Elk woord telt in de broeikas

Deze week rondde het klimaatpanel IPCC in Parijs zijn vierde rapportage af. Met pure handjeklap, vinden de critici. Maar dat is juist de bedoeling, vinden de IPCC-aanhangers...

Het is dinsdag in de vooravond, en Arthur Petersen, deze week delegatielid bij de plenaire onderhandelingen in Parijs over het nieuwste klimaatrapport van het IPCC, klinkt optimistisch. ‘We hebben er nu twee van de vier dagen opzitten, en we hebben vier van de veertien pagina’s afgewerkt. Dat klinkt niet best, maar ik denk dat het wel goed gaat komen. We komen eruit.’

Hij staat even buiten, met zicht op de verlichte Eiffeltoren. Tijd voor een sigaretje. Straks diner. Avondje Parijs. Morgen verder.

Tweemaal vier uur heeft Petersen vandaag doorgebracht in de grote vergaderzaal van de Unesco in de Franse hoofdstad. Met de vier andere leden van de Nederlandse delegatie heeft hij gestaard naar de woorden en zinnen op het grote scherm achter de twee voorzitters, een Amerikaan en een Chinees, van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat deze dagen zijn vierde grote rapportage afrondt.





Steevast affaires en vol op de man

In vuistdikke rapporten over politiek gevoelige thema’s als die van het IPCC zit altijd wel ergens voer voor critici. Opmerkelijk is hoe vaak daarbij vol op de man wordt gespeeld.

De eerste grote IPCC-kwestie barstte op 12 juni 1996 los in de Wall Street Journal, waarin Ben Santer, een van de auteurs van het tweede IPCC-rapport (1995), van vals spel werd beschuldigd. Santer zou, nadat in het IPCC zijn hoofdstuk was goedgekeurd, de tekst nog hebben veranderd. Aangedikt, aldus klimaatscepticus Frederick Seitz van het Charles C. Marshall-institute, een door de kolen- en olie-industrie betaalde conservatieve denktank. Santer en IPCC-voorzitter Bert Bolin weerlegden de beschuldigingen. Alle protocollen waren gevolgd. Maar Santer verliet het IPCC.

De bekendste affaire rond het derde IPCC-rapport uit 2001 betrof de zogeheten hockey stick, een grafiek van de temperatuur in de afgelopen duizend jaar, aan de hand van boomringen. Volgens sceptici van opnieuw het Marshall-instituut was de recente opwarming niet uitzonderlijk. Auteur Michael Mann werd beschuldigd van manipulatie. Inmiddels tonen onafhankelijke studies dezelfde curve. Mann bedankte voor IPCC-4.

Sceptici gaven deze week al aan te verwachten dat ook aan het nieuwe IPCC-rapport stilletjes zal worden gesleuteld om het in lijn te brengen met de ‘alarmistische’ summary. Wie het ditmaal moet ontgelden, is onduidelijk. Voorzitter Susan Salomon is een mogelijke kandidaat.
De presentatie van het nieuwe klimaatrapport, althans de samenvatting voor beleidsmakers, is vrijdag. Dat staat bij voorbaat vast. Later in het jaar volgen de drie achterliggende rapporten.

Hij heeft geluisterd naar de voorstellen van andere delegaties voor veranderingen in de tekst. Woorden. Hele zinnen, soms. De antwoorden van de auteurs van het concept. De wijzigingsvoorstellen, via track changes steeds te vergelijken met het origineel. De besluitvorming via stemmen. Het blijft opletten geblazen.

Veel kwesties – welke mag Petersen tijdens de conferentie niet naar buiten brengen – zijn ter plekke afgehandeld. Andere worden in kleiner gezelschap doorgepraat, zoekend naar het voor de delegaties aanvaardbare compromis. Ook voor de olielanden van OPEC, voor de Verenigde Staten, voor Australië.

Petersen is als specialist in risico-communicatie verbonden aan het Milieu- en Natuurplanbureau MNP in Bilthoven, officieel onderdeel van het ministerie van VROM. Het gezelschap wordt geleid door hoofdonderzoeker Gerbrand Koomen van het KNMI, op klimaatgebied het centrale instituut in Nederland.

De hele dag is er, net als gisteren, gesteggeld over de tekst. Soms woord voor woord. De delegatie die iets op te merken heeft, kantelt zijn naambordje, krijgt spreektijd. Waarna het debat losgaat.

Slopend

Een pijnlijk traag en slopend proces, dat in vier dagen vergaderen moet leiden naar een voor alle delegaties aanvaardbare tekst. Maar, benadrukt Petersen, wel degelijk ook voor de wetenschappers die het onderliggende klimaatrapport hebben geschreven.

Onderhandelaar Petersen: ‘Zij hebben veto-recht. Er gebeuren geen dingen die niet wetenschappelijk te verantwoorden zijn. Niks in de samenvatting is in tegenspraak met het echte rapport.’

Aan de orde is de zogeheten summary for policy makers, SPM in het jargon dat onvermijdelijk aan dit soort diplomatieke gebeurtenissen lijkt te kleven. Dat document is een samenvatting van de recente inzichten in klimaatverandering. In dit geval, in verband met alle voorbereiding, de stand van zaken tot begin 2006.

Die inzichten zelf zijn verzameld in een meer dan duizend pagina’s tellend rapport in drie delen, waaraan de afgelopen jaren wereldwijd door duizenden wetenschappers is gewerkt. Het rapport verzamelt en analyseert de wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering. Het IPCC doet geen eigen klimaatonderzoek.

Daar is het ook helemaal niet op toegerust. IPCC heeft een kantoortje bij de WMO, de internationale meteorologische VN-organisatie in Genève.

Er werken vier krachten, vooral voor administratieve ondersteuning van wat gerust een monster-klus mag heten: een analyse van de hele wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering, van de oorzaken tot de gevolgen en denkbare maatregelen.

Daarvoor mag dan geen kantoorgebouw zijn neergezet, maar er is wel tot in detail een protocol afgesproken om zorgvuldigheid en overzicht te garanderen. Sinds de eerste assessment in 1990 is daaraan steeds gesleuteld en geslepen, vaak na forse kritiek van buiten. In 2001 gaf een van de auteurs van de tweede IPCC-assessment uit 1995, MIT-meteoroloog Richard Lindzen na afloop aan geschokt te zijn over het gebrek aan ruimte voor afwijkende opvattingen. Het IPCC besloot daarop sceptici nauwer te betrekken bij de nieuwe, vierde rapportage.

IPCC betekent vooral veel werk. Duizenden door hun regering aangewezen wetenschappers uit honderden landen moeten stukken krijgen, aan deadlines worden gehouden, bij elkaar getrommeld worden voor conferenties (vliegreis economy class, plus hotel als enige vergoeding). Hun inspanning leidden tot een eerste en een tweede draft, bedoeld voor onderling commentaar.

In een volgende ronde, vorig jaar zomer, kwamen daar nog eens de expert reviewers bij: externe deskundigen aan wie gevraagd werd kritiek te leveren op de laatste conceptversie van het rapport.

Traceerbaar

Om zicht op alle communicatiestromen te houden is zelfs speciale software ontwikkeld waarin gemakkelijk kan worden bijgehouden wie waarop commentaar had, welke authors en lead-authors daarnaar gekeken hebben, wat ermee gedaan is en met welke argumenten. Alles in het hele proces ligt zodoende vast, alles is traceerbaar, transparant. Zodat willekeur het verwijt niet kan zijn.

En dat was nodig ook, zegt de Wageningse hoogleraar ecologie Rik Leemans, een van de auteurs in het nieuwe IPCC-rapport. Hij schreef ongeveer veertig pagina’s over de gevolgen van opwarming voor planten en dieren.

Leemans: ‘Daar krijg je dan iets van 3200 opmerkingen op terug. Een stortvloed. In de regel zijn dat verbeteringen. Slechts een enkele keer haalt het echt de scherpte eruit. Maar altijd met argumenten.’

Ook KNMI-onderzoeker Rob van Dorland, auteur van een hoofdstuk in het nieuwe IPCC-rapport, herinnert zich de lawine aan opmerkingen die stuk voor stuk moesten worden behandeld. ‘We naderen in mijn idee een beetje de grenzen aan het proces’, zegt hij enigszins bezorgd.

Voor het nieuwe rapport – meer dan de voorgaande in 1995 en 2001 – zijn na venijnige discussies over de manier waarop IPCC met onwelgevallige kritiek omgaat, ook klimaatsceptici nadrukkelijk genodigd om hun commentaar op het concept te leveren.

Dat hebben ze ook zeker gedaan, zegt Van Dorland. ‘Maar veel heeft het in alle eerlijkheid niet opgeleverd. Veel algemene verhalen, weinig waarmee je echt iets kon. En dan heb ik het nog niet eens over enkele domme tirades.’

Een van de broeikasbestrijders die commentaar leverde, was ex-Clingendael-econoom Hans Labohm, deze dagen onvermijdelijk in de media. Hij kreeg geen enkel punt erdoor, maar dat verbaast hem ook niet echt. ‘Na afloop voelde ik me vooral de bekende excuustruus.’

Wie de literatuur heeft bijgehouden, zal niet verrast worden door het nieuwe IPCC-rapport. Niet, althans door het eindrapport, dat de rest van dit jaar in drie fases zal verschijnen als officiële publicatie die auteurs op hun cv mogen zetten.

Anders is dat met de samenvatting van al die kennis in een handjevol pagina’s, zegt klimaat -campaigner Sible Schöne van het Klimaatbureau in Utrecht, de organisatie achter de mediacampagne over energie en klimaat .

Schöne: ‘Die summary moet een tekst zijn die voor alle landen aanvaardbaar is, ook de OPEC-olielanden of de Amerikanen. Dat leidt tot compromissen, een grootste gemene broeikas. Maar dan heb je ook iets om die landen aan te houden. Alles domweg ontkennen is er dan niet meer bij, bijvoorbeeld in de onderhandelingen over een vervolg op het Kyoto-verdrag.’

Van de veel gehoorde kritiek dat je de wetenschappelijke waarheid niet vindt via een meerderheid van stemmen, wordt Schöne een beetje moe. ‘In 'n ideale wereld zouden de wetenschappelijke publicaties genoeg zijn. Kennelijk is er dus meer nodig. Een gezamenlijke inspanning als die van IPCC.’

A4tje

Van het eigenlijke IPCC-rapport ging oktober vorig jaar een concept-samenvatting voor beleidsmakers naar alle deelnemende regeringen, met het verzoek om commentaar. De veertien pagina’s van het concept (veertig auteurs) leidden tot honderd pagina’s opmerkingen. Nederland had anderhalf A4tje aan suggesties.

Een deel van al dat commentaar was al verwerkt in een nieuwe concept-samenvatting waarmee begin deze week de landenconferentie in Parijs begon. De rest moest daar worden uitgevochten.

De summary for policymakers, zegt risico-onderzoeker Jeroen van der Sluijs van het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht, is traditioneel het riskantste moment voor IPCC. Er is politieke druk, actiegroepen vrezen afvlakken van harde standpunten, klimaatsceptici loeren op elke denkbare faux pas of ongerijmdheid.

Van der Sluijs: ‘In Parijs ontmoeten beleid en wetenschap elkaar. Daar is het gevaar levensgroot van verwarring over de rol en het doel van de hele onderneming. In de echte IPCC-rapportage is de stand van de kennis weergegeven. In de summary for policymakers worden daarbij de voor alle partijen aanvaardbare woorden gezocht. Over de wetenschap wordt niet gestemd, wel over die woorden. Ik vind het niet zo gek dat de buitenwereld die twee door elkaar haalt.’

Maar hij zou ook niet weten hoe het beter moet. ‘In veel opzichten is het IPCC-proces toch echt een schoolvoorbeeld van hoe je als wetenschap voor beleidsmakers de balans opmaakt. Wat de sceptici ook aan complotten zien.’

‘In 'n ideale wereld zouden de publicaties genoeg zijn. Kennelijk is meer nodig’

IJsmeer op Groenland, augustus 2005 (AP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden