebben toegeëigend; hij was immers de peetvader bij hun doop. Hij zond de monnik Augustinus uit tot hun bekering. En dat was voor de paus een letterlijk grens-verleggende daad, die misschien ook gezien moet worden in het perspectief van de eindtijd: er dienden nog zoveel mogelijk zielen te worden gered. En als zielenredder zag hij zichzelf als bisschop in de eerste plaats.

0 E NOG altijd door alle vakgeleerden erkende als nauwelijks te overtreffen biografie van Gregorius is een Engelse: de tweedelige levensbeschrijving van F. H. Dudden. Ze verscheen in 1905! Ook de grote Engelse historicus van het vroege christendom, R. A. Markus, noemt en prijst Dudden in zijn zojuist verschenen Gregory the Great and his World vrijwel meteen op de eerste pagina. Voor enkele onderdelen verlaat hij zich ook op hem. Zijn studie is vrij beknopt, nog geen 250 pagina's. Men kan hem een iets verfijndere, minder wijdlopige Richards noemen, met onderdelen - over de spiritualiteit bijvoorbeeld - die toch niet meer dan tippen aan wat Carole Straw uitvoeriger en diepgaander heeft beschreven. (Het werk van Dudden ken ik niet). Markus heeft alles gelezen en zich een leven lang met het oude christendom ingelaten. Dat geeft de mogelijkheid zo synthetisch te schrijven als hij doet, zo bewonderenswaardig dicht ook.

Het eerste deel van het boek is zonder meer superieur. Het eerste hoofdstuk heet A contemplative in a troubled world. De tegenstelling contemplatie-actie staat in de eerste hoofdstukken centraal; ze wordt zeer verfijnd en genuanceerd behandeld. (De geciteerde titel kan bewijzen dat het verlangen zich terug te trekken alles te maken heeft met het onrustige karakter van de wereld; contemplatie als het beste deel). In wat volgt - bijvoorbeeld in de passages over Gregorius exegese, maar ook in die over zijn wereldbeeld - werkt de tegenstelling ongenoemd door en dat zeer verhelderend. Maar we krijgen ook een goed beeld van met name Italië in Gregorius' tijd. Een wereldbeeld krijgt in een zeer bepaalde wereld gestalte. Prachtige hoofdstukken zijn Appropinquante mundi termino: the world in its old age (het eerste deel betekent: nu het einde van de wereld nadert) en dat over The Christian community and its neighbours, en in dit hoofdstuk is de paragraaf Diversity within unity, verscheidenheid in eenheid, over het kerkbeeld van Gregorius - met een fraaie van Gregorius afkomstige metafoor van de harp - zeer goed. Hij moge als 'dienaar der dienaren' de eerste onder zijn gelijken zijn, de kerk is een eenheid van verschillende kerken. Gelijkheid van geest, ongelijkheid van vormen. Rome was als centrum geen monopolist. Gregorius was gematigd en daardoor zeer wijs. Heel goed is ook het hoofdstuk over de Christianitas en de Romanitas; de beperkte blik van de Romein Gregorius - Kerk en Rijk zijn topografisch gelijk, natuurlijk ook naar erfgoed - blijkt even.

0 ET TWEEDE deel handelt over het pausschap van Gregorius. Licht heeft hij het, ook binnen Italië, niet gehad. De relatie met Constantinopel - de eerste troebelen worden zichtbaar, wanneer de patriarch zich de 'oecumenische patriarch' noemt - wordt uitvoerig behandeld, het conflict dat als de 'Driekapittelstrijd' bekend is geworden en dat in Noord-Italië bleef doorwoekeren, met een schisma als mogelijk gevolg, evenzeer. Voortdurend ziet men, ook in het hooffdstuk over de verhouding met Ravenna bijvoorbeeld, hoe Gregorius zijn bevoegdheden laat gelden en die van andere kerkelijke functionarissen, vaak gesteund door wereldse, tracht af te grenzen. Een pausschap vecht om zijn vorm, die de kiem blijkt van wat in de middeleeuwen zal uitgroeien onder Gregorius VII!

Het voorlaatste hoofdstuk heet In cunctis mundi partibus (in alle delen van de wereld): the far West. De verhouding tot en bekering van de Visgothen en Spanje, de Frankische kerk en uiteraard Engeland (en de verhouding tussen de twee laatsten) worden beschreven. En dat vrij kritisch, zeker de laatstgenoemde relatie. De persoonlijke geschiedenis begint hier algemene kerkgeschiedenis te worden. Hier wreekt zich de beknoptheid. De auteur lijkt samen te vatten wat hij zeer uitgebreid al eerder heeft beschreven of in een schitterend uitgebreide vorm in zijn hoofd heeft. De bezieling die het eerste deel van het boek zo rijk maakt, is verdwenen. Maar de epiloog is weeer schitterend. Ik citeer er graag het slot van, het geestelijk testament van een grote, maar ook zeer innemende figuur, die de laatste jaren van zijn leven door ziekte practisch altijd in bed moest blijven en de vervulling van zijn hang naar afzondering op ongewone wijze kreeg:

'Gregorius wist dat hij leefde in een catastrofale tijd. Het was geen voorbijgaande crisis, geen voorbijgaand conflict met de wereldse macht of met een ketterij, en het was geen crisis die hij in een specifiek detail had kunnen beschrijven. Het was eenvoudig het dreigende einde van de wereld die hij had gekend en niet langer als vanzelfsprekend kon zien. De onstabiliteit ervan vroeg om geloof en werkkracht. Gregorius, getrouwe volgeling van Augustinus als hij was, onderschatte de breekbaarheid van de gevestigde orde en zijn wereld niet. Ze belanceerde op de rand van de chaos, met voortdurende behoefte aan de toewijding van de mens, diens verbeelding en ondernemingszin, toewijding aan het behoud ervan. Gregorius was zich bewust van de duistere kracht van morele onverschilligheid, de ruimte die deze gaf voor de groei van het kwaad. In zijn praktijk vertrouwde hij op de gevestigde Romeinse orde en wettigheid, en vooral op de ordende en helende kracht van het gezond verstand gevormd door de liefde. (-) En zijn overtuiging dat het einde nabij was, gaf zijn stem die intensiteit en dringende kracht ervan.'

Hij moet een pessimist zijn geweest, met een groot geloof tegen beter weten in. Zo'n wereld roept om een hiernamaals, dat duister om het licht. Van de contemplatie. Maar hij deed de plicht waartoe hij was geroepen.

Na zijn dood op 12 maart 604 bestormde het bijna uitgehongerde gepeupel het Lateraan om zijn boeken te verbranden. Het werd voorkomen. Kort daarop werd hij bij acclamatie heilig verklaard. Misschien wel mede door hetzelfde gepeupel. Behalve 'consul van God' liet hij op zijn grafsteen ook de woorden zetten 'hij vervulde in zijn daden wat hij onderwees in zijn woorden'. Alleen als je groot en wijs bent, kun je je ideaal als vervuld presenteren. Hij was wat hij leerde. En dat is zeldzaam, zeker onder pausen. Al die angst om het einde. En de wereld draait nog altijd door. Dat is het meest tragisch.

R. A. Markus, Gregory the Great and his World, Cambridge University Press, prijs f.62.05.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden