'Emoties en ratio zijn wapenbroeders'

Verontwaardigd over de ‘babbelcultuur’ schreef filosoof Jan Bransen een boek dat moet helpen het publieke debat op een hoger niveau te voeren door medegevoel....

Het publieke debat is een pingpongwedstrijd geworden, zegt Jan Bransen, een uitwisseling van oneliners, gelardeerd met straatinterviews. Iedereen heeft een mening, slechts weinigen denken na over de vraag hoe zij aan die mening zijn gekomen.

‘Een mening hebben is iets anders dan zo maar iets roepen. Een mening, daar wil je voor gaan staan. Daar heb je over nagedacht. Als je zo maar wat zegt, heb je geen mening. Dan produceer je alleen maar ruis’, zegt Bransen, hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Natuurlijk, de vrijheid van meningsuiting is belangrijk, dat zal Bransen niet bestrijden. Maar hij wil meer aandacht voor meningsvorming. Waar is een mening op gebaseerd? Welke onuitgesproken vooronderstellingen liggen eraan ten grondslag?

In onze babbelcultuur verworden meningen tot amusement, zegt hij. Als Sven Kramer en Job Cohen samen aanschuiven in een talkshow wordt Kramer gevraagd wat hij van het paddobeleid vindt en Cohen of hij vertrouwen heeft in de trainingstechnieken van Kramer. Maar niet elke mening is even veel waard. ‘Natuurlijk kunnen deskundigen er ook naast zitten. Maar het is onzinnig dat premier Balkenende het rapport van de commissie-Davids, die tien maanden op het Irak-dossier heeft gestudeerd, afdoet als ‘ook maar een mening’. Ook wetenschap wordt in toenemende mate als ‘een mening’ gezien, dat zag je bijvoorbeeld in de discussie over de vraag of het griepvaccin gevaarlijk was’, aldus Bransen.

Uit onvrede schreef hij het boek Word zelf filosoof, een gids om het publieke debat te volgen met behulp van filosofische technieken, de redeneertrucs te doorzien, de betekenis van woorden en begrippen te doorgronden. Met deze technieken is iemand ook beter in staat zijn eigen mening te vormen. ‘Het boek is in eerste instantie geboren uit verontwaardiging. Maar het is helemaal geen boos boek geworden, eerder een educatief boek’, zegt Bransen, in zijn werkkamer op de sociale faculteit van de Radboud Universiteit.

Een slordige meningsvorming zit een beetje in de Nederlandse cultuur, vindt hij. Tijdens de verzuiling hadden katholieken, protestanten, socialisten en andere groepen hun eigen mening. Daar hoefden ze niet met elkaar over in discussie, aldus Bransen. ‘Het was preken voor eigen parochie. Dat is altijd gemakkelijk. Daardoor ontstond een soort onverschilligheid voor de mening van anderen. Daar hoefde je je niet in te verdiepen’, zegt hij.

Word zelf filosoof is echter meer dan een handleiding voor het publieke debat. Bransen poneert ook zijn eigen mening, zijn eigen oplossing voor de conflicten in de Nederlandse samenleving. Een oplossing die hij ‘sentimentalistisch humanisme’ noemt.

De overzichtelijkheid van de verzuiling is verdwenen. ‘Een vreemde en nerveuze vergetelheid heeft zich van ons meester gemaakt’, schrijft Bransen. Nederland lijkt op een schoolplein, waar steeds ruzies en opstootjes ontstaan. De voorbijgangers kijken er ongerust naar en wachten tot de juf ingrijpt. Maar de juf– de autoriteit van boven – is verdwenen. Ze moeten het zelf oplossen.

Onze morele taal is haar ijkpunt – de tamelijk autoritaire fatsoensregels van weleer – kwijtgeraakt, aldus Bransen. Nu het land in een morele identiteitscrisis verkeert, zwelt de roep om meer fatsoen steeds luider aan. De orde kan alleen hersteld worden als burgers zich de fatsoensregels opnieuw eigen maken. Zo pleitte de cultuursocioloog Gabriël van den Brink voor een nieuw beschavingsoffensief. Volgens Bransen is dat een illusie: ‘Als je op nieuwe regels gaat wachten, kun je wachten tot je een ons weegt. Bovendien wed je dan op het verkeerde paard.’

Wanorde zal niet worden opgelost door strengere regels, gelooft Bransen, maar door het cultiveren van medegevoel, dat bij alle mensen aanwezig is. Fatsoen is een manier om medemenselijkheid te realiseren, maar het is een onpersoonlijke en anonieme manier. In de publieke ruimte is fatsoen vooral een afspraak om elkaar niet in de weg te zitten, als burgers zonder gezicht langs elkaar heen te lopen.

Medemenselijkheid kan ook worden gerealiseerd door sympathie, door persoonlijk contact te maken en een beroep te doen op het medegevoel van de ander. Die manier is veel geschikter voor deze tijd, gelooft Bransen. Het medegevoel, dat zijn oorsprong vindt in de ouder-kindrelatie, biedt een morele taal die we allemaal spreken.

De Nederlandse cultuur is echter sterk rationeel gekleurd, in het voetspoor van het christendom en de Franse Verlichting: de ratio moet de passies in bedwang houden. Zonder sterke geest is de mens overgeleverd aan het zwakke vlees. Voor Bransen wijst de Schotse Verlichting, met kopstukken als Adam Smith en David Hume, een effectievere weg. Volgens de Schotten komt het goede voort uit medegevoel, niet uit een rationeel geconstrueerde overtuiging. Ook de moderne neurobiologie bevestigt hoezeer de mens wordt gemotiveerd door emoties. Bransen ziet ratio en emoties niet als tegengesteld, maar als ‘wapenbroeders die in elkaars verlengde liggen’: we kunnen de ratio gebruiken om onze emoties te cultiveren en te verfijnen.

Iemand die het sentimentalistisch humanisme als geen ander in de praktijk brengt is de tv-komiek Paul de Leeuw. Ooit werd De Leeuw door Renate Dorrestein beschreven als de koning van de ‘afzeik-tv’, medeverantwoordelijk voor de verruwing van de Nederlandse samenleving. Maar volgens Bransen is De Leeuw een veel complexer fenomeen. In vrijwel elke uitzending pikt hij iemand uit het publiek die voortdurend voor schut wordt gezet. Vaak zijn het mensen die er een beetje raar uitzien, omdat ze dik zijn, flaporen hebben of een rare bril dragen. Tegelijkertijd bouwt De Leeuw een warme relatie met zijn slachtoffer op. Bij het publiek weet hij sympathie te wekken voor de kwetsbaarheid van de ongelukkige die het mikpunt is van zijn grappen.

Bransen: ‘Als filosoof vind ik dat interessant. Voor veel mensen betekenen ‘medemenselijkheid’ en ‘fatsoen’ hetzelfde. Maar Paul de Leeuw laat zien dat je medemenselijk kunt zijn zonder fatsoenlijk te zijn. Dat komt omdat hij zijn eigen kwetsbaarheid inzet, als kale, dikke homo. Dat geeft hem een enorme kracht, op die manier legt hij verbinding met andere mensen, ook de mensen over wie hij grappen maakt.’

Maar is het niet al te idealistisch om op straat een beroep te doen op medegevoel? We hebben immers geen emotionele verhouding tot andere voorbijgangers. Daarom is het zo belangrijk dat iedereen zich aan de fatsoensregels houdt.

’Je kunt mensen die zich misdragen heel rationeel aanspreken, maar dat werkt niet. Je kunt vragen: doe je dat thuis ook? Misschien wel, sommige mensen maken thuis ook een hoop herrie. Fatsoen is een onpersoonlijke manier om met elkaar om te gaan. Het is effectiever om verbinding te leggen. Dat gaat natuurlijk niet om diepgravend contact. Maar je kunt een grapje maken of je eigen kwetsbaarheid tonen.’

Ook als je jongens een bushokje ziet slopen?

‘Natuurlijk is het moeilijk. Maar in zo’n geval zal je met een rationeel beroep op fatsoen ook niet veel bereiken. Dan zet ik mijn geld nog eerder op een persoonlijke benadering.’

U geeft het voorbeeld van Paul de Leeuw. Maar die is virtuoos in het bespelen van mensen. Dat is lang niet voor iedereen weggelegd.

‘Daarom moeten we onze virtuositeit ontwikkelen. We moeten investeren in onze sentimentele vermogens. Voor mij is dat ook een vorm van idealisme. Cognitieve vermogens zijn vrij ongelijk verdeeld, emotionele vermogens veel minder. Emoties kunnen een bindmiddel vormen. We hebben allemaal medegevoel. Dat begint al bij de ontwikkeling van de ouder-kindrelatie.’

Leiden emoties wel tot meer sympathie voor elkaar? Kijk naar een programma als De Rijdende Rechter.

‘Natuurlijk kunnen emoties ook splijtstof bevatten. Angst en agressie zijn primitieve emoties. Daar moet je niet in blijven hangen. Je moet je bewust zijn van die splijtstof. Daarom is het belangrijk je emoties te cultiveren, door training, zelfonderzoek en zelfkritiek. Je hebt ook veel verfijndere emoties, zoals verwondering of verontwaardiging. Verontwaardiging is een veel complexere emotie dan agressie.

Hebben we echt meer behoefte aan emotie? Is het massale vertoon van emotie na de dood van Fortuyn, Hazes of Jackson een model voor de toekomst?

‘Nee, dat vind ik ook sentimentele armoede. Ik vind het overdreven om zo te rouwen om mensen die je niet persoonlijk kent. Het is je oma niet, zou ik tegen die mensen willen zeggen. Dat bedoel ik ook met het cultiveren van emoties. Als je daar niet aan doet, blijf je in tamelijk primitieve emoties hangen. Maar in maatschappelijk opzicht valt er met sentimentalistisch humanisme meer te bereiken. Het ideaal van het autonome individu dat op rationele gronden de juiste keuzes maakt is vrij elitair. Maar iedereen beschikt over medeleven. Daarom is het effectiever om daar een beroep op te doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden