Column

Elke dag een paar uur offline: doodeng

Recht op onbereikbaarheid: een mooie, poëtische uitdrukking. Ja: een paar uur per dag gevrijwaard zijn van het dwingende gejengel en gepingel van al die apparaten, van mensen die antwoord en aandacht willen, en wel nu, dat zou een mensenrecht moeten zijn. Als ik drie uur offline door een bos wandel, heb ik bij thuiskomst zoveel berichten dat die me minimaal drie uur kosten.

Aleid Truijens
Slimme technologie die ons meer vrijheid zou moeten bieden, is een loden bal aan onze voet geworden Beeld
Slimme technologie die ons meer vrijheid zou moeten bieden, is een loden bal aan onze voet gewordenBeeld

Groot gelijk hebben ze, in Frankrijk, waar een nieuwe wet zegt dat werknemers voortaan niet meer na werktijd hoeven te mailen, bellen en appen voor de baas. Echt weer iets voor die ambtelijke Fransen, om zoiets bij wet af te dwingen. Misschien werkt het bij mensen in loondienst. Hoewel je zult zien dat de ware uitslover toch mailt na werktijd, om een wit voetje bij de baas te halen.

Mij zou het niet lukken, geen communicatie na zessen. Ik ben mijn eigen baas en werknemer; van zo'n communicatiestop zou ik bloednerveus worden. Het werk zou zich ophopen, want dat je mail en apps 'beantwoordt wanneer het uitkomt' is een drogreden; je verschuift het werk alleen.

Vooral mail is een probleem. Huiverend klik ik 's ochtends de inbox aan, wetend dat als ik mijn mails écht fatsoenlijk beantwoord, de werkdag verloren is. Als ik alle mails waarin iemand mij iets aansmeert weggooi en leuke privémail apart zet, blijven nog al die mails over van mensen die mij serieus adviseren of terechtwijzen, die aandacht vragen voor een misstand of onderbelicht probleem en, vooral, die mij iets willen laten lezen wat zij hebben geschreven (wil ik in sommige gevallen best, maar wanneer?).

Ik ben niet overspannen en ik hoop het niet te worden. Maar als ik het ooit word, dan weet ik zeker dat het niet komt door te veel werk, maar door te weinig kunnen werken. Want als ik zou doen wat die mails van mij vragen, moet ik stoppen met mijn eigenlijke werk, het werk dat die mails genereert: stukken maken voor de krant, een boek schrijven.

Dat kan natuurlijk niet. Dus kies ik voor een halfwas oplossing: ik beantwoord de meest noodzakelijke mail - dat kost nog altijd zo'n twee uur - en ga aan het werk. Helaas voel ik me de hele werkdag schuldig over het groeiende mail-infarct en al die onbeantwoorde oproepen. Maar de voldoening te zijn opgeschoten met écht werk is net wat groter.

Ik ben zelf geen haar beter dan al die aandachtslurpers. Vaak ben ik de dwingeland die nú een reactie wenst, omdat ik anders niet verder kan met mijn werk. Ook ik bestook opdrachtgevers en collega's met mailtjes. En privé doe ik het ook. Als mijn man of kinderen een halve dag onbereikbaar zijn, denk ik dat ze dood zijn. Geruststelling is óók een mensenrecht.

Eigenlijk best zielig, voor ons, de mensheid. Slimme technologie die ons meer vrijheid zou moeten bieden, is een loden bal aan onze voet geworden. De satertjes van de ict en telecom slaan zich op de harige dijtjes van genoegen: zij hebben de wereldheerschappij.

Er moet iets gebeuren, anders worden we gek. Breinwetenschappers denken dat we toch maar zo'n vijf, zes uur per dag zinvol en geconcentreerd kunnen werken. De uitkomsten van het experiment in Zweden met verpleegsters die zes uur per dag werkten met demente bejaarden klinken sprookjesachtig: minder stress, ziekte en werkloosheid, betere prestaties én betere zorg.

Maar ja, het is duur, in een verpleeghuis tenminste, waar een 24-uurs bezetting nodig is. Dat geldt niet voor kantoorwerk. Wellicht verzetten 'hoofdwerkers' in zes uur ongestoord werken evenveel werk als in acht verkruimelde uren.

Zou dat iets zijn? Zes uur werken op de zaak, en maximaal een uur mail in de eigen tijd? Dan lossen we meteen het probleem op van de verschillende school- en werktijden, hebben we geen naschoolse opvang nodig en zien ouders (m/v) hun kinderen wat vaker.

De vraag is natuurlijk of we dat aankunnen: het afkicken van het continue 'aan' staan en belangrijk en onmisbaar te zijn. Nu conditioneren we kinderen zo dat ze geen minuut zonder hun telefoon kunnen, hun duimlap, hun levenslijn. Om te voorkomen dat de communicatie ons opvreet, moeten we daar nu mee beginnen: elke dag een paar uur offline, en dan met elkaar praten, of buitenspelen. Doodeng.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.
Reageren? opinie@volkskrant.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden