Interview

'Elke breinaandoening beïnvloedt gevoel én gedrag'

Alzheimer is een zaak van de neuroloog en depressie is er een voor de psychiater. Dat is, zegt hoogleraar psychotische stoornissen Iris Sommer, 'van de gekke': de overeenkomsten tussen de ziektebeelden zijn verbluffend. Ze schreef er Haperende hersenen over.

Iris Sommer. Beeld null
Iris Sommer.

Met hartklachten ga je naar een cardioloog. En staar wordt behandeld door een oogarts. Maar voor een ziek brein hebben we twee specialisten: de neuroloog en de psychiater. Met breinziektes die zich vooral fysiek manifesteren, ga je naar de neuroloog. Hersenaandoeningen die ons somber of angstig maken, zijn het domein van de psychiater.

'Van de gekke', zegt psychiater Iris Sommer. 'Want driekwart van de klachten bij schizofrenie en ernstige depressie zie je ook bij multiple sclerose, parkinson of bij ernstig hersenletsel door een verkeersongeluk. Elke breinaandoening beïnvloedt zowel de motoriek als de stemming, het gevoel én het gedrag.'

In haar nieuwste boek Haperende hersenen beschrijft Sommer negen mensen met een hersenziekte, variërend van dwangstoornissen tot multiple sclerose (ms). Van alzheimer tot schizofrenie. De overeenkomsten tussen al die ziektebeelden zijn inderdaad verbluffend. Sommer werd er, tijdens haar onderzoek voor het boek, zelf ook enigszins door verrast, vertelt ze. 'Patiënten met multiple sclerose, een ziekte die vooral gepaard gaat met verlies van spierkracht hebben net zoveel last van vermoeidheid, somberheid en apathie als patiënten die een psychiatrische diagnose hebben. Bovendien krijgt meer dan de helft van de MS-patiënten op een gegeven moment moeite met nadenken, vooral als er nieuwe dingen geleerd moeten worden. Alles gaat langzamer.

Iris Sommer

Iris Sommer (1970) is hoogleraar psychotische stoornissen en hoofd van de stemmenpoli van UMC Utrecht. In 2011 schreef ze Stemmen Horen, wat is het, wie heeft het en hoe komt het?. Haar nieuwste boek Haperende Hersenen, in samenwerking met de Hersenstichting, verschijnt bij uitgeverij Balans en ligt vanaf 28augustus in de winkel.

'Omgekeerd zie je dat bij typisch psychiatrische ziekte, denk aan schizofrenie, vaak forse problemen met de motoriek ontstaan. Die spieren kunnen zo ernstig verstijven dat de patiënt helemaal niet meer kan bewegen. Taalstoornissen is een andere gemene deler. Wat je ook bij alle patiënten ziet, is dat die combinatie van mentale en motorische problemen gemakkelijk tot sociaal isolement leidt.'

Sommer beschrijft in haar boek niet alleen de mensen achter de aandoeningen, maar legt ook nauwgezet uit wat er mis gaat in de informatieverwerking in hun brein. Ze helpt de lezer opvallend soepel door passages heen over samenklonterende eiwitten, op hol geslagen stress- en immuunsystemen en dopaminetekorten. Ook in technisch opzicht lijken neurologische en psychiatrische ziekten op elkaar.

Sommer schreef het boek in de eerste plaats voor patiënten en hun familie. Ze denkt dat er grote behoefte is om te weten wat er mis gaat onder het schedeldak vooral bij psychiatrische aandoeningen. 'Het helpt te begrijpen hoe het kan gebeuren dat je een manie krijgt of waarom je zoon kampt met achtervolgingswaanzin.'

Hoe ontstaat achtervolgingswaan?

'Het gaat mis als je te veel dopamine hebt. Dopamine is een stof die helpt bij het filteren van de informatie die binnenkomt. Als je alle indrukken die je binnenkrijgt via je ogen, oren, neus, huid en smaak bewust zou verwerken word je horendol. De hersenen filteren 80 tot 90 procent weg als niet relevant.

'Dopamine moet je zien als een markeerstift: hé, die informatie, daar moet ik wat mee. Te veel dopamine betekent dat te veel informatie bewust wordt gemaakt. En zodra we ons ergens bewust van worden, denken we dat het wel van belang móét zijn. Met als gevolg dat je allerlei losse fragmenten en gebeurtenissen waarneemt waar geen touw aan vast te knopen valt. Mensen gaan dan naar een verklaring zoeken, een samenhangend geheel maken van al die gebeurtenissen. Dat is een waan. Je gaat de vogel die voorbij vliegt zien als een teken dat er een weersverstoring op komst is die het gevolg is van de opwarming van de aarde. Het brein wil de wereld begrijpen.'

null Beeld null

Waarom denkt de een dat hij Napoleon is en denkt de ander dat hij achtervolgd wordt door de CIA?

'Dat is afhankelijk van wat jou op dat moment bezig houdt. Als je in de zwartekousenkerk opgroeit, zul je eerder een waan ontwikkelen over de duivel dan wanneer je niet religieus bent grootgebracht. Jongeren van nu denken vaak dat ze achtervolgd worden door drugsbendes of de CIA. Een waan past altijd bij de sociaal-culturele achtergrond van de patiënt.'

Sommer schrijft over het brein alsof ze een beetje verliefd is op die anderhalve kilo grijze massa. 'Niet op het dode brein, dat is inderdaad grijs en grauw. Maar het levende brein is prachtig ik mocht een paar keer meekijken over de schouder van een hersenchirurg. De kleur van de hersenen is oudroze een beetje zoals dat servies daar.' Ze wijst op antiek vaatwerk, hoog in de keukenkast. Het gesprek vindt bij haar thuis plaats vanwege haar jongste kind dat zich niet lekker voelt. 'Over dat oudroze ligt er een transparant, glanzend sjaaltje. En dat alles pulseert zachtjes op de maat van de hartslag. Ja, dat is erg mooi.'

Parkinson

Na de geboorte van Laura begon ik te kwakkelen. Ik bleef maar moe, moe en nog eens moe. Ik werd ook somber. Een postnatale depressie. Vreemd, daar had ik bij de eerste helemaal geen last van gehad. Daarbij kwam dat ik ook een beetje een raar loopje ontwikkeld had. Fred zei dat ik mijn linkerhand zo raar hield bij het tandenpoetsen. Als een lam vleugeltje. Werken lukte niet echt. Dan maar naar de huisarts, vooral omdat ik me zorgen maakte over dat gekke loopje van me. De huisarts dacht meteen aan Parkinson, ook al was ik toen pas achtendertig.

In het boek gebruikt u niet één keer het woord psyche, heel opvallend voor een psychiater. Alsof de psyche geen rol speelt bij dit soort aandoeningen.

'De geest is zo'n vaag begrip. Ik gebruik liever de term karakter of persoonlijkheid. Jouw vraag suggereert dat de geest tot een ander domein behoort dan het lichaam. Onze aanleg, hoe we in elkaar zitten, is deels genetisch, deels chemisch en deels biologisch. Aanleg voor een bepaald karakter zit net zo goed in je lichaam als aanleg voor blauwe ogen en kromme tenen.'

Schizofrenie

Tijdens de zangoefening verandert er plotseling iets: de grond over mijn voeten wordt zacht. De klinkers van het plein lijken wel pudding, ik zak er zo doorheen! Ook de Janskerk is helemaal zacht en slap en kan elk moment doorbuigen en ons groepje bedelven. Ik ren voor mijn leven. Ik schreeuw naar mijn medestudenten dat ze me moeten volgen! Maar die staan me verwonderd aan te kijken. Mijn docente is verrukt: zéér expressief!

In het boek ligt de nadruk op de fysieke kant van psychiatrische aandoeningen, niet op de psychologische.

'Dat ben ik niet met je eens. Ik beschrijf een patiënte die zo gepest is dat ze er een trauma aan overhield. Bij een andere patiënte resulteerde seksueel misbruik in een bipolaire stoornis. Wanneer je jong in je ontwikkeling nare dingen meemaakt die je stress-systeem activeren, dan verandert dat iets in je genen. Bepaalde genen gaan daardoor meer of juist minder openstaan, met als gevolg een bepaalde kwetsbaarheid. Een trauma is niet ofwel psychisch ofwel fysiek. Het is altijd beide.'

Hersenletsel na verkeersongeluk

Toen ik bijkwam, was alles wazig. Ik wist dat ik nog leefde, dat ik in bed lag. Ik kon niet lopen maar wel mijn armen bewegen. Ik heb heel lang bijna geen contrast kunnen zien, alleen maar wazige kleuren. Ik schrok overal van. Mensen zagen er heel eng uit, met verwrongen gezichten, net maskers met grote kromme neuzen. Pinda’s hadden allemaal kleine gezichtjes, zo eng. Mijn zoon zegt dat ik paranoia was na het coma, maar ik kan me dat niet herinneren.

Fragmenten uit Haperende Hersenen (Balans, € 18,95)

Iris Sommer behoort tot de 'wij-zijn-ons-brein-school' van neurobioloog en hersenonderzoeker Dick Swaab. Swaab schreef dan ook het voorwoord in haar boek. Dat aandoeningen als depressie en schizofrenie breinziektes zijn, staat niet voor iedereen vast. De Maastrichtse psychiater Jim van Os vindt het bewijs nog te mager. Hij benadrukt dat iedereen depressieve en wantrouwige (psychotische) gevoelens heeft en dat ieder mens honderden genen heeft die in verband worden gebracht met schizofrenie. Mensen die een depressie of psychose krijgen horen in zijn visie tot de menselijke variatie aan de uiterste kant van het spectrum. Bovendien zijn de klachten die met schizofrenie gepaard gaan te uiteenlopend om van een en dezelfde ziekte te spreken, vindt Van Os.

'De heterogeniteit zie je overal in de geneeskunde. Suikerziekte kent een breed scala aan klachten en onderliggende mechanismen. Cardiologie: de een krijgt hartfalen als gevolg van een zieke hartspier en de ander als gevolg van hartinfarcten in het verleden. En over dat andere punt: het ontkennen van een hersenaandoening bij depressie of psychose is niet meer van deze tijd. Het is niet bij iedereen even ernstig, maar vaak is het dat wel.'

De black box van het brein staat nog maar op een kier, zeggen hersenwetenschappers. Hoe zeker is het dat eiwitophopingen, een overactief immuunsysteem of een verstoring van de aanmaak van boodschapperstoffen de oorzaak is van hersenziekten en bijvoorbeeld niet het gevolg?

'Dat weten we niet in alle gevallen. Van dopamine als oorzaak voor psychose weten we het vrij zeker. In het verleden zijn experimenten gedaan met drugs die dopamineverhogend werken en psychoses veroorzaken. Denk aan amfetamine of cocaïne. Zodra je weer stopt met die drugs zijn de psychoses over. Dat duidt op een causale relatie.'

Wat heeft al het onderzoek naar de biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen in de praktijk opgeleverd voor de patiënt? 'Wat dacht je van de anti-psychotica?

'Dat vergeten we weleens, want wij hebben het niet meegemaakt. Maar dat is een revolutie geweest. Tot 1950 werden mensen met psychoses opgeborgen, vaak levenslang. Ze kregen warme en koude baden, soms electroshocks, maar eigenlijk konden we hen niet behandelen. Toen de antipsychotica kwamen en we dopamine konden reguleren, werd het opeens een behandelbare stoornis. Acht van de tien mensen met schizofrenie kunnen thuis blijven wonen.'

Het meest voorkomende woord in Haperende Hersenen is stress. Stress in de zin dat mensen hun lichaam niet de tijd en rust gunnen om te herstellen van inspanning, waardoor oude, kapotte cellen niet gerepareerd worden en tekorten aan voedingsstoffen niet worden aangevuld. Te veel stress in combinatie met allerlei factoren zoals genetische kwetsbaarheid en persoonlijkheid is vaak de trigger voor het ontstaan van een stoornis in de hersenen of een verergering ervan. Hoe reduceert Sommer als hoogleraar, onderzoeker en moeder van twee tieners haar stress?

'Nou, niet. Ik neem het mij af en toe voor. Maar ik slaap niet voldoende. Ik neem niet voldoende ontspanning. Als ik een man had die 'savonds met de voetjes omhoog op de bank zou zitten met een borrelnootje en een biertje, zou ik er misschien wel naast gaan zitten. Maar zo gaat het bij ons niet. Mijn man is ook hoogleraar psychiatrie, maar dan in Groningen (Robert Schroevers, red.). We zijn allebei best ambitieus. We zitten 's avonds niet op de bank, maar achter onze laptopjes.'

Is het niet beangstigend om dagelijks te zien wat er mis kan gaan in het brein?

'Absoluut. Ik heb regelmatig dat ik niet op een naam kan komen en dan denk ik: o, het zal toch niet dat ik straks jong dement word. Ik moet er niet aan denken. Een depressie lijkt mij ook afschuwelijk. De kans is best groot dat je het ooit in je leven meemaakt, 20 procent.'

Over een nauwere samenwerking tussen neurologie en psychiatrie is Sommer niet echt optimistisch. Terwijl dat voor de patiënten een zegen zou zijn. 'Artsen zijn geneigd om zich bij MS te concentreren op het verlies aan kracht, bij schizofrenie op psychose en bij Gilles de la Tourette op de tics. Maar veel MS-patiënten hebben meer last van vermoeidheid en sombere stemmingen dan van krachtverlies. Parkinsonpatiënten hebben vaak meer moeite met het feit dat ze vrienden en werk kwijtraken dan met het trillen van hun handen. Die algemene klachten die bij alle hersenziekten voorkomen, van vermoeidheid tot concentratieverlies en slaapproblemen, krijgen nu te weinig aandacht.'

Over de vruchten die de nieuwe neurowetenschappelijke inzichten gaan opleveren binnen pakweg tien jaar tijd is Sommer juist zeer optimistisch. 'Nieuwe technieken gaan ons in staat stellen hersenaandoeningen eerder te diagnosticeren. Bijvoorbeeld door hersenscans te maken van mensen met een verhoogd risico op bepaalde erfelijke hersenaandoeningen. En ik verwacht dat we met ontstekingsremmers het verloop van parkinson, alzheimer en schizofrenie kunnen afremmen, mits we er heel vroeg bij zijn. Als we nu zo'n aandoening vaststellen, zijn we tien jaar te laat. De plasticiteit van de hersenen is inmiddels een stuk minder en behandeling moeilijker. Vergelijk het met cardiologie. Vroeger kwam een cardioloog pas in actie na de eerste hartaanval, nu wordt er al bijgestuurd wanneer iemand een hoog cholesterol heeft of hoge bloeddruk zodat het niet tot dat hartinfarct komt. Die weg moeten wij ook op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden